Tijd|Schrift, december 2016

2658_001Zomaar een snipper papier, te dateren op 28 augustus 1860, dit jaar gevonden in een woning in Sluis. Het blijkt een conceptbrief te zijn, opgesteld door de leden van de weeskamer van Sluis, waarin gereageerd wordt op een brief van arts Pieter Rentier. Die Rentier beschuldigt de weeskamer ervan de kantschool van de stad tegen te werken door enkele met name genoemde weesmeisjes niet naar de kantwerkschool te hebben gestuurd. Vanuit dat conceptbriefje schrijft André Bauwens een mooi verhaal over de kantwerkschool van Sluis. Dat is zo ongeveer het summum voor een historicus: op een recent gevonden papiersnipper, die ook nog in extenso wordt getranscribeerd, een compleet en goed gedocumenteerd artikel schrijven

Sluis had het niet breed, halverwege de 19e eeuw. Bijna de helft van de circa 1500 inwoners moest van de bedeling leven. Een aantal gegoede dames besloot tot de oprichting van een kantklosschool. Om meisjes een kosteloze opleiding te geven, zodat ze later in eigen onderhoud zouden kunnen voorzien. De opleiding was een succes. De eerste schooldag, 3 januari 1854, stonden er achttien leerlingen geregistreerd. Een jaar later 47, eind 1856 waren er 56 leerlingen, een jaar later 98. In 1857 werd er een naai- en breiafdeling aan de opleiding toegevoegd. In 1858 werd er een bewaarschool – voor de kleintjes – geopend. Het bestuur jubelde in 1858 dat er niet meer gebedeld werd door ‘in lompen gehulde schepselen’, ‘welke daar vroeger de hand uitstrekten om eene aalmoes of eene sobere bete broods’. De wezen verdienden met klossen, maar moesten een deel van hun verdiensten wel in de kas van de weeskamer storten. Tsja.

Stadsbeiaardier Piet Hamelink doet de geschiedenis van het carillon in het belfort van Sluis uitvoerig uit de doeken. Met aardige passages. Hij beschrijft bijvoorbeeld hoe in de gemeenteraad eind jaren vijftig van de vorige eeuw de zorg werd geuit, dat mensen zenuwziek kunnen worden als het carillon ook ’s nachts ‘zijn automatische melodieën’ zou laten horen. Ook beiaardier Ephrem Delmotte wordt aardig neergezet, als een man die zichzelf bestempelde als ‘een Meester-beiaardier met wereldfaam’, terwijl hij in Oostende bekend stond als ‘de jukebox op klokken’.

Miranda Haak tenslotte schrijft over de Spaanse griep in de jaren 1918-1920. ‘Een vergeten drama’, daarmee is niets te veel gezegd, ook in Zeeuws-Vlaanderen.

Tijd | Schrift, Bulletin van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen – Jaargang 11, nummer 4, volgnummer 44, december 2016.

 

Dit bericht is geplaatst in Heemkunde, Tijdschriften met de tags , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Tijd|Schrift, december 2016

  1. Reuter, Roland schreef:

    Zeeland Geboekt lees ik steeds graag.
    Vandaag een keer:
    Van harte dank!
    RR

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.