Dit is mijn hof

untitledVoor mezelf heb ik nog wel enige twijfels. De boeren in het nauw, hebben ze dat ook niet voor een belangrijk deel aan zichzelf te wijten? Bio-industrie, schaalvergroting, wij – en dus ook zij, de boeren – hebben er kennelijk van harte aan meegewerkt. Nu dat hele beleid ontspoort in een mix van overproductie en lage prijzen klinkt de alarmklok. Rijkelijk laat. Als ik het nieuwste boek van de Vlaamse journalist Chris de Stoop lees krijg ik wel meer begrip voor de bedreigde boerenstand. Hij komt uit de Zaligempolder, een boerderij pal aan de Expresweg van Zelzate naar Antwerpen. Daar voel je de oprukkende industrie, de ruimte eisende burgermaatschappij. En dan hebben we het nog niet over de natuurbeschermers, die kennelijk een pact hebben gesloten met de haven van Antwerpen.

PZC van 5 september 2015

Boeren zijn de verliezers van de vooruitgang

De Vlaamse journalist Chris de Stoop peilt het gemoed van de ontpolderden. In zijn nieuwe boek Dit is mijn hof spreekt hij de bewoners van de Vlaamse Zaligem- en Prosperpolder en de Nederlandse Hedwigepolder. We komen onze Magda de Feijter tegen van ‘Red onze polders’, en de oude Saeftinghegids Richard Bleijenberg. En nog vele anderen. Hoe de oude landbouw ten onder gaat. En niemand een traan laat.

door Jan van Damme

Hoezo bedreigd? Het verkeer tussen Antwerpen en Zelzate op de Expresweg raast op enkele tientallen meters voorbij, dag en nacht. De wieken van de windmolen van energieproducent Electrabel zorgen voor een komende en gaande slagschaduw op het erf. Meubelgigant Verberckmoes is een welkome buffer naar de Expresweg toe, maar heeft wel zoveel expansieve neigingen dat ook pal tegenover de ingang van het boerenerf een parkeerplaats voor bezoekers is gemaakt. De buurman aan de andere kant heeft zijn Belgische villa bijna op de erfscheiding gebouwd. Achter het boerenhof staan de kassen van een tomatenkweker.

Wil je de in het nauw gebrachte boerenstand verbeeld zien, dan moet je daar zijn. Het mag een klein wonder heten dat de boerderij van de familie De Stoop in de Zaligempolder tussen alle oprukkende moderniteit heeft overleefd. Hoe lang nog durft niemand te zeggen. Chris de Stoop is voor het moment de boer in functie. Eigenlijk was dat zijn broer Alex. Maar die is enkele jaren geleden overleden. Alex runde de boerderij met zoogkoeien samen met zijn moeder. Nu zijn broer er niet meer is en moeder met haar 87 jaar in een verzorgingstehuis in Sint Niklaas is opgenomen, neemt Chris de honneurs waar. Hij heeft het land verpacht en houdt de opstallen van de boerderij enigszins bewoond. Er scharrelen kippen in de tuin en de zwaluwen hebben zoals altijd nesten in de boerenschuur.

Chris de Stoop – foto Mechteld Jansen

Je mag Chris deeltijdboer noemen. Hij woont met zijn gezin in Wommelgem, iets ten zuidoosten van Antwerpen. Hij is journalist en gaat vaak op reportage voor het opiniemagazine Knack. Behalve journalist is hij ook gelauwerd auteur van documentaire boeken. Tussen het journalistendom en het schrijverschap heeft hij de afgelopen ruim twintig jaar een mooie balans gevonden: één jaar op pad voor Knack, één jaar werken aan een boek. Zo heeft hij inmiddels tien boektitels achter zijn naam staan. Zijn debuut in 1992 over de internationale vrouwenhandel – Ze zijn zo lief meneer – sloeg in als een bom. Door dat onmiddellijke succes werd hij één van de zeldzame schrijvers die daadwerkelijk een boterham overhoudt aan zijn boeken. Voor Zij kwamen uit het Oosten, het vervolg op zijn debuut, kreeg hij in 2004 de Gouden Uil Publieksprijs.

Zijn in 2000 verschenen boek De Bres gaat over de ondergang van de aan havenuitbreidingen opgeofferde dorpsgemeenschap van Doel. Hij woonde er ruim een jaar. En toonde zich eens te meer de geëngageerde schrijver en journalist, die het opneemt voor ‘de kleine mens’. Zijn nieuwste uitgave, die afgelopen week werd gepresenteerd, kan als een regelrechte opvolger van dat boek worden beschouwd. Dit is mijn hof gaat over de teloorgang van het oude boerenland in de uiterste oosthoek van Zeeuws-Vlaanderen en de daaraan grenzende Vlaamse polders: de Hedwige- en de Prosperpolder en de Zaligempolder, waar zijn boerderij staat. Precies de regio, waar hij opgroeide, waar hij zijn vader en broer zag boeren. En waar hij nu de door de Antwerpse haven gesteunde groenen honderden hectares vruchtbare landbouwgrond ziet confisqueren om er schrale, natte natuur van te maken.

