Zeeuwse schrijvers 110: Bob den Uyl

bobdenuylMario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 110: Bob den Uyl.

‘Vrouwen van wie bekend is dat zij uit Zeeland geboortig zijn behandel ik altijd met de grootste voorzichtigheid’.

************************************

Pas op voor Zeeuwse meisjes
Bob den Uyl (1930-1992)

door Mario Molegraaf

Het gebeurde in het jaar 1971. Bijna was Bob den Uyl (1930-1992) een Zeeuwse schrijver geworden. Hij had zijn oog op een huisje aan de Abbekindersezandweg laten vallen, even ten zuiden van Goes. Ten slotte bleef zijn woonplaats gewoon Rotterdam. Of eigenlijk was het vooral een uitvalsbasis, hij is vooral beroemd dan wel berucht geworden als reisschrijver. Eén ding is zeker, na het lezen van zijn verhalen blijf je liever thuis. We weten het allemaal wel, maar bijna niemand durft het toe te geven: reizen mag volgens de plaatjes een aaneenschakeling van heerlijke avonturen zijn, de werkelijkheid bestaat doorgaans uit vermiste bankpassen, mislukte maaltijden, ontoegankelijke bezienswaardigheden, tergende verveling. Bob den Uyl beschreef met huiveringwekkende humor nog veel meer rampen die de reiziger kunnen treffen.

Zelfs in Zeeland teistert je tegenslag, als je hem mag geloven. Sla zijn bundel ‘Vreemde verschijnselen’ (1978) er maar op na. ‘De merkwaardigste Chinees waarbij ik ooit heb gegeten oefende zijn bedrijf uit in Vlissingen’, vertelt hij. Andere gasten ontbreken en al snel wordt duidelijk waarom. Bij de Zeeuwse Chinezen moet je dus niet wezen, maar ook voor de Zeeuwse meisjes is het oppassen. ‘Vrouwen van wie bekend is dat zij uit Zeeland geboortig zijn behandel ik altijd met de grootste voorzichtigheid’, onthult Den Uyl. In Vlissingen meende hij eens beet te hebben, hij stemde in met een lange wandeling naar het huis van de schone. Er volgde vijf kilometer vergeefs christelijk bekeringswerk.

Desondanks heeft hij dus even met Zeeuwse verhuisplannen gespeeld. Ze hebben de biografie ‘Een zeker onbehagen’ die Nico Keuning aan hem wijdde niet gehaald. In dat boek lezen we wel over een voettocht die Den Uyl ooit over Zeeuwse wegen voerde. Zo wandelde hij van Zierikzee naar Sint-Philipsland. Zou deze expeditie zijn zin in Zeeland, zijn aandacht voor de Abbekindersezandweg verklaren? Een gedicht erover bevat veel zwarte regels: ‘Regen druppelt in je ogen/zon verzengt je rode kop.’ Maar al lopend werd hij, schrijft hij, van de ondergang gered door ‘kluutgekwetter en spechtenklop.’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Zeeuwse schrijvers 110: Bob den Uyl

  1. Reuter, Roland schreef:

    Oppassen in Zeeland

    “Er volgde vijf kilometer vergeefs christelijk bekeringswerk.”

    Ontbrak het Woord van God en de Heilige Geest op de wandeling?
    Wilde het Meisje toch liever trouwen in plaats van een one-night-stand?
    Hield den Uyl niet van gesprekken?
    Wilde den Uyl niets te maken hebben met God?

    Misschien is God wel te vertrouwen?
    “Bij de Zeeuwse Chinezen moet je dus niet wezen, maar ook voor de Zeeuwse meisjes is het oppassen.”
    Of voor den Uyl
    – helaas nu niet meer-
    en iedereen en allen?

    Allemaal grapjes… laten we het maar lezen…
    Ik wens den Uyl en de lezer en mezelf en allen:

    God pas op – pas op ons.
    Ook 2017.
    Laat ons deelhebben aan jouw eeuwige humor,
    gebruik Zeeland ervoor!
    Wij houden van Zeeland en vooral: Jou!
    Dus kom ons als vreemd verschijnsel tegen -in Zeeland
    en
    Blijve het kerst, pazen en pinksteren
    op Zeeland
    en
    in onze harten.

    Een gelukkig Nieuw Jaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.