Versailles aan de Schelde

Verdwenen suikerpaleis in Ellewoutsdijk
Familiekroniek Van Hattum

Een enkel beeld en waterpartij herinnert aan het verdwenen paleis Zorgvliet in Ellewoutsdijk. Anna van Suchtelen herbouwt het buitenhuis in haar boek ‘Versailles aan de Schelde’.

*************************

door Jan van Damme

Meteen bij binnenkomst van Ellewoutsdijk is het raak. Demeter, godin van de landbouw (foto uit boek), heet welkom. Ze staat fier op haar zuil, een korenaar in haar linkerhand, rechts een boeketje veldbloemen. Meer dan honderd jaar resideert ze daar in het dorp onderaan de Westerscheldedijk. Opgepoetst en wel, ze heeft er wel eens groezeliger uit gezien.

We wandelen met schrijfster Anna van Suchtelen over de Langeviele van Ellewoutsdijk. Speurend naar restanten van het buiten Zorgvliet. Demeter is een niet te missen overblijfsel in de tuin die bij het landgoed hoorde. Even verderop, aan de andere kant van de weg, stond wat dorpelingen het ‘suikerpaleis’ van de familie Van Hattum noemden: een in Oosterse stijl uitgebouwd landhuis. Dat was de kern van het landgoed. Anna van Suchtelen (1961), beeldend kunstenaar in Utrecht en rechtstreekse afstammeling van de Van Hattums, schreef een boek over het in 1944 in puin geschoten buitenhuis aan de hand van de levens van drie grootmoeders. Eerst koos ze voor de titel ‘Suikerpaleis in de klei’. Het werd uiteindelijk ‘Versailles aan de Schelde, familiekroniek.’ Die titel is ontleend aan een krantenverslag in 1894, toen het buiten Zorgvliet werd omschreven als ‘een Versailles in miniatuur in een vergeten uithoek aan de Schelde’.

Het is niet meer voor te stellen. Gewoon, aan de doorgaande weg in het Zeeuwse dorp, stond een paleis dat met alle torentjes en versieringen niet had misstaan in ‘duizend en één nacht’. Bij de bevrijding in 1944 werd het landhuis plat gebombardeerd, op de uitkijktoren in de tuin was een Duitser met een verrekijker gesignaleerd. Er werden twee nieuwe huizen op de vrijgekomen grond gebouwd die in niets meer aan het verwoeste buitenhuis doen denken.

Het voor Zeeuwse begrippen buitenissige bouwsel heeft alles te maken met de baggeraarsfamilie Van Hattum uit Sliedrecht. Meer speciaal met Jan Christiaan van Hattum (1837-1909), die als JC door het leven ging. Hij bouwde het familiebedrijf uit tot een concern, dat een vooraanstaande rol speelde bij gigaklussen als het graven van het Panamakanaal. Ook werkte hij aan zeeweringen, spoorlijnen en bruggen in een tijd, dat Nederland zich opmaakte om een moderne natie te worden. Voor een baggeraar als JC viel er goud geld te verdienen. Dat deed hij ook.

Zorgvliet na 1880, foto uit boek

In 1860 bezocht JC Ellewoutsdijk in de hoop daar goede dijkwerkers te vinden. Dat lukte. Bovendien ontmoette hij er Frederika Prümers (1840-1906), de dochter van de plaatselijke notaris. Ze trouwden in 1862. Anna van Suchtelen schrijft: ,,JC heeft zijn hart verpand aan haar dorp, aan heel Zeeland zoals hij stellig beweert.” Dat klopte. Bij de baggeraar thuis in Sliedrecht klotste het geld tegen de plinten. JC kon het breed laten hangen. Hij kocht voor 17.000 gulden de ambachtsheerlijke rechten van Ellewoutsdijk over van zijn schoonmoeder. Daarmee werd hij meteen eigenaar van het dan nog bescheiden buitenhuis Zorgvliet en het daarbij behorende burchtterrein aan de overkant van de weg.

