Hubake's Huis

,,De opgedofte Eva’s, tippelend of struinend, kirrend of streng, vormen het kloppend hart van vrijwel alle vertellingen. De vrouwen zijn de motivatie. Evenveel wortel als stok.” Kan ik zo een signalement van het nieuwste boek van Jan J.B. Kuipers beginnen? Ik weet het niet. Maar ik doe het in elk geval. Marcel Orie, collega-auteur van Kuipers, schreef een nawoord in Hubake’s Huis, de verhalenbundel waar het hier over gaat. In die uitleiding komt Orie met Carl Gustav Jung, de grondlegger van de analytische psychologie, op de proppen. Pag. 352: ,,Zoveel van zijn oeuvre flirt met de Jungiaanse theorie van de archetypen (…).” En daar komt dan meteen Eva op het toneel.

Om me niet meteen in raadselachtige diepten te verliezen, ga ik stapsgewijs te werk. Eerst de biografie, zoals Kuipers (foto) die zelf schrijft: ,,Jan J.B. Kuipers (Zaamslag 1953) is een ‘multi-genreauteur’. Hij publiceerde ongeveer vijftig boeken en honderden bijdragen op het gebied van geschiedenis, archeologie, letteren, SF, thrillers en jeugdliteratuur. In 2005/2006 was hij stadsdichter van Middelburg. Prijzen: King Kong Award (1983 [met Gert P. Kuipers] en 1987), Millennium Award (1997), Zeeuwse Boekenprijs (2005), Gorcumse Literatuurprijs 2004-2005. Essays, artikelen, verhalen en poëzie o.a. in Hollands Maandblad, Optima, Spiegel Historiael, De Tweede Ronde, Traditie; een aantal verhalen in buitenlandse bloemlezingen als An der Grenze. Als dichter was hij een van de eerste beoefenaars van de ‘megafoonpoëzie’. Voorheen was Kuipers onder meer actief als redacteur bij regionaal-historische uitgeverij De Koperen Tuin, rubrieksauteur en redactioneel medewerker van de Encyclopedie van Zeeland, journalist en tekstschrijver. Voorts is hij recensent, columnist, redacteur van Nehalennia, Ballustrada, Zeeuws Erfgoed en medewerker van o.m. het Zeeuws Tijdschrift. Jan Kuipers werkt(e) ook als auteur voor onderwijsmethoden, o.a. Leeslijn (Meulenhoff Educatief), Bronnen (EPN/Wolters Noordhoff) en Speurtocht (ThiemeMeulenhoff) en leverde veel bijdragen aan reeksen als Ganymedes en Vlaamse Filmpjes. Verder werkt hij als tekstschrijver voor exposities, websites en elementen in de openbare ruimte.”

Zo, dat is tenminste overzichtelijk. Jan Kuipers is een ongelooflijk productief schrijver. Op dit weblog komt hij al eerder aan bod als auteur van de Canon van de Middeleeuwen. Dat is een geschiedenisboek, dat ik kan bevatten. Voor mij liggen de verhalen in Hubake’s Huis op het terrein van de fantasy, science fiction, ook al spelen ze nogal eens in het verleden. Hoe je het ook noemt, het is in elk geval een genre waarin ik me niet thuis voel.

En dus neem ik hier mijn toevlucht tot de introductietekst van de uitgever. Hoewel je die wellicht ook twee keer moet lezen, als je nog nooit eerder met het genre kennis hebt gemaakt. ,,Jan J.B. Kuipers maakt het bekende vreemd, het vertrouwde onheilspellend, het historische fabelachtig, en het collectieve strikt persoonlijk.’ Aldus de uitleiding van vakgenoot Marcel Orie bij deze nieuwe collectie verhalen van de man die ooit ‘de Nederlandse Lafferty’ is genoemd. Kuipers’ barokke verhaaluniversum put sindsdien uit zo diverse bronnen en stromingen als sciencefiction & fantasy, mythologie en occulte folklore, postmoderne verhaaltheorie, de avonturen- en historische roman, slipstream en meer. Achter de deur van Hubake’s Huis ontmoet de lezer vertrouwde personages als Philostratos Buguraz, maar ook nieuwe intrigerende karakters als Madame Solowoyow en Helena Blavatsky. Fictieve avonturen van historische personages of andersom? Eén ding is zeker: de bezoeker van Hubake’s Huis heeft toegang verkregen tot zeer uiteenlopende plekken en tijden als Alaska rond 1900, de Planeet van Ooyrade aan het eind van de geschiedenis, de Cubaanse riffen aan het begin van de negentiende eeuw, de verste uithoeken van de Sringi Nevel en het in de vroege literatuurhistorie verscholen Antwerpen. En al het vreemde raakt bekend…”

De verhalen in dit boek zijn sinds 1995 in diverse tijdschriften en verhalenbundelingen verschenen.

Ik heb tijdens het lezen ernstig nagedacht hoe ik deze voor mij peilloze en ongrijpbare vertellingen enigszins coherent in een signalement zou kunnen vatten. Een bevredigende oplossing heb ik niet gevonden. Het is het archetypische taalgebruik, de uitwaaierende verteltrant die zich niet laat vangen. Althans niet door mij. Ik neem mijn toevlucht tot het nawoord van Orie, waarvan enkele citaten u hopelijk iets dichter bij het boek brengen. Op pagina 352 haalt hij een ctaat van Kuipers aan: ,,De verbeelding moet ordenen wat zich uit de zwemende diepten aandient.” Onderaan diezelfde pagina heeft Orie het over ,,zorgvuldig ontsporende vertellingen”. Op pagina 354: ,,Alle decorum en mooie praatjes ten spijt: vrijwel zonder uitzondering eindigen de verhalen in een staat van steeds verder uitbottende chaos en disorde.” Pagina 355: ,,Een dergelijke overdaad aan mythologische elementen, archetypes, intriges, anachronismen en stijlfiguren is kenmerkend voor Kuipers’ verhalend oeuvre. Door alles op elkaar te stapelen tot een wankele en onmogelijke toren, laat Kuipers ons weten dat we mogen twijfelen.” Pagina 356 tot slot: ,,Om van de Kuiperiaanse verhalen te kunnen genieten, mag de suspension of disbelief nooit volledig worden. Ze zijn beslist niet bedoeld als tijdelijk realiteits-substituut, waarbij de lezer als onzichtbaar zwevende toeschouwer aanwezig is. Nee, actieve participatie wordt vereist. Het brein dient gekickstart te worden. Lezen moet worden: ontcijferen. De lezer moet weten dat hij in een vertelling rondwaart.”

Kuipers biedt proza, dat je moet ondergaan. Mij lukt dat niet zo. Eén citaat, uit het verhaal Abreds kwekeling, komt denk ik dicht bij wat Kuipers wil bereiken (pag. 209): ,,Atelsten keek met een frons in het boek op zijn schoot, zag de kloeke druk en de verluchtingen die als vensters op een andere wereld waren, en plotseling, even, scheen het hem toe dat die andere wereld de werkelijke was, en de zijne niet meer dan een flauwe, vervormde afspiegeling daarvan.”

Dat de ‘huiveringwekkend bleke Daerdrae’ in dit verhaal op pure wilskracht de kasteelheer kinderen onthoudt, dat brengt me terug waar ik begon. Inderdaad, ook hier is de vrouw – hoewel spaarzaam aanwezig – het centrum.

Jan J.B. Kuipers: Hubake’s Huis – Uitgeverij Verschijnsel, 361 pagina’s, 18,95 euro.

 
 

 

Dit bericht is geplaatst in Historische roman, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.