100 jaar Titanic (1)

Ik loop een beetje voor de troepen uit. Net als de kapitein van de Costa Concordia bij Italië. Maar ik doe dat veilig thuis aan de hand van Uitgeverij Lannoo, dat wel, en zit niet op een drijvend amusementspaleis dat een saluut wil brengen aan de ouders van de hofmeester. Dit jaar is het precies honderd jaar geleden dat het onzinkbaar geachte passagiersschip Titanic na een aanvaring met een ijsberg ten onder ging in de North Atlantic. De officiële datum is 14/15 april 1912, in Vlissingen wordt zaterdag 14 april de Nationale Herdenking gehouden. Ik ga ervan uit dat het in maart en april van dit jaar in alle kranten, bij alle uitgeverijen en rtv-stations Titanictime zal zijn. Dus zit ik hier nog een beetje in de stilte voor de storm, met een werkelijk fantastisch boek van de Belgische uitgeverij Lannoo, dat al eind vorig jaar verscheen: 100 jaar Titanic, Het verhaal van de Belgen en de Nederlanders.

Ik kan u naar diverse informatierijke boeken en sites over de Titanic verwijzen. Dat doe ik niet, omdat ik de artikelen voor dit weblog toch zoveel mogelijk als afgeronde verhalen wil presenteren, die gelezen kunnen worden zonder dat er nog hier en daar basisinformatie bij elkaar moet worden gesprokkeld.

Het verhaal van de Titanic past in de concurrentieslag, die diverse rederijen honderd jaar geleden met elkaar voerden op de vaart tussen Europa en Amerika. In Nederland had je de Holland-Amerika Lijn (HAL). Er waren verder twee grote Duitse maatschappijen. En natuurlijk Engelse. Begin 20ste eeuw boekte de Cunard Line snelheidsrecords met de (later getorpedeerde) Lusitania, die 4 dagen, 19 uur en 52 minuten over de oversteek van Engeland naar Amerika deed.

De White Star Line van Bruce Ismay zette daar ambitieuze plannen tegenover: de bouw van misschien niet de snelste, maar wel de grootste, veiligste en meest luxueuze stoomschepen, drie in totaal. De schepen werden vanaf 1908 gebouwd in Belfast. De kiel van de tweede, de Titanic, werd gelegd op 31 maart 1909. In cijfers (pag. 15): lengte 269 meter, breedte 28 meter, hoogte (van schoorsteen tot kiel) 53 meter, aantal dekken 10, gewicht 46.328 ton, bedrijfssnelheid 21 knopen (38,8 km/uur), kostprijs 7,5 miljoen dollar. Vergeleken met bijvoorbeeld de huidige, op een Duitse werf gebouwde Disney Fantasy, een behoorlijke slag kleiner, maar de honderd jaar oude cijfers blijven indrukwekkend. En qua smaakvolle luxe en aankleding (foto: trappenhuis van de Titanic) hadden ze begin 20ste eeuw heel wat meer te bieden. Op 31 mei 1911 werd de majestueuze Titanic tewater gelaten.

Ik had nog nooit van het eerste slachtoffer bij de tewaterlating gehoord. Auteur Dirk Musschoot van 100 jaar Titanic heeft wat mij betreft een bewonderenswaardig oog voor de kleine geschiedenis, die de grote gebeurtenissen kleur geeft. Op pagina 20: ,,Om dertien minuten over twaalf schoof de Titanic over 22 ton talk en zeep het water in. There she goes! Het evenement duurde welgeteld 62 seconden. Er steeg gejuich op, tientallen scheepsfluiten traden in actie, vrouwen wuifden met hun zakdoeken, mannen gooiden hun hoeden en petten de lucht in. Haast niemand had iets gemerkt van het drama dat zich op de scheepshelling had afgespeeld. Werkman James Dobbins (43) moest samen met enkele collega’s de resterende houten balken wegslaan die de Titanic in evenwicht hielden. Een van die balken sloeg voortijdig weg en verpletterde een van de benen van de arme Dobbins. Hij werd door zijn collega’s in veiligheid gebracht, maar overleed een dag later in het Victoria Hospital in Belfast.”

