Winnende verhaal van Heel Holland Schrijft, editie Walcheren

mullié.jpgDe Walcherse editie van de wedstrijd Heel Holland Schrijft werd begin deze maand afgerond. Initiatiefnemers zijn Ronald Mullié en zijn vrouw Carla Dallinga (foto). Zij publiceerden onlangs de historische roman Ick Roelant, over Roelant Nebbens die in 1629 van Veere naar Noord-Beveland zwom. Volgend jaar hopen ze een nieuw boek te publiceren: Heel Holland Schrijft. Dat wordt een verzameling korte verhalen van amateurschrijvers uit heel  Nederland.
Op locaties in heel Nederland organiseert het echtpaar schrijfwedstrijden. Dat gebeurt steeds in samenwerking met bibliotheken, boekhandels en lokale weekbladen. De eerste wedstrijd was uitgeschreven op Walcheren, samen met de ZB, de Drukkery en de Faam/Vlissinger.

De afgelopen weken zijn 43 verhalen ingezonden. ,,Veel meer dan we durfden te hopen”, zegt Mullié. De schrijvers kwamen op 1 december allemaal naar de bibliotheek in Middelburg. Daar maakte de jury (waarin alle organisatoren zitting hebben) een shortlist van zes verhalen bekend. De schrijvers daarvan werden gevraagd hun verhaal voor te lezen, waarna ter plekke een winnaar werd uitgeroepen. Daarin had het publiek ook een stem.
Mullié: ,,Het gaat de jury echt om de kwaliteit van de korte verhalen. Maar ik kan me voorstellen dat het publiek ook de amusementswaarde mee laat tellen.” De volgende verkiezingsavond staat ook al gepland, in Groenlo.

******************************************

Het winnende verhaal van Erwin van der Linde uit Vlissingen:

Ik geef je je vrijheid

Ik kijk de oude man recht in de ogen. Een vaalblauwe stofjas over zijn nette kleding, een aantal slierten haar vastgeplakt op het verder kale hoofd. Grote bruine schoenen die zijn versleten op de neus. Ik staar kort naar de vergeelde tanden in de mond en zoek dan de blik weer op. De man lijkt me aardig, maar dat heb ik de laatste jaren vaker van iemand gedacht.

Hij steekt zijn handen naar voren en knikt goedkeurend. ,,Pak hem maar aan. Je weet toch hoe je hem beet moet pakken?”

In de handen van de man ligt een duif. Een witte duif. Een duif zoals ik thuis had.

Ik vouw mijn handen voorzichtig om het lichaam van de duif en til het dier naar me toe. Wanneer ik hem tegen mijn borst aan druk, voel ik de warmte mijn lichaam in stromen. Ik strijk voorzichtig met het puntje van mijn neus door de donzige veertjes op het kopje en neem de geur in mij op. Ik sluit mijn ogen en probeer mijn tranen te bedwingen. Ik knijp mijn oogleden strakker op elkaar, maar het helpt niets. De spieren rond mijn ogen doen vrijwel gelijk pijn en mijn ooghoeken beginnen te prikken. De brok in mijn keel voelt als een hand om mijn strot. Ik slik. Ik slik nog een keer. Traanvocht prikt in mijn neusholte en ook hier lever ik de strijd tegen het niet willen ophalen van mijn neus. Maar ik verlies en snuif met een grote haal mijn neus op. Een traan loopt langs de rand van mijn neus.

De grote oude man, die ik tien minuten geleden nog niet kende, legt zijn hand op mijn schouder en de bemoedigende klopjes voelen aan als mokerslagen.

Al zijn ze goed bedoeld, ik kan er niets mee. Ik breek. Hevig snikkend draai ik mijn gezicht weg van de man. Ik voel nog even zijn hand op mijn schokkende schouder. Ik voel me heel ongemakkelijk en klein. Ik sta te janken als een kind in de duiventil van een onbekende Nederlander. Ik heb zojuist zelf bij hem aangebeld omdat er vier prachtige witte sierduiven bij hem op de nok van het dak zaten. Ik heb hem zelf gevraagd of ik zijn duiven mocht zien, of ik er een mocht beethouden.

En nu raak ik volkomen overmand door herinneringen. De geur van een duif heb ik zo lang niet geroken. Mijn gedachten worden meegevoerd, terug naar huis. Naar het kleine schuurtje achter op het erf, waar ik uren doorbracht met nietsdoen. Alleen maar luisteren naar het gekoer van Habibti. Mijn schatje was ze. Alleen met haar deelde ik mijn grootste geheimen. Mijn dromen, mijn hersenspinsels en mijn angsten voor wat mogelijk ging komen. Zelfs Nour, mijn vrouw, mocht niet weten wat er in mijn gedachten speelde. Ik moest sterk zijn. Ik was ook sterk, maar niet in mijn schuurtje. Daar was ik de kwetsbare, gevoelige man die ik werkelijk ben. Hier luisterde ik naar de radio, waarop ik berichten hoorde van een steeds dichterbij komend front. Naar de spierballentaal van de zenders van de staat, waarop Assad verkondigde dat hij ons zou beschermen. Hier maakte ik eindeloos de duivenhokjes schoon om mijn gedachten af te leiden van de realiteit.

