Zeeuwse schrijvers 69: Karel Eykman

omslag EykmanMario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 69: Karel Eykman – ,,Opvallend is ook het gebrek aan scherpe randen, alsof dit bestaan geen snijdender verdriet kende dan een door een kat gegrepen duif: ‘Woedend gillen, snikkend schreeuwen’.”

door Mario Molegraaf
Pas voorbij Rotterdam begint het. Nog even een hel van havens, een furie van fabrieken, een woestijn van wegen door. En dan breekt de wereld open, eindelijk weer dijken, uitzicht, velden, vrijheid. De route naar het zuiden, de route naar Zeeland, de route die ook Karel Eykman heeft genomen. Tachtig jaar geleden werd hij in Rotterdam geboren en hij viert dat met het persoonlijke boek Jaarringen.
Een leuk idee, zijn leven vanaf 1936 tot 2016 in tachtig gedichten, voor ieder jaar één. Misschien is de poëzie niet altijd even meeslepend. Opvallend is ook het gebrek aan scherpe randen, alsof dit bestaan geen snijdender verdriet kende dan een door een kat gegrepen duif: ‘Woedend gillen, snikkend schreeuwen’. Het is dan 1946, en sindsdie tijd lijkt de dichter nergens van wakker te hebben gelegen. Om jaloers op te wezen.
Want Eykman blikt allerminst terug op een leeg leven. Hij was predikant, kinderboekenschrijver, werkte mee aan De Stratemakeropzeeshow, en deed nog veel meer. We volgen het in dit boek allemaal: het bombardement op Rotterdam van 1940, de poëzie voor zijn ‘verre prinses’ in de schoolkrant, zijn televisiebewerkingen van bijbelliteratuur en het gezinsleven: ‘Op huis aan/ naar Pauline en onze baby’. Voor de meeste rimpeling zorgt nog het geloof, waarmee hij al moeite had toen hij theologie studeerde.
De bundel is een tachtig gedichten lang aangehouden kreet: ik was hier. Eykman was ook in Zeeland. In 1953 kwam hij in de buurt: ‘We zouden naar zomerkamp in Ouddorp’. Hij herinnert zich het ‘moedeloze landschap’ van kort na de watersnoodramp. Maar 1941 was een wel heel memorabel jaar. Kleine Karel vierde vakantie ‘in het zomerhuisje, Zoutelande’. Als op een warme middag iedereen slaapt, gaat hij op verkenning uit. Een ontmoeting met een ezel wordt verstoord door de komst van zijn moeder. Die vraagt: waarom ben je weggelopen? Omdat hij, naar hij schrijft, ‘graag een beetje kwijt’ is. Dát is het, daarom voel ik me met Rotterdam in de achteruitkijkspiegel altijd zo bevrijd.

Karel Eykman: Jaarringen – De Harmonie Amsterdam, 176 pag., 19,90 euro.

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Poëzie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.