Nehalennia, winter 2015-2016

2057_001Een ontdekker (her)ontdekt! Zo las ik het artikel van Kees Beaart over Middelburger Johannes Goedaert (1617-1668). Het verhaal staat in het winternummer (190) van Nehalennia, het bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Zeeuwsch Genootschap en de Zêêuwse Dialect Verênigieng. Goedaert ,,is de ontdekker van de gedaanteverwisseling van insecten en de grondlegger van de insectenkunde, de entomologie.” Oud-docent Beaart noemt Goedaerts werk baanbrekend: het was het begin van nieuw onderzoek naar het leven van insecten. Volgend jaar is het precies vierhonderd jaar geleden dat Johannes Goedaert in Middelburg werd geboren.

Het ziet ernaar uit dat we volgend jaar nog meer van Goedaert zullen horen. Beaart heeft in het kader van ‘800 jaar Middelburg’ voorgesteld het geboortejaar van de insectenkundige te herdenken. Wie kan daar nu op tegen zijn? Beaart noemt het onbegrijpelijk dat de entomoloog niet al veel eerder meer bekendheid heeft gekregen.

Goedaert werd geboren tijdens het Twaalfjarig Bestand in de Tachtigjarige Oorlog. In die tijd is er volgens Beaart sprake van een ‘veranderend wereldbeeld’, als gevolg van (o.a.) de boekdrukkunst, de Reformatie en de ontdekkingsreizen. De wetenschap kwam losser te staan van de Bijbel. Kort door de bocht gezegd: de tijd was rijp voor nieuwe ontwikkelingen. Zeker ook in Middelburg, waar Lipperhey de verrekijker verder ontwikkelde en de gebroeders Van de Venne tussen 1618 en 1625 een cultureel centrum tot bloei lieten komen. Johannes Goedaert past in die opsomming. Beaart zegt over hem: ,,aanvang van gedocumenteerd onderzoek van insecten door Johannes Goedaert in 1635, met als resultaat de ontdekking van de gedaanteverwisseling van insecten.” De Middelburgse uitgever/kunstschilder Jaques Fierens publiceerde Goedaerts ontdekkingen tussen 1660 en 1669.

Goedaert ontkrachtte de tot dan toe aangehangen theorie van ‘spontane generatie’: dat kleine dieren spontaan door rotting kunnen ontstaan. Hij ontdekte dat muggen zich uit eitjes ontwikkelen en dus niet uit dauw ontstaan. Zijn boek Metamorphosis Naturalis is door Huib J. Zuidervaart al eens ‘misschien wel de belangrijkste wetenschappelijke studie van Zeeuwse bodem’ genoemd.

Jaco Simons heeft een soort genealogie van het verdwenen Huys ten Duyne aan de voet van de Oostkapelse duinen opgesteld. Wat een werk! Adriaen Wisse, Jhr. Van Tuijll, Resen, Van der Stringe en De Mauregnault, Godin, Thibaut van Aagtekerke, Slicher van Bath, Boddaert en Maljaars: al die families zijn kortere of langere tijd verbonden geweest met het buitenhuis en landgoed. Simons weet over elke eigenaar bijzonderheden te vermelden. De naam Huys ten Duyne duikt rond 1665 voor het eerst op. Onder Jacques Phoenix Boddaert werd tussen 1849 en 1852 met de afbraak van het buitenhuis begonnen. Van de buitenplaats is alleen nog een vijver over.

Het openingsartikel van Anya Luscombe – hoofddocent van het University College Roosevelt – gaat over de parlevinkers op het Kanaal door Zuid-Beveland. Ze speelt daarmee in op het jubileum: het kanaal werd 11 oktober 1866 feestelijk geopend. Aan de ene kant Wemeldinge, aan de andere Hansweert. Er bestaat een lokaal project dat de verhalen van parlevinkers – kleine ondernemers die schepen bevoorraadden – verzamelt.

Nadat Jan Kuipers na 25 jaar hoofdredacteurschap afscheid heeft genomen, komen we in het dialectdeel in winterse sferen. U kunt winterervaringen van vroeger insturen. Dat het zo koud was dat je tong vastvroor aan een mes…

Nehalennia, bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Zeeuwsch Genootschap en de Zêêuwse Dialect Verênigieng, aflevering 190, winternummer, december 2015.

 

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.