Wim Hofman (69): Te veel

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Waarom al die duizenden mensen naar Venetië komen? Dat wordt meteen duidelijk als je er komt. De stad is één grote  museale voorziening met prachtige gebouwen, kanalen, paleizen, bruggen, pleinen.

************************

Te veel

door Wim Hofman

Vorige week had ik het over cruiseschepen. Nu zag ik er onlangs toevallig een. Het werd door sleepboten zachtjes door het Canal Grande in Venetië gemanoeuvreerd. Zo’n schip mag daar geen golven maken, omdat deze stad zeer laag ligt. Nu veroorzaakt de komst van zo’n enorm gevaarte toch wel deining. Venetië is een schitterende stad en kunsthistorisch gezien zeer waardevol, dus het is niet verwonderlijk dat de stad elke dag bevolkt wordt met zo’n 150.000 mensen. De inwoners, die ruim in de minderheid zijn, vinden het echter niet nodig dat door de komst van zo’n boot, er opeens weer een paar duizend bij komen. Van de 67.000 inwoners willen er steeds meer weg, geplaagd als ze worden door de drukte en de overvolle straten en opstoppingen. Van de weeromstuit wordt de stad nog meer in beslag genomen door de toeristenindustrie.

De grootste groep toeristen bestaat uit Noord-Amerikanen: er komen er zo’n 600.000 per jaar. Iemand heeft berekend dat hotels en andere logeeradressen zorgen voor meer dan tachtigduizend vierkante kilometer matras. Nu kun je bezwaar hebben tegen al die toeristen, maar Venetië IS toerisme. Alles is gericht op de toerist. Een gewone winkel vind je er praktisch niet, enkel maar winkels met Venetiaans glas, antiek, carnavalsmaskers, T-shirts, dat soort dingen. Er zijn vanzelfsprekend ook veel restaurants, want al die toeristen moeten drinken en eten. Men heeft een beperkt aantal terrassen, want terrassen op pleinen en in straten betekent verlies aan openbare ruimte.

Waarom al die duizenden mensen naar Venetië komen? Dat wordt meteen duidelijk als je er komt. De stad is één grote  museale voorziening met prachtige gebouwen, kanalen, paleizen, bruggen, pleinen. Je hebt er niet alleen  het  wereldberoemde plein met zijn lange zuilengalerij, het  paleis van de Doge, en de San Marcokerk, maar ook een paar honderd andere kerken, tempels en musea vol kunst. Je komt ogen en tijd te kort komt om het allemaal goed in je te kunnen opnemen. Vanzelfsprekend trekt zo’n stad dus mensen, steeds meer mensen, uit alle hoeken van de wereld. Massacosmopolitisme noemt men dat. Op een bepaald moment worden er dat te veel.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.