Henk Saeijs, stormloper in een delta

henk_saeijs_stormloperStormloper in een delta verscheen in september vorig jaar. Bijna 350 pagina’s werk en leven van Henk Saeijs (1935), de eerste bioloog binnen de gelederen van Rijkswaterstaat. Het is een autobiografie. In die zin: Saeijs vertelde, en zijn oud-collega Rijkswaterstater Leo Santbergen schreef. Achteraf hebben ze samen de tekst geredigeerd, geschikt en aangevuld met fragmenten uit artikelen en toespraken van Saeijs. Het is een prettig lezenswaardig geheel geworden, met voor het eerst veel informatie over de jeugd van de hoofdpersoon. Het werk staat in dit boek op de eerste plaats, we volgen de loopbaan van Saeijs, van de milieudienst tot HID van Rijkswaterstaat in Zeeland. Enkele grote projecten als de Grevelingen en de Westerschelde krijgen aparte hoofdstukken.

De term ‘stormloper’ komt van bisschop Tiny Muskens. Op Saeijs’ afscheidssymposium bij Rijkswaterstaat noemde de bisschop hem een ‘titan’, ,,iemand die op onstuimige wijze stormloopt tegen de heersende opvattingen.” De bisschop legde een verband met de jeugd van Saeijs in Indonesië (pagina VIII): ,,Je doorstond het Jappenkamp, moest jezelf privé basisschoolstof eigen maken, wist je toch door de middelbare school te worstelen en ontwikkelde zo een enorm doorzettingsvermogen. Zeeland is voor jou een mini-Indonesië. Water, land en de mens worden ook hier als een hechte eenheid beleefd. Je leert er dat stormlopen van, dat de titan kenmerkt.”

Saeijs noemt zichzelf een ‘ondernemend jongetje’ (pag. 15), ‘een vrijbuiter eerste klas’ (pag. 34), een ‘vrijbuiter en onderzoeker’ (pag. 66). Biologie is een ‘roeping’ (pag. 15). Indonesië laat hem nooit meer los (pag. 28): ,,In gedachten beleef ik nog vaak de heerlijke geuren, de geluiden van het marktleven en de breekbare stilte van het oerwoud.” Hij leert er dat ,,Moeder Natuur de beste ingenieur is” (pag. 71).

Een enkele keer kom ik uitspraken tegen, waarvan ik me afvraag of je die over jezelf moet zeggen. Pag. 93: ,,Binnen de Deltadienst viel ik op door een scherp analytisch vermogen.” Wat weer wel sympathie oproept is de volgende zin (pag. 119): ,,Ik ben geen klokkenluider geweest, eerder een ‘domme’ hoofdingenieur-directeur die zijn mond niet kon houden.” Die houding zorgde ervoor dat zijn lange tijd goede relatie met minister Neelie Smit-Kroes bekoelde.

De anekdote over de eerste jaren bij de afdeling Milieuonderzoek van de Deltadienst (pag.107) is het vermelden waard: ,,Het was een tijd van minder strakke zeden. Mijn werkkamer grensde direct aan de keuken. Het regelmatige gegiechel en andere geluiden deden mij vermoeden dat daar niet alleen koffie en thee werden gezet. Zo nu en dan onderwierpen de onderzoekers ook elkaar aan een nauwgezet onderzoek. Ik zag het met lede ogen aan. Ontrouw greep als een ware epidemie om zich heen. Samen met mijn vrouw Mieke heb ik mijn handen vol gehad aan het ‘redden van huwelijken’. Ik herinner me dat een collega met een piketpaal op het slik achter een andere collega aanrende vanwege vermeend overspel met zijn vriendin.”

**************************************

PZC van vrijdag 8 januari 2016:

Hij sprak van ontpolderen
Henk Saeijs, bioloog van Rijkswaterstaat

Bioloog Henk Saeijs was de ‘zachte kant’ van Rijkswaterstaat. Hij sprak als eerste over ontpoldering.

door Jan van Damme
Het heeft weinig gescheeld of Henk Saeijs (1935) had voor een carrière in het onderwijs gekozen. De uitnodiging om als universitair docent biologie in 1971 in Utrecht een nieuwe lerarenopleiding op te zetten was heel verleidelijk, vertelt hij op pagina 77 in zijn autobiografie Henk Saeijs, stormloper in een delta. Had hij die keuze gemaakt, dan hadden we in Zeeland weinig van hem vernomen. Maar het liep anders. Rijkswaterstaat was al vijftien jaar bezig met de Deltawerken. Civiel ingenieurs die vooral van cijfers wisten hadden daar van oudsher het heft in handen. Precies in de tijd dat Saeijs twijfelde werd de roep om een minder technocratisch waterbeheer sterker. Dat idee sprak hem aan, en zo werd hij de eerste bioloog binnen een club van overwegend stramme ingenieurs. En kregen we dus in Zeeland volop met hem te maken. Eerst als onderzoeker, die de gevolgen van de aanleg van dammen en andere ingrepen in kaart moest brengen. Van 1989 tot 1999 was hij hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat directie Zeeland.
Saeijs liet het schrijven van zijn levensverhaal over aan Leo Santbergen, met wie hij binnen Rijkswaterstaat jarenlang nauw samenwerkte. Ze vulden hun gesprekken aan met fragmenten van lezingen en artikelen uit kranten en tijdschriften. Bovendien werd een selectie uit de ongepubliceerde gedichten van de waterstaatsman opgenomen.
Het verhaal over het werk in de delta wordt voorafgegaan door jeugdherinneringen. Zijn vader werd in 1927 voor de Bataafse Petroleum Maatschappij naar Indonesië uitgezonden. Henk werd als derde in een gezin met vier kinderen geboren in Sangasanga-dalam op Borneo. We lezen over een avontuurlijke jeugd met apen, krokodillen, waringin – vijgenboom met luchtwrtels – en een huiskaketoe. Van 1942 tot 1945 leefde hij met zijn moeder, twee oudere zussen en een jongere broer onder erbarmelijke omstandigheden in diverse jappenkampen. Die tijd, zo vertelt hij, maakte van hem een vrijbuiter én een onderzoeker, die moeilijk in het gareel was te houden.
prins_filip

Henk Saeijs (rechts) met de Belgische prins Filip op de stormvloedkering, 11 mei 1992 – foto uit boek, bron Jaap Wolterbeek.

Ook later in Zeeland, waar hij uitgroeide tot een ‘gedreven ambassadeur van integraal waterbeheer’, werd hij wel zo gekarakteriseerd. Dat hij de eerste was die in de jaren negentig ontpoldering opperde als natuurcompensatie voor de verdieping van de Westerschelde, past in dat beeld. In 1996 zei hij: ,,Wanneer het nu niet lukt, zal er in de toekomst toch worden ontpolderd. Want sommige zaken zijn nu eenmaal zo logisch en vanzelfsprekend, dat er vroeg of laat toch maatschappelijk draagvlak voor ontstaat.’’ Die uitspraak, zegt Saeijs nu, ,,is van profetische waarde gebleken.’’

Henk Saeijs, stormloper in een delta. Opgetekend door Leo Santbergen – Uitgeverij Eburon, info@eburon, 384 pagina’s, 24,99 euro.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Waterstaat met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.