De verdere aankleding van het schip, de belading, de passagiers, de ijsberg, het zinken in een tijdsbestek van 2.40 uur, Musschoot houdt dat deel van zijn verhaal beperkt. Terecht, de geschiedenis van de Titanic is tot op de dag van vandaag onderwerp van onderzoek en publicatie. Het drama is dan ook groots: van de 2223 opvarenden kwamen er 1522 om. Er waren te weinig reddingsboten: hun aantal was volgens wettelijke voorschriften afgestemd op het tonnage, niet op het aantal opvarenden. Extra dramatisch wordt het als blijkt dat een fiks aantal plaatsen in de roeiboten onbezet bleef.

In de nacht van 14 op 15 april 1912 ging de Titanic ten onder. Om 23.40 uur werd alarm geslagen – ijsberg in zicht! – het eerste noodsignaal werd om 0.15 uur uitgezonden. Wie James  Cameron’s film Titanic (première december 1997, binnenkort in een 3D-versie in de bioscoop) heeft gezien, zal zich behalve de onmogelijke liefde van Kate Winslet en Leonardo DiCaprio ook de indrukwekkende ondergang van het kolossale schip herinneren. De Carpathia, een passagiersschip van de concurrerende Cunard Line, was als eerste ter plekke en nam de overlevenden, die in de reddingsboten zaten, aan boord. Ze werden de avond van donderdag 18 april 1912 onder enorme belangstelling in New York aan wal gezet. Pag. 41: ,,De Carpathia had dertien reddingssloepen van de Titanic mee naar New York gebracht. In de nacht van donderdag op vrijdag werden die geplunderd door souvenirjagers, die alles wat er los aan zat mee naar huis namen.”

Indrukwekkend vind ik de paragraaf over het Canadese Halifax, de dichtst bij de rampplaats gelegen haven. Vandaaruit voer de Britse kabellegger Mackay-Bennett uit, om lichamen en wrakstukken te bergen (foto: lijkkisten en lijkwagens op de kade in Halifax). Het was nieuws in Belgische kranten, toen het schip op 30 april 1912 terugkwam: ,,De stoomer Mackay-Bennett is met 190 lijken te Halifax aangekomen. Al deze lijken werden naar het doodenhuis overgebracht, alwaar zij zullen gebalsemd en tentoongesteld worden. Er werden ook nog 116 andere lijken opgehaald, doch deze waren reeds in zulken gevorderden staat van ontbinding, of zoo verminkt door stooten der ijsblokken, dat zij onmiddellijk terug in zee moesten geworpen worden.”

Journalist Musschoot reconstrueert in zijn boek de lotgevallen van de 27 Belgen en 3 Nederlanders die aan boord waren, in woord én beeld. Dat wil zeggen: vooral ook veel informatie over familie, geboortestreek, werk, sociale relaties, en als ze gered werden, hun leven na de ramp. Het beeld bestaat uit familiefoto’s en reproducties van documenten en brieven. Hij deed het al in een eerder boek, toen alleen over De Vlamingen op de Titanic. De uitbreiding met de drie Nederlanders is een mooie aanvulling voor de Nederlandse markt – de tentoonstelling De Nederlanders op de Titanic vanaf 11 februari 2012 in het Maritiem Museum in Rotterdam is gebaseerd op deze uitgave. De vraag waarom er zo weinig Nederlanders aan boord waren, wordt in het boek plausibel beantwoord. Er werd in Nederland in tegenstelling tot in Vlaanderen vrijwel geen reclame gemaakt. Dat had waarschijnlijk te maken met de HAL, die men geen concurrentie aan wilde doen, de HAL was immers van dezelfde eigenaar als de White Star Line.

