De onvermijdelijkheid der dingen

raatsPZC van vrijdag 13 mei 2016

Heel kort en toch krachtig

Theo Raats bundelt zijn korte verhalen: humor, ontroering, begrip en onbegrip. Plus een cursus vloerbedekking leggen.

door Jan van Damme
Hoe minder woorden, hoe beter. ‘Schrijven is schrappen’. Die kunst heeft Theo Raats (1947) de afgelopen tien jaar geleerd. Hij begon met het schrijven van columns in 2005, op uitnodiging van Bob Lagaay van Omroep Zeeland. Twee jaar lang ging er elke zondag een ZKV – een Zeer Kort Verhaal – van hem de Zeeuwse ether in. Zo kreeg hij de smaak te pakken. Voor de bundel Zondig in Zeeland leverde hij het verhaal ‘Parre’, dat vervolgens werd geselecteerd voor de bundel Korte Verhalen van Nederland Leest. Het was dus wachten op een bundeling van zijn werk ‘op de korte baan’. Dat boek is er nu, onder de titel: De onvermijdelijkheid der dingen.
Raats is naast verhalenschrijver ook dichter. De liefde voor mooie woorden en zinnen vergezelt hem al een leven lang. Ook toen hij werkzaam was bij aluminiumsmelter Pechiney in het Sloegebied. Van 2013 tot 2015 was hij stadsdichter van Middelburg.
In zijn nieuwste boek heeft hij 69 korte verhalen opgenomen. Qua lengte variëren ze van een halve tot pakweg drie pagina’s. De onderwerpen plukt hij meestal uit zijn persoonlijke levenssfeer.
Een voorbeeld, waarbij het handig is te weten dat Raats in Kattendijke woont: Voor de deur stond een man met een collectebus. Ik vind dat vervelend. Als je in een klein dorp woont zoals ik is de collectant meestal iemand die je kent. Of die jou kent. Volgens mij kun je dan niet zomaar zeggen: ‘Ga maar weg. Je krijgt niets van me.’ ’Waar is het voor?’ vroeg ik. ’Alzheimer’, zei hij. ‘En dementie.’ We keken elkaar aan. Even viel er een stilte. ’Of ben ik hier al geweest?’ vroeg hij.
Wat er verder voorbij komt: een ontmoeting met Harry Mulisch in 1966, een bezoek aan Film by the Sea, een dorpskoers, paardenmest om de dijk op te hogen, de liefde voor de aalscholver, het tijdschrift De Schone Zakdoek, Zeeuwse poëzie, beeldend kunstenaar Jurre in Lewedorp, het verblijf op een Franse fabriek, lastige Franse douaniers, pantservuisten in de polder, stratenmakers die nauwelijks nog moeten bukken, een hongerige reus in een sprookjespark, gedichten voorlezen op de Graafjansfeesten. En nog veel meer. De lezer maakt kennis met vele facetten van de schrijver.
Theo Raats: ,,Een column is voor mij geslaagd als hij de juiste spanningsboog heeft waardoor de lezer de concentratie vasthoudt. Als hij iets los maakt bij de lezer in de vorm van humor, ontroering, begrip of onbegrip. Of de lezer op het verkeerde been zet. Ik probeer dat te bereiken zonder iets te forceren. En ik probeer altijd een oordeel achterwege te laten. Ik ben een beschouwer. Laat anderen maar oordelen. Er wordt al zo veel geschreeuwd in de social media. Ik wil me niet voegen in dat koor. Daarom doe ik veel moeite om te relativeren.’’
In het titelverhaal ‘De onvermijdelijkheid der dingen’ moet er vloerbedekking worden gelegd. Drie en een half bij drie en een half. ,,Ik heb het vier keer nagemeten. Daarna sneed ik met mijn stanleymes uiterst zorgvuldig een stuk tapijt van drie en een half bij drie en een half uit een coupon (…). Toen ik het stuk keurig recht had afgesneden legde ik het netjes op zijn plek. Het was vier centimeter te kort. Er moet buiten mij om iets gebeurd zijn waar ik op dat moment niet de vinger achter kon krijgen. (…) Mijn duimstok was precies een meter. Ik was nuchter. En ik kwam vier centimeter te kort.’’

Theo Raats: De onvermijdelijkheid der dingen – Uitgeverij Liverse, 136 pagina’s,
15,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Columns met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.