Zeeuws Tijdschrift, nummer 1, 2016

2127_001

Net een beetje bekomen van een heel jaar vol activiteiten en herdenkingen in het kader van Vlissingen zevenhonderd jaar stad, valt het nieuwe Zeeuws Tijdschrift op de mat. Vlissingen 700 meldt de cover. Het blijkt om een themanummer te gaan, waarin het jubileumjaar van de Scheldestad centraal staat. Ik vroeg me af: wat zou de gedachte van de redactie zijn, om nu met dat Vlissingen-nummer te komen? Een terugblik, een tastbaar aandenken aan een memorabel jaar? Dat zal vast zo zijn.
Maar…

Ik vind het echt een beetje raar om in maart 2016 met een themanummer te komen, waarin de viering van ‘Vlissingen zevenhonderd jaar stad’ centraal staat. Dit themanummer had – naar mijn gevoel – precies een jaar geleden moeten verschijnen. Dan zou het logisch geweest zijn om een activiteitenoverzicht van zes pagina’s te plaatsen. Dan zou het ook voor de hand hebben gelegen om schrijvers als Wim Brands, Mario Molegraaf, André van der Veeke en hoofdredacteur Paul van der Velde zelf over Vlissingen en Vlissingers te laten mijmeren. Hun bijdragen zijn beslist de moeite waard, maar het gevoel van ‘mosterd na de maaltijd’ blijft.

Dat geldt zeker ook voor het rondetafelgesprek over ‘kansen, bedreigingen, misverstanden, de mentaliteit van de Vlissinger en ‘het voordeel van een lege kas’.’ De deelnemers doen hun best. De deelnemers, dat zijn: Bert van Hoepen, directeur van de Koninklijke Schelde Groep; Henk Postma, oud-journalist van de PZC en cultureel ondernemer; wethouder John de Jonge van Financiën in Vlissingen; Paul Sonke, voormalig directeur van de Theaterschool en bestuurder van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten; Jan van Beekhuizen, directeur van woningbouwcorporatie L’Escaut; Koos Scherphuis, ondernemer en bestuurder. Ze doen hun best, maar echt verrassend wil hun gesprek niet worden. Vlissingen blijft ‘een eeuwige belofte’, er heerst een soort tegenkracht die vernieuwing bijna onmogelijk maakt, Vlissingen is in alle opzichten te eenzijdig en dat moet veranderen, voor kwalitatief goed kunst- en cultuurbeleid heb je continuïteit nodig, er moeten duidelijke keuzes worden gemaakt. Aan het begin van een jubileumjaar kun je met dergelijke niet echt verrassende stellingen misschien nog een discussie losmaken. Na afloop van het jaar lukt dat niet.

Wat het aanzwengelen van discussie betreft moeten we eigenlijk bij Peter van Druenen terecht. De stadshistoricus komt in dit themanummer ruim aan bod. Zijn standaardwerk ‘Vissers, kapers, arbeiders’ wordt besproken, en hij geeft zelf in vogelvlucht een overzicht van de geschiedenis zoals hij die ziet. In het laatste nummer van het tijdschrift Den Spiegel schreef hij ook over Vlissingen en de toekomst, en kwam daar met concrete voorstellen om meer leven in het stadscentrum te brengen. Dat levert volgens mij meer stof voor discussie dan de weerslag van het rondetafelgesprek in het Zeeuws Tijdschrift.

Tijdens het jubileumjaar werden er vier symposia georganiseerd. Joep Bremmers en Veronica Frenks doen verslag van elk symposium: 1. Vlissingen in de Middeleeuwen; 2. De eeuwige strijd om Vlissingen; 3. Het Vlissingse ondernemersklimaat; 4. De architectuur van Vlissingen. Wat dit onderdeel betreft heb ik nog het meest het gevoel van ja, uiteraard kom je daarmee achteraf aanzetten. Het zijn waardevolle teksten voor zowel de deelnemers als de mensen die verstek lieten gaan.

Er worden twee exposities besproken. Het artikel over Frans Naerebout is inderdaad, zoals de subtitel aangeeft, een impressie van een voorbije tentoonstelling. De expositie met het maritieme werk van vader en zoon Schütz kan nog tot 24 april worden bezocht.