Schilderijzaal in Zorgvliet – foto uit boek

In 1880 en volgende jaren werd er een compleet nieuwe vleugel aan het huis gebouwd in de Oriëntstijl die het huis al kenmerkte. Bij oplevering waren er 29 kamers gerealiseerd, met drie schilderijzalen voor de kunstcollectie van JC en een toneelzaal met een draaiend podium. De centrale verwarming was een verrassende nieuwigheid. Een koetshuis, een druivenkas, een theehuis, een broeikas, een nepruïne, een volière, een plantenkas, een oude slotgracht met een bruggetje, Demeter en andere tuinbeelden, een prieel dat in 1889 op de wereldexpo van Parijs werd gekocht. Zorgvliet werd een vakantieverblijf dat allure uitstraalde.

De dorpsbewoners hadden hier en daar vast hun bedenkingen bij het ‘pronkpaleisje’. Maar ze hielden hun kritiek binnenshuis. Voor JC en zijn vrouw Frederika was het ambachtsheerschap geen lege huls, ze steunden de vaak armoedige inwoners waar ze konden. Dat deden ook hun opvolgers. De kerk werd ook ruim bedeeld, met onder andere een avondmaalservies, een doopvont en vijf kroonluchters op elektriciteit.

Anna van Suchtelen heeft de geschiedenis van Zorgvliet en haar familie beschreven aan de hand van de drie ambachtsvrouwen. Via Frederika komen we bij Jaan (1866-1945) en Guusje (1904-1977). Die laatste was de oma van de schrijfster, ze heeft haar nog goed gekend. In het stadsarchief van Goes trof ze de collectie foto’s aan van oom Cor van Hattum, die honderden keren zijn lens op de indrukwekkende wolkenluchten boven de Westerschelde richtte.

,,Ik voel me heel erg sterk verbonden met Ellewoutsdijk”, zegt de schrijfster. ,,Mijn tante woont hier nog in één van de na de oorlog gebouwde huizen. Haar terrein voelt nog steeds als mijn terrein, in mijn kinderjaren was ik hier op vakantie met mijn broertje en zusje. Je merkt later, dat je gehecht bent geraakt aan een plek. Dat is precies wat ik met mijn boek heb willen onderzoeken: in hoeverre kun je de geest van een huis vangen, ook als het tijdens de bevrijding van de aardbodem is verdwenen.”

Ellewoutsdijk heeft een M.J. van Hattumhuis en een Van Hattumstraat. Bij de jaarlijkse handboogschietwedstrijden op 8 augustus wordt nog steeds om de wisselbeker gestreden, die Jaan van Hattum in 1927 voor het eerst uitreikte.

Anna van Suchtelen: Versailles aan de Schelde – Uitgeverij Cossee, 320 pagina’s, 24,99 euro.

****************

Anna van Suchtelen bij het standbeeld van godin Demeter in de voormalige tuin van landhuis Zorgvliet in Ellewoutsdijk. foto Lex de Meester

 

 

 

 

 

 

Frederika van Hattum – Prümers (1840-1906)

 

 

 

 

 

 

Jaan van Hattum – Dekker (1866-1945)

 

 

 

 

 

 

Guusje van Hattum – van Loenen (1904-1977)

 

 

 

 

 

 

Aanvullingen:

Op pagina 273 herinnert Jaan zich het huis, als alles is kapot geschoten tijdens de bevrijding in de herfst van 1944: ,,Ze had alles gegroet, die avond voor hun overhaaste vertrek. Nu maakt ze de ronde opnieuw in haar hoofd: ze loopt weer door de schilderijzalen, sommige schilderijen licht ze er in gedachten uit. Via de binnentuin loopt ze weer naar de toneelzaal, ze stapt het toneel op en test het draaipodium. Hier kan ze via haar verbeelding de tuin in. Ze opent de kasdeur. Ze kijkt naar de boom die door het dak groeit. Ze inspecteert de cactussen. Over de brug wandelt ze naar het eiland. Ze hoort de pauwen en ze ziet de zwanen in de gracht, en dan vindt ze zichzelf terug op de stenen van de folly, ze klautert er met haar jongemeisjesbenen overheen en ze speelt er een hele zomerse middag lang, totdat ze door haar oma naar binnen wordt geroepen.”

