Een loos vissertje

vissertjeJacob Starreveld is de schrijversnaam van Henk Licher in Middelburg. Hij schreef al enkele jeugdromans. Zo publiceerde hij vorig jaar het in Zeeland gesitueerde jeugdboek De olieramp, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan vogel- en zoogdierenopvang De Mikke in Middelburg. Nu meldt hij zich met een nieuw boek, voor volwassenen deze keer: Een loos vissertje en 50 andere verhalen van de waterkant (Uitgeverij Aspekt, 18,95 euro). Het is een bundeling van de verhalen die hij de afgelopen jaren onder het pseudoniem ‘Waterreus’ schreef in Hét Visblad, het officiële orgaan van Sportvisserij Nederland. Licher was zelf een actieve sportvisser.


De verhalen gaan over figuren die Licher in het visserswereldje tegenkwam. De anekdotes spelen zich vaak af in Friesland en Holland. Een enkele keer ook in Noorwegen, Frankrijk en Ierland. In Zeeland wordt niet gevist, althans niet zichtbaar. Met het verhaal ‘De waadbroek’ bevinden we ons op Goeree, tussen de golfbrekers van het Flauwe Werk. Dat is dan toch weer bijna Zeeland. Bovendien is het – maar dat geldt voor de meeste epistels in dit boek – een aardig verhaal. Over hoe diep en hoe lang je in het opkomende water kunt blijven staan. Een waadbroek kan vol lopen, en dan ga je drijven, zo lees ik. De hoofdpersoon vertelt (pag. 83): ,,Mijn waadbroek liep vol water. Dan ben je net een drijvende ballon. Het zwaartepunt van je lichaam is volkomen anders geworden. Ik kon niets meer doen. Mijn achterwerk kwam omhoog en zo dreef ik weg.”

Nu is de hele visserswereld mij onbekend. Ooit heb ik wel eens een poging gewaagd, maar ik schrok me dood als ik beet had en durfde de vis niet van de haak te halen. Toen was ik jong, heel jong. Maar ik vrees dat er nog niet veel is veranderd. Ik zal ook geen vis eten, hoe gezond dat volgens velen ook mag zijn.

Het leuke van dit boek is, dat Jacob Starreveld je toch een beetje de binnenkant van die gesloten visserswereld laat zien. Hij vertelt over zonderlingen, zoals de dichter die vist zonder haak. Ook een botte boer die bekend staat als ‘de ploert’ is herkenbaar, hij brengt met zijn onaangepast gedrag restauranthouders tot wanhoop. Vismaat Jaap Korteweg is geobsedeerd door paling. Meer speciaal door ‘het serpent’, die qua lengte en gewicht de paling der palingen moet zijn. Jaap raakt door die obsessie enigszins de weg kwijt.

De schrijver is regelmatig succesvol in zijn sfeerbeschrijvingen. Pagina 12: ,,De zon zakte langzaam weg en er daalde een rode gloed op het vlakke water. Wij roeiden terug naar de bocht van de rivier. Het werd stil op de Vecht: die rustige kalmte die soms na warme dagen over de rivier kan neerdalen. In de verte tjoekte nog een laat motorbootje en vanaf de lage weilanden voerde een zachte bries het gehinnik van een vrolijk paard mee. Het was een mooie dag geweest, boordevol visgenoegen. Onze gezichten strak van de weerkaatsing van de zon op het water en in de handen nog natrillend de trek van de vele felle bijters. Het wáre visgevoel, zo mag ik het wel noemen!”

Dat doorzonde gevoel ken ik wel, die van ver aangedragen stemmen en dierengeluiden hoor ik regelmatig, gecombineerd met het zachte geklots van het water tegen de romp van de boot. Genoegens die voor mij niks met vissen te maken hebben. Wat niet wegneemt dat u aan dit ‘loze vissertje’ zeker plezier kunt beleven.

Jacob Starreveld: Een loos vissertje en 50 andere verhalen van de waterkant – Uitgeverij Aspekt, 260 pagina’s, 18,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Columns, Visserij met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.