Stad en Lande, zomer 2016

2384_001De Gouden Koets wordt momenteel gerestaureerd. Niet zo gek, het voertuig is meer dan een eeuw oud. De kosten van het groot onderhoud worden op 3 miljoen euro geschat. Veel geld, maar het is dan ook de Gouden Koets. In het televisietijdperk is iedereen in de gelegenheid om de koets van dichtbij te zien. In 1948, toen Juliana de troon besteeg, was dat anders. De nieuwe koningin liet de Gouden Koets op tournee door het land gaan. Zodat ook de ‘landgenoten’ buiten de Randstad het door de gebroeders Spijker ontworpen voertuig met eigen ogen konden zien. In het kwartaaltijdschrift van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland herinnert Rinus van Langeraad KAzn. zich hoe Zierikzee uitliep.

Het binnenvaartschip MAWA uit Bergen op Zoom werd speciaal ingericht om de Gouden Koets door Nederland rond te varen. Ook de Calèche uit de Koninklijke Stallen was aan boord. De reizende expositie begon op 25 mei 1949 in Middelburg. Verder werden in Zeeland Vlissingen, Breskens, Terneuzen en Zierikzee bezocht. Zierikzee had dat jaar al twee grote evenementen: de Zierikzeese Middenstands Tentoonstelling en het feest ter gelegenheid van het 1100-jarig bestaan van de stad. Het binnenvaartschip met de Gouden Koets arriveerde donderdagochtend 2 juni in de Nieuwe Haven. Die middag en de volgende dag kwamen er 6300 Schouwen-Duivelanders een kijkje nemen. Van Langeraad: ,,Ik weet nog dat de hoogste klassen van de lagere scholen van het eiland en masse op de fiets naar Zierikzee togen om de koetsen met toebehoren uitgebreid te bekijken. Met name voor de Gouden Koets was veel belangstelling, de bezoekers bekeken zowel de buitenkant als het interieur, met zijn handgemaakte, met vijftien miljoen steken in zijde uitgevoerd gobelin,met veel aandacht. Daar hoorden zij ook dat de koets helemaal niet van goud was, maar van hout dat deels beschilderd was en deels verguld met bladgoud. (…) Of het allemaal nuttige kennis was, die de schoolkinderen daar toen op de Nieuwe Haven te verwerken kregen, is de vraag. Maar blijkbaar wel indrukwekkend omdat ik na ruim vijfenzestig jaar me nog steeds details ervan weet te herinneren.”

Nog meer herinneringen in dit nummer. Piet Karman was getuige van de bouw van de kering in de Oosterschelde: ,,De grootste indruk die mij is bijgebleven, dateert uit het weekend dat we de pijlers in aanbouw bezochten. (…) Als je die kolossen zag, raakte je als bezoeker wel onder de indruk van het geweldige werk dat werd verricht, ongeacht je mening over het doel van de vertoonde prestatie.”

Jan de Jonge schrijft over de ontwikkeling van ziekenfondsen sinds de 19e eeuw.

Jeroen Padmos vertelt over een confrérie – een ‘plattelandsgilde’ – in Oosterland. Vier winkeliers slaan de handen in 1772 bijeen, en weten van de ambachtsheer de toezegging te krijgen dat er niet meer dan vier winkels gevestigd mogen worden. Bakker Anthoni Meermans is één van hen. Als hij naar Zierikzee verhuist en zich later weer in Oosterland wil vestigen, loopt hij tegen zijn mede door hem geïnitieerde vestigingsverbod aan.

Michiel Verweij inventariseert studenten uit Schouwen-Duiveland in Leuven in de jaren 1485-1527: 218 in totaal.

Stad en Lande. Historische bijdragen en mededelingen van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland, 53ste jaargang, juli 2016, nr. 146.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.