De Flipperkoning

kustersIn Retranchement hoort hij al zo’n beetje tot het meubilair. Hans Kusters heeft er al 26 jaar een tweede huis. Als de werkweek in Brussel klaar is, strijkt hij neer in het West-Zeeuws-Vlaamse dorp. Dat is de reden dat ik hem toch maar een beetje Zeeuws noem en aandacht besteed aan zijn boek De Flipperkoning. Kusters werd geboren in Breda. Wat weer alle reden is voor BNdeStem om Kusters te interviewen. Ik speel deze keer graag leentjebuur, en neem het verhaal van Willem Jongeneelen over, dat woensdag 22 maart in de West-Brabantse krant verscheen.

Memoires van een monument

door Willem Jongeneelen (BNdeStem)

Sommigen noemen hem een dinosaurus, een monument. Geboren Bredanaar en muziekuitgever Hans Kusters (75) bruist nog altijd van de energie en schreef een boek over zijn rock-‘n-roll-avonturen.

Geboren Bredanaar Hans Kusters, 75 jaar, werkt al een halve eeuw als muziekuitgever vanuit België. Het woord rust komt niet in zijn vocabulaire voor. ,,Ik ben wel 75 jaar, maar gezond, zelfstandig en ik kan nog veel aan. Ik heb altijd een hectisch leven geleid, nooit een beroep van negen tot vijf gekend en neem nog altijd graag veel hooi op mijn vork.”

Kusters vertelt vol trots geboren te zijn in de Koningin Emmalaan in ’t Ginneken. ,,Vijf dagen te laat, op 5 januari 1942. Want vanaf 1 januari behoorde ’t Ginneken bij Breda, dus staat dat in mijn paspoort.”

Brussel

Na de Rijks HBS in de Nassaustraat gaat hij leven, iets vroeger en heftiger dan gepland. ,,Ik kocht een scooter, vertrok naar Spanje, liep er een tien jaar oudere Brusselse dame tegen het lijf en ben iets te lang blijven hangen.” De Brusselse blijkt gehuwd en ziet hij later nooit meer terug. ,,Eenmaal terug in Nederland was ik te laat om me in te schrijven voor de toneelschool of een andere opleiding.”

Dagblad De Stem bood de oplossing. ,,Daarin stond een advertentie: een jeugdblad in Brussel zocht een redacteur/vertaler met goede kennis van de Franse taal en interesse in sport, auto’s en fotografie. Ik dacht: dat is mijn baan! Met een zak vol rijksdaalders ging ik naar de telefooncel aan de Ginnekenweg. ‘Wanneer kun je komen’, vroegen ze. Morgen.”

Op 1 november 1964 vertrekt Hans Kusters naar Brussel. Hij bouwt er een bijzondere carrière op. ,,Ik ontmoette Lammy van den Hout die bij een muziekuitgeverij werkte. Dat veranderde mijn leven volledig.”

Kusters werd uiteindelijk zelf een zeer succesvol muziekuitgever. In de Belgische muziekindustrie noemen ze hem een dinosaurus, een monument. ,,Vaak wordt me gevraagd wat mijn vak inhoudt. Ik leg dat dan in Jip & Janneke-taal uit. Auteurs zijn de papa en mama van een liedje. Dat is hun kindje. Een uitgever moet zorgen dat het kindje groot wordt. Handelen in copyright is handelen in emoties. Clouseau, Stef Bos en Rowwen Hèze konden groeien onder mij. Ik behartig ook de rechten van artiesten als Bruce Springsteen en Tom Waits. Je moet als een waakhond daar bovenop zitten.”

Avontuur

Zijn werk leverde avontuurlijke reizen en verhalen op. Over die keer dat hij roemruchte zanger Ferre Grignard spotte in het Antwerpse café De Muze. Over hoe hij in Hilversum de iconische diskjockey Joost den Draaier ging bewerken om Ring ring I’ve got to sing op de Nederlandse radio te krijgen.

,,Ik ben altijd een radiojongen gebleven. Ik ontdek nog altijd nieuwe dingen. Alleen gaat mijn vak verloren. De tijd van cassettes ontvangen, nieuwe helden ontdekken en die uitgeven, verdwijnt. Veel gebeurt in eigen beheer. Waarom zouden artiesten de rechten afstaan? Tot ze groot worden, want dan is er niets geregeld en blijkt de muziekbusiness een jungle.”

Olé olé olé

Een van de meest bijzondere verhalen in zijn boek De Flipperkoning is dat over de wereldhit Olé Olé Olé, We Are The Champions. Hans liet het nummer ooit componeren, in het Frans, als lied voor voetbalclub Anderlecht die kampioen werd.

,,In het refrein zat toen nog Allez Allez Allez. Later kwam er een Nederlandstalige versie voor de Rode Duivels, omdat die ten koste van Nederland naar het WK in Mexico gingen. Pas echt los ging de danceversie met trompetjes, onder de naam The Name Of The Game.”

Via de discotheken van de Spaanse Costas scoorde het aanvankelijk in Duitsland en later overal in de wereld. ,,In Nederland kwam het lied binnen via de blaaskapellen bij de schaatswedstrijden. Inmiddels zijn er tachtig uitgegeven versies bekend. Alleen in Japan verkocht een versie al twee miljoen exemplaren. Ik kan er verder geen cijfer aanhangen, want het wordt overal ongevraagd gebruikt en je rechten krijgen in bijvoorbeeld Zuid-Amerika, dat doet je belanden in een doolhof.”

Hans Kusters: De Flipperkoning. 75 rock-‘n-roll verhalen van Hans Kusters – Uitgeverij Vrijdag, 272 pagina’s, 22,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Muziek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.