Column: Nu is Jezus geschoeperd

De kerststal wordt van de vliering gehaald. Wat heet traditie? Vroeger kwam een kerstboom er bij ons niet in. Die was heidens.

***********************

Nu is Jezus geschoeperd

door Jan van Damme

We hadden een engel. Ze hing aan een ijzeren ringetje aan de nokbalk van de stal. Een groene jurk met craquelé, roodbruin haar en een mond die altijd op o stond. Een zwevend wezentje met versteende vleugels. Ze hield een banier voor haar buik, met tekst: ‘Gloria in exelsis Deo’ – ik vertaalde het altijd als ‘Leve God’.

Ik heb zitten studeren op de foto van mevrouw Meulenbroek, gisteren in de krant. Ze staat bij de stal in de H.H. Petrus en Pauluskerk in Middelburg. Er hangt een engel aan de dakrand.

De stal werd in mijn Groese kerstjeugd altijd in deze dagen van zolder gehaald. Een houten frame, een rieten dak, gipsen beelden die sporen vertoonden van een leven van in- en uitpakken. Je had de wijze Balthasar, zijn karaf met wierook was in het ongerede geraakt. De herder had een lammetje op zijn arm, het dier was door meerdere valpartijen ernstig verminkt. Her en der was ook herstelwerk zichtbaar. De kop van de kameel stond fier op zijn lijf, maar je mocht er niet aan zitten, de lijm was niet bijzonder betrouwbaar.

Wij waren katholiek. Vanaf de preekstoel was de kerstboom heidens verklaard. In protestantse huizen zag je de met ballen aangeklede boom. Bij ons kwam die met een verwijzing naar de pastoor niet in huis. Een kerststal, daar moesten we het mee doen. Maar die kreeg dan ook een ereplek in de voorkamer. Dat daar ruimte voor was, verbaast me achteraf. Het was de zondagse kamer en met een uit de kluiten gewassen bankstel was die al meer dan gevuld. Een haard met nephoutblokken en twee gloeispiralen moest het in de winter aangenaam maken. We zaten er alleen met hoogtijdagen en verjaardagen. Meestal bleven de schuifdeuren naar de voorkamer dicht.

Opeens was er engelenhaar. Ik weet niet meer hoe en waarom, het was er gewoon. Je kon het over het rieten dak draperen, en rond de vleugellamme engel. Moest het sneeuw voorstellen? Of nevel? Het was kunststof. Toen ik met een kaars Jezus wilde bijlichten, knetterde en siste het op het rieten dak. Nu is Jezus geschoeperd, zeiden we aan de kerstnachttafel met krentenbrood.

PZC 6 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

5 reacties op Column: Nu is Jezus geschoeperd

  1. Johanna Kruit schreef:

    Wat een fijne herinnering is dit, maar ik vraag me af wat ” geschoeperd ” betekent, ik ken dit woord niet….

    • Jan van Damme schreef:

      Dag Johanna, misschien is het een woord dat alleen in kleine kring werd gebruikt. Schoeperen en geschoeperd hebben met aanbranden te maken. Jezus in z’n kribbe was een beetje zwart geworden door het verbrande engelenhaar. Hartelijke groet, Jan

  2. RoseAnne Delafontaine schreef:

    “Geschoeperd” is een West-Vlaams dialectwoord, betekent dus ” verschroeid”
    Mijn roots liggen in Brugge, waar nog volop dialect, doorspekt met Franse woorden, gesproken wordt.

  3. Ireen van Damme schreef:

    Ik ken schoeperen uit WZVl. maar alleen in de betekenis van het afbranden van de haren van geslachte dieren (varken, kip, haan). Daar bestaat ook een verhaal over wat je vast nog eens in een column gaat gebruiken…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.