In het boek zijn citaten overgenomen uit eind 19e-eeuwse kranten, die hun verslaggevers naar het bijzondere zomerhuis van de Van Hattums stuurden. Pagina 79: het witte gebouw met torens en versieringen ‘dat als een tooverfee in het eenzame bosch daar voor onze verbaasde blikken verrijst’. …’het gothieke paleisje…’ De reporter is onder de indruk van het elektrische licht, pag. 80: ‘In een oogwenk kan dit tooverpaleisje aan het uithoekje des lands als een vonkelende edelsteen in den duisteren winternacht schitteren’. Over de collectie schilderijen: ‘Er is voor elk wat wils. De verzamelaar heeft overal een greep gedaan, op allerlei wat hem bekoorde beslag gelegd, en aldus eene verzameling bijeen gebracht, waarvan de rijke verscheidenheid zeker niet de minste verdienste is. Roelofs, Bosboom en Ronners, om uit die drie-, vierhonderd schilderijen een paar namen te noemen, voelen zich hier evenzeer thuis als Detti, Beauquesne en Hanedoes, en wie eenige uren in deze rijk gestoffeerde zalen doorbrengt, waant zich ten slotte in ’t hart eener groote stad, maar stellig nooit te Ellewoutsdijk’.

 

Ontmoeting:
Toen ik (Jan van Damme) bij Anna van Suchtelen in Ellewoutsdijk was (dinsdag 7 november 2017), in het huis van de familie Prümers waar Frederika en JC elkaar hebben ontmoet, hebben we ook gesproken over haar bejaarde tante die nog in het dorp woont, in het nieuwe huis in de voormalige ‘overtuin’ van het complex. Tante is op dit moment de ambachtsvrouw van Ellewoutsdijk. Een rondleiding in haar tuin na de presentatie van het boek zag tante volgens Anna van Suchtelen absoluut niet zitten. Vandaar dat ze haar met rust laat. En ook niet al te uitgebreid op de depressiviteit van Guus van Hattum in wil gaan. Die ziekte komt wel uitgebreid aan bod in het boek.
Tijdens een wandeling door het dorp staan we voor het huis dat na de oorlog (ongeveer) op de plaats van het verwoeste Zorgvliet is gebouwd. Anna van Suchtelen heeft er al enkele keren aangebeld, maar steeds niemand thuis getroffen. Deze keer hebben we meer geluk. Het huis blijkt bewoond te worden door het echtpaar Heijmans, Gerjan (oud-chirurg) en Jantina. Ze zijn blij met het bezoek van de schrijfster, ze hebben haar boek al in huis en hebben over de ziekte en medicatie van Guus gelezen. Jantina geeft er blijk van dergelijke informatie nogal privé te vinden. Anna zegt daarop: ,,Natuurlijk heb ik de informatie gekregen van mijn moeder en mijn tante, dus uit de eerste hand.”
Het echtpaar laat enthousiast de oude druivenkas zien, een in een hoek van de tuin onopvallende putto, de achtvormige vijver – helaas zijn de fonteinbeelden net ingepakt – het tuinhuis. De oude hondenbegraafplaats waar vrijwel zeker ook de oude Lorre ligt is gemarkeerd door een beeldje. Het echtpaar heeft een archiefstuk waarop is aangegeven welk dier waar ligt. Met Jantina praat ik nog even over de naam Zorgvliet. Op de gevel van hun huis staat de naam met een ‘h’: Zorghvliet. Volgens Anna pertinent fout, volgens Jantina vrijwel zeker correct.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.