Zeeuwse schrijvers (163): OverBuren

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 163, over de thematische bundel ‘OverBuren’.

Allerlei plaatsen waar niemand over had gedicht of zelfs maar aan had gedacht, krijgen nu hun tekst.

*********************

Dichter te Draaibrug

Poëzie tussen de grenspalen 269 en 369

door Mario Molegraaf

Thuis bij de buren. Zo kun je OverBuren. Poëzie tussen de grenspalen 269 en 369
samenvatten. Voor dit boek koos Bert Bevers gedichten over plaatsen
in het grensgebied van Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen. Geografisch van Knokke
tot Doel, alfabetisch van Aardenburg tot Zuiddorpe. De Heemkundige Vereniging
Terneuzen heeft meegewerkt en de Terneuzense wethouder Frank Deij schreef een
voorwoord: ‘In 1815 hebben we elkaar gevonden in een innige omhelzing die helaas
maar van korte duur was. (…) Maar het elkaar opzoeken, het raken, het aanraken, het
geraakt worden door onze culturen is gebleven.’

De grens die geen grens is, of toch wel, want we hebben natuurlijk die grenspalen, honderd stuks tussen het Zwin en het Verdronken Land van Saeftinghe. Patrick Rottier bezingt nummer 275: ‘Nu staat hij daar enkel voor de praal.’ Je kunt misschien ook zeggen: nu staat hij daar enkel voor paal. Er zijn gevierde dichters als Jacques Hamelink, zoon van de streek, en van Menno Wigman, voorbijganger in Sluis. Maar we komen ook minder bekende dichters en zelfs gloednieuwe gedichten tegen.

Allerlei plaatsen waar niemand over had gedicht of zelfs maar aan had
gedacht, krijgen nu hun tekst. Dichter te Draaibrug, zoals Christina Guirlande. Of te
Terhofstede, zoals Albert Hagenaars. ‘Wat betekent zo’n grenspaal’, vraagt Patrick
Cornillie zich af in een gedicht over Clinge/ De Klinge. Voor het gevoel niets, maar
formeel gezien alles: bijvoorbeeld dat de plaatselijke wielerheld Gustaaf Deloor,
winnaar van de eerste Ronde van Spanje, niet in de boeken staat als Nederlander
maar als Belg.

Nee, ik ga geen favorieten aanwijzen, dan voelen lezers te Sint Kruis of Sint
Jansteen, Koewacht (NL) of Koewacht (B) zich misschien gebelgd. Maar een wel
heel charmant onderdeel van deze poëtische parade is de ‘Mollekot Boogie’ van de
Zeeuws-Vlaamse muzikant Ries de Vuyst. Hij zette de grote stap, verhuisde van de
ene kant van de grens naar de andere: ‘’k Bin veruùst, ʼk bin veruùst/ Uùt mijn eigen
land vandaan,/ maar ik weun noe in m’n eigen uùs.’

OverBuren. Poëzie tussen de grenspalen 269 en 369, 80 pag./ 10,- euro.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.