Vijand in Bosrijk

sagemecranDe Terneuzense kok Cliff Riemens (1986) houdt woord. Deel 2 van zijn fantasyserie ‘De sage van Mecran’ is verschenen. De titel: ‘Vijand in Bosrijk’ (uitgeverij Boekscout, 19,99 euro). Het eerste deel ‘De zilveren poort’ kwam afgelopen zomer beschikbaar. Het verhaal speelt in het (verzonnen) koninkrijk Ju’Van met de hoofdstad Vatcha. Onder leiding van koningszoon Napur zijn hoofdpersoon Mecran en zijn vrienden door de Zilveren Poort gereisd. Samen met de Elfen trekken ze ten strijde tegen de zogenaamde Thag’güls, oorlogszuchtige wezens die van de Elfen afstammen. Zij bedreigen het koninkrijk. Riemens werkt al aan het derde deel.

Synopsis:

Stampende soldatenlaarzen, roffelende paardenhoeven. Dit kan maar één ding betekenen; oorlog! Onder leiding van kroonprins Napur zijn de mensen door de Zilveren Poort gereisd. Maar waar komen zij in terecht? Zijn de mensen in een complot van de Elfen getrapt? Of zijn het toch de Thag’güls die iedereen meesleuren in een grimmig era van oorlog?
Dit tweede, vlot geschreven fantasyverhaal in De Sage van Mecran geeft de lezer meer inzicht in de ontwikkeling van Mecran en de mensen om hem heen. Maar zulke veranderingen hebben ook gevolgen, voor sommigen soms zelfs misschien fataal? Wie is in de Elfenprovincie Bosrijk de echte vijand?

*****************************

fragment uit Vijand in Bosrijk:

Geratel weerklonk gedempt boven onze hoofden, gevolgd door een doffe klap. Geschreeuw, geratel, weer die klap. Vragend keek ik de Elf aan die zich bij ons gevoegd had.
“Het bombardement is begonnen”, antwoordde de man kort.
“Hoe komt het toch”, vroeg ik op mijn beurt, “dat zoveel van jullie onze taal spreken?”
“In onze geschiedenisboeken staat jullie taal opgetekend, elke soldaat heeft die moeten leren. Menig burger heeft er ook voor gekozen zich te onderrichten in de mensenspraak.”
“Dat is nobel van jullie”, was mijn antwoord.
“Niet echt, het stelde weinig voor eigenlijk. Vergeleken met onze taal en al zijn dialecten klinkt de mensenspraak als het ge-brabbel van kleuters.”
Ik keek op m’n neus. Het zou nog lang duren voor ik aan deze kleineringen gewend zou raken. Als ik de kans kreeg, zou ik die zeker aangrijpen om de Elfen een lesje te leren.
“Het is tijd om naar buiten te gaan, volg mij.”
De Elf opende een deur en ging ons voor door een nauwe gang met weinig licht. Ik ging voorop, Druik achter mij, Reksep zou ergens in het midden moeten lopen en Halshin zorgde ervoor dat er niemand af zou dwalen, voor zo ver dat mogelijk was in deze nauwe gang. Opnieuw een afgesloten deur, van ijzer dit-maal. Het lawaai van het bombardement was luider geworden. Voor mijn gevoel zaten we ook dichter bij het oppervlak. Onze Elfse gids draaide zich om naar mij. Volgens mij was zijn huid een paar tintjes bleker geworden nu we op het punt stonden het slagveld te betreden.
“Klaar, mensenkrijgers?” Ik knikte, niet wetende of mijn stem vast genoeg zou zijn voor een duidelijk antwoord, bij mij liep de spanning nu ook aardig op. De deur ging open en ik keek naar buiten.
Wat ik daar zag deed mijn adem stokken.

Dit bericht is geplaatst in fantasy met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.