Wim Hofman (68): Aan het strand

Wim Hofman (1941) is schrijver, illustrator, kunstenaar. In zijn rubriek in de PZC geeft hij wekelijks een proeve van zijn kunnen: in woord en beeld. Die PZC-column wordt elke woensdag op Zeelandgeboekt geplaatst. Eind 2016 verscheen een selectie van zijn columns in boekvorm: Bramen plukken.

Het bleken twee Amerikanen te zijn die met een cruiseschip waren meegekomen. Ze vertelden mij dat het leven op zo’n schip niet meeviel. Ze noemden het leven aan boord uiterst saai. Ze hadden het over zeeziekte en over het eten aan boord dat zelden vers was, over zonnebrand en over het amusementsgehalte dat je op je zenuwen ging werken.

*********************

Aan het strand

door Wim Hofman

Op de noordwestpunt van het eiland Aruba, op een heuveltje dat de naam Hudishibana draagt, staat een vuurtoren. Het is een opvallend bouwwerk, ontworpen door een Fransman in 1891, en gebouwd uit plaatselijke steen. Vlakbij heb je een wilde kust met lavarotsen, wat zandduintjes en inhammetjes met strand.

Op een van die strandjes liep ik wat rond. Het moet in 1997 geweest zijn. Er lag heel veel rommel, aangespoelde stukken hout vooral, planken en balken, gebleekt door zout en zon, maar ook plastic, slippers, deksels, flacons en kratten. Het leek alsof de zee een en ander op grootte had gesorteerd.

Ik had juist een plastic poppetje gevonden, een Donald Duckje, zo groot als mijn duim, toen twee mannen op me af kwamen. Het bleken twee Amerikanen te zijn die met een cruiseschip waren meegekomen. Ze vertelden mij dat het leven op zo’n schip niet meeviel. Ze noemden het leven aan boord uiterst saai. Ze hadden het over zeeziekte en over het eten aan boord dat zelden vers was, over zonnebrand en over het amusementsgehalte dat je op je zenuwen ging werken. Ze begonnen ook over de hygiëne aan boord. Ze waren bang voor beestjes in bed en ze durfden hun sokken niet eens op de vloer van hun hut te leggen. Ze waren blij dat ze de medereizigers wat konden ontlopen en vrij over het eiland konden rondstruinen. Ze waren op de vuurtoren afgekomen.

De toren was genoemd naar een houten stoomschip dat California heette en dat hier vlak voor de kust was gezonken. Ze vroegen aan mij hoe het was om op zo’n eiland te wonen. Ik legde uit dat ik maar heel tijdelijk op het eiland was om wat scholen te bezoeken en dat ik nu vrij had en dus wat rondkeek. ,,Lot of rubbish”, zeiden ze en ze wezen naar al het wrakhout en plastic, oliedrums, stukken pallet, verfbussen. ,,Dat komt van cruisechepen”, zei ik.  ,,Of uit Amerika.” Maar dat betwijfelden ze en daarom liet ik hen het pas gevonden Donald Duckje zien. Ze lachten. en keken naar de oceaan, die blauw was en naar Donald Duck in zijn versleten matrozenpakje.  ,,Quite a swim”, zeiden ze. Misschien dachten ze aan thuis.

 

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.