Kerkvolk

Pieter Karman in ‘s-Heer Arendskerke was vijftig jaar organist, veertig jaar kerkkoordirigent en ook nog klokkenluider. Dan heb je een heel reservoir aan verhalen. Die heeft hij nu gebundeld in ‘Kerkvolk’.

door Jan van Damme

In 2011 bleek al dat Pieter Karman een verteller is. Toen debuteerde hij met het boek ‘Mee smaek verteld’. Daarin werden we meegenomen naar zijn jeugd, in het dialect, Colijnsplaat in de jaren 1949-1955. Nu heeft de inmiddels 82-jarige auteur een tweede bundel gepresenteerd, in het ABN: ‘Kerkvolk. Verhalen uit de kerk’.

,,Ik heb een geheugen als een pot. Mijn vrouw wordt er soms niet goed van. Noemt ze een naam en hup, komt er weer een verhaal. Net alsof er een harde schijf in mijn hoofd zit.” Karman heeft ook een heel leven om over te vertellen. Tot 1976 was hij bakker in Colijnsplaat, Middelburg, Renesse, Zierikzee, Oude Tonge en ‘s-Heer Abtskerke. Hhad reuma en werd afgekeurd: ,,Toen heb ik van mijn werk mijn hobby gemaakt. Ik heb in een tuinschuur nog steeds een bakkerijtje. En hobby’s werden mijn werk. Toen er een nieuwe orgelwinkel in Goes kwam, zei de eigenaar: ‘jij moet orgellessen geven’. Ik ben twee jaar naar de muziekschool gegaan om bij te tanken. Niet bevoegd, wel bekwaam, zo zeg ik het altijd. Ik gaf les bij de mensen thuis. Alles werd eigenlijk zo’n beetje op me afgegooid. In 1985 en 1986 heb ik nog les gegeven op de bakkersopleiding van de Wellinge, middelbaar beroepsonderwijs. Ook onbevoegd, toen het aantal leerlingen terugliep vloog ik er als eerste uit.”

Pieter Karman in de kerk van ‘s-Heer Arendskerke – foto Marcelle Davidse

Schrijven is ook zomaar gekomen. ,,Je moet de energie en de moed hebben”, zegt Karman. Dat hij een goede verteller is, weten velen. Zo ook de redactie van het regionale kerkblad ‘Kerkwijzer’. Drie jaar lang leverde hij verhalen voor dat blad, van 2012 tot 2015. Die heeft hij nu gebundeld in zijn nieuwe boek. Het zijn aan de kerk gekoppelde verhalen, beaamt hij, die vooral spelen tussen zondagavond en zondagochtend. Dat klinkt misschien gek, maar hij bedoelt de doordeweekse dagen, juist niet de zondag.

Welgeteld staan er vijftig verhalen in het boek. Over dominees, kosters, organisten en kerkvolk. De vertellingen zijn meest zo uit het eigen leven gegrepen. Logisch, zegt de schrijver in zijn voorwoord: ,,Wel, vanaf mijn vroege jeugd leefde ik dicht bij of in de ‘keuken’ van de kerk. Ik had een vader die naar mijn gevoel altijd ouderling of zelfs Praeses (voorzitter van de kerkenraad) was, broers die de gemeentezang begeleidden en ik zelf fungeerde op toerbeurt met weer een andere broer als orgeltrapper. Een belangrijke functie die bestond uit het verzorgen van de windvoorziening. Geen wind, geen orgelspel!’

We lezen over de dominee, die zonder probleem ‘met de hand’ – zonder orgel – zingt. En over de jongere broer die ‘kerkje’ speelt en in een rollenspel zegt: ‘Ha, Daviedje, noe gae je der an ò!’ Waarop geantwoord wordt: ‘Nou Holiath, di zou uk nie op rekene!’ We komen de spreuk tegen: ‘Zijn de kerken van hout, dan zijn de harten van goud’. In het verhaal ‘Christen- of Sabbathsreize’ maken we kennis met de verschillende soorten trappen die in Zeeuwse kerken naar het orgel leiden. In Zierikzee ‘lijkt de opgang naar de orgelzolder wel een Hemelvaart. Een brede trap met mooie marmeren treden en een glazen deur aan het eind’.

Karman heeft ook herinneringen aan vakanties, waarin de kerk om het hoekje komt kijken. Zelf moet hij nog steeds lachen om de pastoor, die in de Ardennen tijdens een noodweer in een tent van een groep padvindsters terecht komt. De schrijver sluit af met een ‘dankbare verzuchting, hoewel verregend, het celibaat was gered’.

Pieter Karman: Kerkvolk. Verhalen uit de kerk – Uitgeverij BoekScout, 164 pagina’s, 18,99 euro.

Dit bericht is geplaatst in Godsdienst, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.