Tenslotte nog even aandacht voor Leonard Blussé en zijn verhaal over de eerste Chinees in Vlissingen. Hij werd getriggerd door het portretje van de Chinees Yppong in deel II van de Geschiedenis van Zeeland. Hij slaagt erin de Chinese tekst naast het portret te vertalen en ontdekt dat Yppong/Empo een belangrijke adviseur van de VOC is geweest: ,,Hij was het die Jan Pietersz. Coen de ideeën aan de hand deed voor diens agressieve Chinastrategie.”

Als je het geheel zo overziet, dan had dit Zeeuws Tijdschrift een jaar geleden een mooie ouverture van het Vlissingse jubileumjaar kunnen zijn. Ik ben benieuwd hoe voortvarend de redactie Middelburg 800 gaat aanpakken.

Zeeuws Tijdschrift, jaargang 66, nummer 1, 2016, los nummer 12,50 euro.

 

**************************************

PZC van 5 maart 2016

Hommage aan Vlissingen

door Claudia Sondervan
VLISSINGEN – Het Zeeuws Tijdschrift blikt nog eens terug op het jubeljaar ‘Vlissingen 700 jaar stad’ met een editie die geheel aan Vlissingen gewijd is.
Het tijdschrift werd vrijdag 4 maart 2016 gepresenteerd in de bibliotheek van Vlissingen. Hoofdredacteur Paul van der Velde reikte wethouders John de Jonge en Sem Stroosnijder de eerste exemplaren aan.
Peter van Druenen gaat in vogelvlucht door zijn lijvige boek ‘Vlissingen 700, Vissers, Kapers, Arbeiders’. In het blad ook een poging van zes Vlissingers om vooruit te kijken in een weerslag van een rondetafelgesprek met woningcorporatiedirecteur Jan van Beekhuizen, wethouder John de Jonge, oud-Theaterschooldirecteur Paul Sonke, oud-krantenuitgever Koos Scherphuis, Koninklijke Scheldegroepdirecteur Bert van Hoepen en PZC-journalist Henk Postma. Er wordt in het verslag vooral gehamerd op wat er niet is in Vlissingen. Onterecht, zei Van Druenen gisteren, want de volgende transitie van Vlissingen is al begonnen: die van zorgstad. „Niet van zorg voor ouderen maar ook van zorg voor dienstverlening, nieuwe media en cultuur.”
Het tijdschrift biedt verslagen van de vier symposia die vorig jaar over de stad gehouden zijn en portretten van Vlissingers die naam maakten in de poëzie (Hans Verhagen) en schilderkunst (Schutz, Jurcka, Naerebout). En curiositeiten, zoals het verhaal van de eerste Chinees in Vlissingen, handelaar Empo in 1600.

Het tijdschrift is bij de bibliotheek en boekhandels verkrijgbaar.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Zeeuws Tijdschrift, nummer 1, 2016

  1. Guus Dewulf schreef:

    Geschreven reacties kunnen bovenstaande teksten terecht zijn; maar in hoeverre worden die breed gedragen…; als oud-Vlissinger verbaas ik mij soms om de onbegrijpelijke harde ingrepen van de binnenstad. De Bellamie bestaat niet meer; is gewoon “ingeteerd” als laatste oplossing van alle voorgaande en geimproviceerde varianten, terwijl de Walstraat er nog steeds om vraagt ook eens serieus genomen te worden…
    een totaal-plaatje van de binnenstad mis ik nog steeds sinds 1960….
    Ik kom sporadisch naar Vlissingen, hou van de stad, ben er opgegroeid, mijn vader was er loods, ken veel oude straatjes van toen, respecteer de ontwikkelingen van nu, maar mis de identeit van toen….. groet Guus Dewulf…

  2. Carolus Caminus schreef:

    Verhaal over Yppong klopt helemaal niet! in het onderzoek rapport staat dat hij na 6 maanden op 28 januari 1601 vertrok vanuit Vlissingen. Yppong kwam een halfjaar eerder op 31 mei 1600 in Middelburg aan. aan boord van het schip de Langebark onder de bevelhebber Gerard le Roy.

    zie ook: https://www.vocsite.nl/schepen/detail.html?id=11708

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.