We ontmoeten elkaar op de boerderij, waar hij in 1958 werd geboren en is opgegroeid en die hij nu als parttimer overeind houdt. De inrichting is sinds het overlijden van zijn broer en het vertrek van zijn moeder niet veel veranderd. In wat de ‘mooie kamer’ was liggen plavuizen waarvan menige antiquair vrolijk zou worden, een eeuwenoude eik schraagt het schrootjesplafond, een Leuvense stoof zorgt dat de winters om door te komen zijn, in de voorkamer hangen familieportretten. Eén van de wanden wordt in beslag genomen door twee kaarten: een Hattingakaart die de polders rond 1700 toont, en een recente waarop de uitbreidingen van de Antwerpse haven zijn aangegeven. Chris zit aan de tafel, hij is er klaar voor.

Laten we het eerst maar even hebben over die eend met die verrassend grote penis.
,,De rosse stekelstaart! Ik kwam hier in de polder een natuurwachter tegen, in een mooi bruin uniform en met een revolver op zijn heup. Die blijkt op de rosse stekelstaart te schieten, volgens mij één van de mooiste eenden die er bestaat. De woerd heeft een fors geschapen, schroefvormige penis, dat moet je maar eens op internet opzoeken. Precies de seks is het probleem. Rosse stekelstaarten doen het met de witkopeend, waardoor de raszuiverheid van de laatste wordt bedreigd. Daarom moeten de rosse stekelstaarten worden afgeschoten. Omdat ze seks kunnen hebben met de witkopeend, die bij ons overigens niet voorkomt. Maar dat is dan de Europese richtlijn. Hoe absurd kan het zijn, dat we gaan ingrijpen in het seksleven van de eend. Omdat we de illusie hebben dat de natuur maakbaar is. We denken dat we precies kunnen bepalen waar welke fauna en flora voorkomen, en wie seks met wie mag hebben.’’

U schrijft dat in 1998 uw ‘oude ik’ wakker schoot (pagina 120). Welke ‘ik’ was er voor die tijd, waardoor schoot u wakker en met welke ‘nieuwe ik’ hebben we sindsdien te maken?
,,Aanvankelijk was ik een ambitieuze en succesvolle schrijver. Sinds mijn twaalfde was ik bezeten van boeken. Ik wilde maar één ding: schrijven. Het geld dat ik als misdienaar verdiende besteedde ik aan boeken. Ik heb geschreven en over de hele wereld gereisd, zo’n twintig jaar lang. In 1998 werd Doel onteigend. Ik besloot me daar te vestigen en heb er bijna anderhalf jaar in het Hooghuis gezeten. Doel bracht me terug naar de polder, ik schoof weer aan bij de stoof hier in huis. Zo raakte ik opnieuw betrokken bij de boerderij waar ik was opgegroeid. Ik herontdekte de band met het land, met de dorpsgemeenschap, met de familie, met het boerenleven. Eens een boer altijd een boer, dat gevoel werd heel sterk.’’

De boeren zijn bedreigde mensen, zegt u, ze passen niet meer in de cleane, digitale burgermaatschappij.
,,Ik noem mijn broer een kluizenaar, die zich in de eeuw heeft vergist. Dat gold voor hem, het geldt voor vele boeren. Ze zien die hele modernisering en digitalisering op zich afkomen. We hebben het over bedreigde culturen op Borneo en in Zuid-Amerika. Hier bij ons zijn dat de boeren. Zij vertegenwoordigen een oude cultuur, die wordt weggevaagd zonder dat er ook maar iemand enige empathie met hen heeft. Dat is wat me stoort. Ik zie landbouw als een basisvoorziening, net als gezondheidszorg en onderwijs. Maar de boeren passen niet meer in de extreem verburgerlijkte maatschappij. Het is een wereld van de nouveau riche geworden, een wereld waarin mensen liever niet terugkijken op het arme nest waaruit ze zijn voortgekomen. Ze nemen afstand van dat verleden, ze spugen erop. Dat is de mentaliteit van een volk dat te snel rijk is geworden. De boeren zijn de verliezers van de vooruitgang. Ze moeten met duizenden tegelijk stoppen – een ongelooflijk pijnlijk proces. Want je voelt je mislukt als boer, en het erfgoed van generaties, een complete levenswijze, gaat verloren. Toen Ceausescu in de jaren tachtig in Roemenië Romadorpen liet opruimen, was de hele Westerse wereld verontwaardigd. Nu moet hier een klein dorp als Ouden Doel wijken voor natuur. Niemand neemt het voor die mensen op.’’