Het agentschap Fedor Berns & Cie in Antwerpen vertegenwoordigde de White Star Line in België. Dat kantoor had in Vlaamse dorpen een fijnmazig netwerk opgebouwd van onderagenten – cafébazen, kruideniers, onderwijzers. De armoede was in die periode dusdanig, dat veel inwoners een nieuw en beter leven in Amerika hoopten te beginnen. De onderagenten zorgden dat ze aan tickets konden komen, zonder dat ze daarvoor helemaal naar Antwerpen moesten reizen. In het boek wordt Frans Van Schandevel er als voorbeeld uitgelicht. Hij was kolenhandelaar en fruitkoopman in Denderhoutem. Hij had ook een café, deed in verzekeringen en verkocht als onderagent tickets voor de boten naar Amerika. Voor de eerste reis van de Titanic verkocht hij elf kaarten. Pag. 57: ,,Per passagier kreeg hij een commissie van vijf frank (vandaag de dag zo’n 26 euro). Hij leverde zijn passagiers in Antwerpen af bij Fedor Berns, werd uitbetaald en keerde tevreden naar Denderhoutem terug. In april 1912 duurde dat voldane gevoel niet lang. Kort na het zinken van de Titanic moest Frans Van Schandevel op het postkantoor van Denderhoutem een telegram afhalen. Het bericht kwam van Fedor Berns & Cie: de Titanic was gezonken! Van Schandevel reed op zijn fiets naar huis en zei, daar aangekomen, tot Celestine Vanderelst, zijn vrouw: ‘Stiene, wilt ge nu wat weten? Den Titanic is vergaan!’ Hij is toen naar boven gegaan en op zijn bed gaan liggen. Frans Van Schandevel heeft het zich erg aangetrokken dat door zijn toedoen veel mensen uit zijn omgeving aan boord van dat schip waren gegaan. Hij was er kapot van en is er ook aan kapotgegaan. Volgens zijn familie is hij nooit meer uit zijn bed geweest. Frans Van Schandevel overleed nog geen jaar later, op 3 maart 1913.”

Ik merk dat ik met dit item qua omvang hopeloos uit de bocht vlieg. We zitten nog ruim voor het echte herdenkingsgedruis begint. Daarom kies ik voor dit boek voor een vervolg, later deze week. Over enkele verarmde Vlamingen, de geheime liefde van een Vlaamse cabaretiere, een muzikant uit Luik, twee Nederlandse avontuurzoekers en de jonkheer-directeur van de Holland/Amerika Lijn.

Met dank aan journalist Dirk Musschoot, die in de Lage Landen waarschijnlijk het best is ingevoerd in het lot van de Belgische en Nederlandse passagiers op de Titanic. Hij publiceerde meer boeken, onder andere Wij gaan naar Amerika, België bevrijd en Van Franschmans en Walenmannen, Vlaamse seizoenarbeiders in den vreemde in de 19de en 20ste eeuw.

Dirk Musschoot: 100 jaar Titanic, Het verhaal van de Belgen en de Nederlanders – Uitgeverij Lannoo, 264 pag., ISBN 978 90 209 9305 9 – NUR 686, prijs 29,99 euro.

Expositie vanaf 11 februari 2012 in het Maritiem Museum in Rotterdam: De Nederlanders op de Titanic.

Nationale Herdenking Titanic, zaterdag 14 april in de Grote of Sint
Jacobskerk in Vlissingen. Initiatiefnemer is de Vlissingse maritiem-historisch publicist Jaap van Belzen. Hij is tevens secretaris- penningmeester van het Comité Nationale herdenking 100 jaar TITANIC. Er zijn toespraken en voordrachten en er is daarnaast veel tijd ingeruimd voor passende koorzang en muziek. Zo wil de organisatie een orkest laten optreden met muziekinstrumenten en liederen die op de TITANIC te horen waren. De herdenking vindt plaats onder auspiciën van de Stichting Instandhouding Sint Jacobskerk Vlissingen, het Zeeuws en Vlaams Volksliederen Archief en shantykoor Het Veerse scheepstuig. Voorzitter van het comité is Herman Maas. Aanvang 14.30 uur. Met speciale medewerking van: het gelegenheidsstrijkorkest Titanic o.l.v. Jos Vogel en shantykoor Het Veerse Scheepstuig o.l.v. Emilia Tabachnik-Li.

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis, Vlaanderen met de tags . Bookmark de permalink.

0 reacties op 100 jaar Titanic (1)

  1. Dennis schreef:

    Hallo Jan, mooi artikel over de Titanic. Wij zijn op zoek naar zoveel mogelijk informatie over de Titanic, dus dank daarvoor. Wel mis ik aanvullende informatie over de vondst van het wrak van de Titanic in 1985. Heb je daar nog informatie over?

    Groeten

  2. Jan van Damme schreef:

    Dag Dennis,

    in het boek van Dirk Musschoot staat wel een en ander over de vondst. Maar dat kun je het beste zelf even naslaan.
    Succes, Jan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.