Van Dalia 70: Bestek

vandalevignetRein Leentfaar uit Breskens schrijft inmiddels meer dan een jaar een wekelijkse column voor Zeelandgeboekt. Hulde daarvoor! Wat mij betreft gaan we nog een tijdje door met Van Dalia. Het nieuwe woordenboek is net uit. En wat Rein uit de Van Dale haalt blijft boeiend genoeg. Je krijgt net weer eens een andere blik op een woord of een begrip, waaraan je in het dagelijkse leven gedachteloos voorbij gaat. Vandaar nu aflevering 70: Bestek.

Bestek

Bij bestek denk ik aan lepels, messen en vorken.

We starten met ‘*lepel*’. Omdat eten een levensbehoefte is, levert dat veel treffers op, een selectie: apostellepels = stel van dertien lepels waarvan er twaalf een afbeelding van een apostel op de steel hebben, terwijl de dertiende een afbeelding van Christus draagt, geboortelepel = zilveren lepel met toepasselijke versiering die vroeger vaak aan een jonggeborene (resp. zijn moeder) ten geschenke werd gegeven, klepel (!), etc., lepelexcavateur (graafmachine), lepels-en-vorken (het herderstasje), ze zijn lepeltje lepeltje: ze passen goed bij elkaar (o.a. in bed), lepeltje liggen: als twee lepeltjes tegen elkaar in bed liggen, lepelbal (lob of lobbal), hotel de Houten lepel (gevangenis) en lepeltjesheide (cranberry, Amerikaanse veenbes).

Vervolgens zoeken naar ‘*mes*’ geeft een nog royaler aanbod, we doen een greep: all the perfumes (!) of Arabia (een hyperbolische formule met de waarde ‘niets ter wereld’), argumentum e silentio (argument ontleend aan het stilzwijgen van de wet of overeenkomst over een bepaalde kwestie), armes parlantes (familiewapen waarvan de voorstelling zinspeelt op de familienaam, bv. een os voor Van Os), auri sacra fames (de vervloekte honger naar goud), bouts rimés (verzen op opgegeven rijmen), chimes (klokkenspel), des histoires (histoire) de femmes (vrouwenpraatjes), eau des carmes (karmelietenwater), hartritmestoornis (!), kermesschildluid, kermesse d’été, land of war and crimes (land van oorlog en misdaden), les extrêmes se touchent (de uitersten raken elkaar), limes (Romeinse rijksgrens), Mesopotamië, mesozoïcum (de middelste era van het fanerozoïcum), messbediende, messtin (etensbakje van een soldaat te velde), ME’ster (vrouwelijk lid van de mobiele eenheid), mestster (een vrouw die mest), Mmes (mesdames, de dames), Nemesis (godin van de wraak), place aux dames (maak plaats voor de dames), pommes (!) frites, Sherlock Holmes (speurder), stanleymes, the medium is the message (het gaat niet om de inhoud van de boodschap, maar om hoe die overkomt) en verdikkemes (krachtterm).

We besluiten met ‘*vork*’: boelmansvorke (driedelig tandzaad), neptunusvork (drietand als attribuut van Neptunus), pitchvork (tweetandig werktuig om een pitchmark (bij golf) te herstellen), vorkanker (vorkvormig muuranker, geen kanker …) en een wiedvorkje is er niet voor de weed of wiet.

Ten slotte: the proof of the pudding is in the eating: alleen in de praktische toepassing kan de kwaliteit van iets blijken (spreekwoord).

NicLeentfaar2.jpgRein Leentfaar – foto Peter Nicolai

Dit bericht is geplaatst in Woordenboek met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.