Stad en Lande, voorjaar 2016

stadenlandeHet valt me op hoe sterk het eilandelijk karakter van Schouwen-Duiveland eigenlijk is. Lees het nieuwste nummer van Stad en Lande, Historische bijdragen en mededelingen van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland, en je stapt een redelijk tot zeer gesloten wereld binnen. Van jonkheer Laurens de Witte van Citters, die op de cover staat. Van de artsenfamilie Keller in Oosterland en Zierikzee. Van de bewoners van een boerderij aan de Weelweg bij Kerkwerve. Van dienstplichtige Pieter van der Have. Zo bij elkaar is het een lezenswaardig geheel. De van Colijnsplaat afkomstige Piet Karman (1935) heeft het over ‘de hunkering naar wat daar aan de overkant was’ – gezien vanaf Noord-Beveland dus. Hebben Schouwen-Duivelanders ook wel eens een hunkering naar ‘de overkant’?

Het geeft ook wel wat huiselijks, die eigen eilandgerichtheid. Bijvoorbeeld het artikel van André Flikweert over de artsenfamilie Keller. Weinigen weten dat de Kellers in de 19e eeuw een in aanzien staande familie op het eiland waren. De naam kwam tot 1914 op Schouwen-Duiveland voor.  Johan Martin Keller (1765-1855) kwam uit het Zwitserse plaatsje Unterhallau in 1792 in Oosterland terecht. Een jaar later trouwde hij met de vijf jaar jongere Martijntje Schoof . Keller was arts te Oosterland. Zoon Frans Keller (1794-1873) was vanaf 1816 arts in Zierikzee. In 1817 kreeg hij toestemming tot uitoefening van ‘de genees-, heel- en vroedkunde’.  Hij huwde met Leuntje Voordendag (1796-1878). Frans werd in 1847 in de gemeenteraad gekozen en maakte daarvan zestien jaar deel uit. De nazaten Johanna Martina, scheepsreder en assuradeur Johan Jacob, Adriana Cornelia en Catharina Fransina komen ook nog aan bod. Alleen de de op één na jongste kreeg kinderen. Adriana Cornelia (1823-1894) was in 1850 getrouwd met jonkheer Willem Marinus Hendrik de Jonge (1824-1898). Vanaf 1862 was het echtpaar eigenaar van de buitenplaats Mon Plaisir in Schuddebeurs. Dat geeft aan dat er geld in de familie was. Genoemde Frans Keller behoorde kort voor zijn overlijden al tot de 55 meest vermogende inwoners van Zeeland. De naam Keller verdween in 1914 met het overlijden van Catharina Fransina Keller, de jongste zus van Johan Jacob Keller.

Ineke van den Broek neemt het zakboekje van soldaat Pieter van der Have onder de loep. Het is opgenomen in de handschriftenverzameling van het gemeentearchief. Pieter werd in 1807 geboren in Sirjansland. Hij maakte deel uit van de lichting 1826 van de Nationale Militie. Op 1 juli 1831 kreeg hij zijn militaire zakboekje. Daarin moest de rekening voor kleding en uitrusting worden bijgehouden, die hij – net als alle manschappen – bij zijn compagnie had lopen. In het artikel wordt puntsgewijs verteld wat er in het zakboekje staat. Natuurlijk het signalement: lengte 1 el, 6 palmen, 5 duimen, 5 strepen, d.w.z. 1,65 1/2 meter. Achterin het boekje vinden we de staten van kleding en uitrusting, en van wapening en ledergoed. De prijzen staan erbij: de rok was ruim 10 gulden waard, de pantalon ruim 6 gulden, enzovoorts. Tussenliggende bladzijden zijn bestemd voor de lopende rekening van het kleding- en reparatiefonds. Pieter had steeds een schuldsaldo van tussen de 20 en de 40 gulden. Waar fuselier Van der Have heeft gevochten, staat niet in het boekje. Wel dat hij in 1832 het Metalen Kruis kreeg: dat werd uitgereikt aan alle militairen die mee hadden gedaan aan de krijgsverrichtingen in 1830 en 1831.

Tot slot nog even uw aandacht. In het tijdschrift zit een los blad, met daarop de aankondiging van een serie voordrachten over de geschiedenis van Zierikzee, Schouwen-Duiveland en Zeeland, steeds op dinsdagmiddag van 15.00 tot 16.00 uur in de Trouwzaal van het Stadhuismuseum Zierikzee.
– vandaag, 29 maart: Corstiaan Prince – ‘Laat ons winnen dit Crayennist!’ Het Vlaams beleg van Zierikzee, 1303-1304.
– 12 april: Simon Groenveld – Van graafschap naar zelfstandig gewest. Zeeland 1550-1650.
– 19 april: Victor Enthoven – Zierikzee en de Admiraliteit van Zeeland.
– 26 april: Wietse Veenstra – Tussen gewest en Generaliteit. Staatsvorming en financiering van de oorlog te water in de Republiek der Verenigde Nederlanden, in het bijzonder Zeeland 1586-1798.

Stad en Lande, Historische bijdragen en mededelingen van de Vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland – 53e jaargang, maart 2016, nr.145.

 

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Tijdschriften met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.