Zeeuwse schrijvers 60: Carolijn Visser

OLYMPUS DIGITAL CAMERA Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 60: Carolijn Visser. ,,Over het onvermijdelijke oprukken van de nieuwe tijd, waardoor alle hoeken van de wereld op elkaar gaan lijken.”

 

 

Draken in de Abdij

door Mario Molegraaf

Wie verre reizen doet, heeft doorgaans weinig te verhalen. Vrienden die voortdurend naar Vietnam, Venezuela of een ander Ver Land vliegen, vertellen vaak niet meer dan dat het weer goed of slecht was, de hotels al dan niet deugden, het eten vies of lekker smaakte. Zonder de bijzonderheden die het relaas interessant hadden kunnen maken.

Carolijn Visser (1956) heeft juist volop oog voor dergelijke details, een van de redenen dat ze tot zo’n voortreffelijke reisschrijver uitgroeide. Ver van hier heet een selectie van haar mooiste verhalen. En ver gaat ze zeker, je hoeft de inhoudsopgave maar te bekijken: ‘Shanghai by night’, ‘De graslanden van Mongolië’, ‘Animeermeisje in Tokio’, ‘Haïtiaanse luchtkastelen’. Maar in de twee laatste verhalen, ‘Snuiven in de tuin van Nederland’ en ‘Terug naar Middelburg’, is ze gewoon op Walcheren, waar ze niet is geboren maar wel is getogen. Haar ouders, beiden als leraar werkzaam, waren ‘import’, maar wisten dat overtuigend weg te werken. Moeder Visser wees ‘er altijd op dat je overal op Walcheren de Lange Jan, de abdijtoren, kunt zien.’

Carolijn Vissers Zeeuwse schetsen doen niet voor haar verre verhalen onder. Ze hebben dezelfde mengeling van ironie en betrokkenheid. In ‘Snuiven in de tuin van Nederland’, oorspronkelijk verschenen in Alle dagen vrij (1984), gaat ze op zoek naar de heroïneverslaafden van Walcheren, in de woorden van een hulpverlener ‘een zondagsschoolklas’. Ze zien draken in de Abdij rondlopen, gaan stoned naar het strand. Een jaar goed gesnoven, is een jaar goed geleefd, is hun overtuiging.

Net als in veel van Vissers reisproza gaat het in ‘Terug naar Middelburg’ over het onvermijdelijke oprukken van de nieuwe tijd, waardoor alle hoeken van de wereld op elkaar gaan lijken. ‘Middelburg heeft nu een Hema, een McDonald’s, een Blokker,’ schrijft ze. Met een beetje spijt, maar vooral ook in zo’n sprankelende stijl dat je zou willen dat Carolijn Visser eens een heel boek aan Zeeland wijdt. Zij heeft, ook als ze dichtbij blijft, veel te verhalen.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.