Boeren en natuurbeschermers vormden aanvankelijk een front tegen de haven van Antwerpen. Met succes, zo legde de Raad van State de aanleg van het Deurganckdok stil na hun protesten. Dat is veranderd, nu worden de natuurbeschermers door de boeren als vijand gezien.
,,In 2001 sloten de haven en de natuurbeweging een duivels pact. De haven mag uitbreiden, als er maar grote natuurcompensatiegebieden worden aangewezen. Ik als boerenzoon voelde me daardoor verraden. Drie medewerkers van de groenen krijgen nu een salaris van de haven en de natuurbeweging kreeg een zetel in de Raad van Bestuur van de haven. Sinds dat pact hebben de groenen tegen geen enkel havenproject meer bezwaar gemaakt.’’

Een schande? ,,Het is mijn grootste frustratie. Je kunt de gang van zaken betreuren, maar niet tegenhouden. De strijd tegen de haven kan nog op een zekere sympathie rekenen. David tegen Goliath, dat gevoel. Strijden tegen natuurcompensatie is echter taboe, daarmee oogst je buiten je eigen streek zeker geen sympathie. Inderdaad, het is een schande. Het is een schande dat er enkele duizenden hectare landbouwgrond voor natuurcompensatie worden bestemd in een streek waar al duizenden mensen verdreven zijn door de haven. Het is een schande dat de mooiste en rijkste landbouwgrond van Europa wordt opgeofferd voor schrale natuur. Alle bomen moeten weg. Omdat er anders roofvogels in kunnen gaan zitten die de dieren in de nieuwe natuur bedreigen en omdat ze in de aanvliegroute van de ganzen staan. De nieuwe natuur. Weet je dat het broedsucces in de nieuwe natuur bijna nul is? Bovendien, het ene troeteldier – de vos – vreet het andere op. Natuurbeschermers leggen eilandjes aan. Maar de vos blijkt goed te kunnen zwemmen. Dan worden er vijf elektrische draden rond de broedgebieden gespannen. De vos komt vervolgens binnen via het ecoduct dat voor de rugstreeppad bestemd is. Echt, er moet een openbaar debat komen over hoe we een leefbaar platteland in de 21ste eeuw in stand kunnen houden. Nu worden de besluiten over nieuwe natuur er met een nooddecreet doorgeramd. Dat is verkeerd, de samenleving moet altijd het laatste woord hebben.’’

Hoe kan het tij worden gekeerd?
,,We moeten af van de bulklandbouw, waarin producten tegen bespottelijke prijzen worden verkocht. Het Europese beleid van Mansholt heeft door de schaalvergroting voor een enorme milieuvervuiling en aantasting van het landschap gezorgd. ‘Get big or get out’, dat was de boodschap. Maar we zijn nu een fase verder, met strenge milieunormen. De tijd is rijp voor een landbouw met een toegevoegde waarde, met voor de boeren een grotere marge en een groter zelfrespect.’’

En deze boerderij, hoe zal het daarmee gaan?
,,Ik houd de boel bijeen zolang moeder leeft. Daarna bepaalt de familie wat er verder gebeurt. Ik ben vast de laatste boer die hier het licht zal moeten uitdoen.’’

Kader:
Chris de Stoop (1958) is een Vlaamse auteur van fictie en non-fictie. Werk van hem werd in een tiental landen vertaald en werd bekroond met literaire en journalistieke prijzen.
Hij werkt sinds dertig jaar voor Knack magazine, waarvoor hij een duizendtal artikelen schreef, meestal over maatschappelijke problemen in binnen- en buitenland.
Als boekenauteur debuteerde hij in 1992 met de bestseller Ze zijn zo lief, meneer, over een internationale bende vrouwenhandelaars.
Selectie overige titels: De Bres (2000), Zij kwamen uit het oosten (2003), De vuurwerkmeester (2005), Het complot van België (2007), Moedermoord (2012).

Chris de Stoop: Dit is mijn hof – Uitgeverij De Bezige Bij, 240 pag., 19,90 euro.

De auteur presenteert zijn boek vrijdag 2 oktober om 16.00 uur in de Drvkkery Middelburg, dinsdag 6 oktober om 20.00 uur in Porgy & Bess Terneuzen, en woensdag 28 oktober om 20.00 uur in de bibliotheek in Goes.

Bestel: Dit is mijn hof

Dit bericht is geplaatst in Agenda, Landbouw, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Dit is mijn hof

  1. Jako schreef:

    Ik ben altijd wat sceptisch wanneer een boek met zoveel bombarie wordt aangekondigd en ook nog eens in DWDD wordt uitgeroepen tot Boek van de Maand, maar alle lof over het boek van Chris de Stoop is volkomen terecht. Dit boek zou elke Zeeuw moeten lezen. Let wel: ik ben een natuurliefhebber die ook de nieuwe natuur een warm hart toedraagt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.