Mijn tranen blijven over mijn wangen stromen en druppelen op het verenkleed van de duif. Met mijn duimen probeer ik ze weg te vegen, maar het zijn er te veel. Tranen druppelen langs mijn handen op de grond en ik kijk gegeneerd in de richting van de man. Ik zie wazig door al het vocht in mijn ogen. Ik proef zilt snot op mijn bovenlip. Ik zoek de oude man op de plek waar hij net stond. Hij is weg. Ik kijk zoekend om mij heen, maar ik zie niemand meer. De man is weggegaan. Ik ben alleen. Alleen met de duif. Er blijft niets meer over van mijn trots en ik zak luid huilend door mijn knieën. Ik glij, met mijn rug leunend tegen een kastdeur, naar beneden.

De beelden schieten door mijn hoofd als bliksemschichten uit mijn verleden. Een chaos neemt me in bezit. Ik zak nog verder door mijn knieën en kniel op de onbeschilderde houten vloer, op vogelvoer en duivenpoep. Mijn samengevouwen handen, die nog altijd de duif beethouden, leg ik voor mijn knieën op het kale hout. De vogel lijkt zich roerloos over te geven aan de situatie. Ik steek mijn neus tussen de vleugels en snuif opnieuw zijn geur naar binnen.

Ik denk terug aan ons erf, dat ons eenvoudige huis scheidde van het schuurtje. Daar stond ik ’s avonds te staren naar Habibti, terwijl zij haar laatste rondjes vloog. Ik keek er naar de zon die onderging achter de heuvels. Daar hoorde ik voor het eerst de geluiden van de oorlog. Inslagen van granaten en salvo’s van mitrailleurs.

Het schieten ging die nacht onverminderd voort en kwam de daaropvolgende dagen telkens dichterbij. De verhalen op de radio bleven onverminderd positief, maar ik wist toen allang dat deze verhalen niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Het centrum van de stad raakte overbevolkt met mensen die voor de beschietingen uit reisden. Vaak met niets meer dan een koffer of een rugtas. Zij namen verhalen mee van brute moorden, plunderingen en beschietingen. De waarheid waarin menselijkheid niet meer leek te bestaan.

Deze stroom vluchtelingen zwol verder aan toen de oorlog zichtbaar werd vanuit ons slaapkamerraam. Grote rookpluimen stegen op uit Nabil, een nabijgelegen dorp, dat aan de voet van de heuvels lag. Er woedden op verschillende plaatsen branden. Het geluid van ellende en geweld oversteeg de rust op het erf. De beslissing die we zo lang hadden uitgesteld, namen we die avond. We pakten onze dierbaarste bezittingen in een aantal handzame tassen. We huilden toen we onze kamers nog eenmaal door liepen, herinnerden ons het leven dat we hier leefden. Hier waren we gelukkig. We haalden onze vingers over foto’s van onze dierbaren en vielen elkaar in de armen. Onzeker en bang over hoe onze toekomst eruit zou gaan zien. Zo stonden we enkele minuten roerloos tussen onze spullen, die al snel niet meer onze spullen zouden zijn.

Via het erf verlieten we het huis. Ik ging alleen het schuurtje in. Strooide de potten met duivenvoer op de betonplaten waarmee het erf geplaveid was. Ik opende Habibti’s hok en nam haar nog één keer in mijn handen. Mijn gezicht streek ik door haar prachtige witte veren, en ik inhaleerde haar geur nog eenmaal. Toen keek ik op naar de donkere, dreigende hemel die geregeld oplichtte door mortiervuur en raketinslagen. Ik gooide Habibti met twee handen de door vuur verlichte lucht in. Ik staarde haar nog enkele seconden na toen ze met haar vluchtige vleugelslag de onzekere vrijheid tegemoet vloog. Toen draaide ik mij om en sloot Nour in mijn armen. Samen liepen we weg van alles wat we hadden en wat we wellicht nooit meer zouden vinden.

Erwin van der Linde, Vlissingen, 41 jaar

Dit bericht is geplaatst in Schrijfwedstrijd met de tags , , . Bookmark de permalink.

3 reacties op Winnende verhaal van Heel Holland Schrijft, editie Walcheren

  1. Erwin van der Linde schreef:

    Leuk dat mijn verhaal op ‘Zeeland geboekt’ is geplaatst. Ik ben benieuwd naar de reacties!

    Erwin van der Linde

  2. Daniëlle van Eenennaam schreef:

    Erwin, man. Je bent echt in de huid gekropen van een man die huis en haard en lievelingsdier moet achterlaten. Als het een film zou worden, zag ik hem nu al in gedachte ontstaan. Ik dacht eerst aan jou, ik ken je, dat je staande bij de man met de duiven zachtje in een stort tot je langzaam verander in de man die in Syrië woonde en de verschrikkingen moet ontvluchten. Dat je een dier moet laten gaan, omdat het leven nu eenmaal zo is kan mij na twee jaar nog verdrietig maken. Dat je alles moet achterlaten en weet dat je nooit meer terug kan naar hoe het was en een onzekere toekomst tegemoet gaat lijkt met dodelijk. Dat de oorlog nooit meer uit iemand komt is schrijnend om te zien.

  3. Meta van Appeven schreef:

    Wat een mooi beschreven en ontroerend inkijkje in de beleving van een vluchteling. Ik ben taaldocent en werk bij Vluchtelingenwerk met Syrische mensen. Het is een heel invoelbaar verhaal. Bedankt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.