Zeeuwse schrijvers 50: J.C. Bloem

bloemboekMario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver. Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 50: J.C. Bloem (1887-1966):
Denkend aan de dood kan ik niet slapen,/ en niet slapend denk ik aan de dood

 

 

Volkslied voor Walcheren

J.C. Bloem

Zelfs zijn naam klinkt als een eerbetoon. J.C. Bloem was vroeger een bewonderaar van de Middelburgse bard P.C. Boutens. Hij en zijn vrienden waren ‘compleet dol’ van diens werk, zoals hij zich later herinnerde. Bloems gedicht ‘Walcheren’, voor het eerst in 1910 verschenen, heeft dan ook de onmiskenbare Boutens-dreun. ‘Land, waarop eeuwig komt gevochten/ De zee, met luid geruis,’ opent hij op de plechtige toon van een volkslied, en die toon houdt hij vol gedurende de drie bladzijden die ‘Walcheren’ inneemt in zijn Verzamelde gedichten. Vaak herdrukt, want hij is een van de weinige dichters die we blijven lezen. Misschien niet vanwege volledige gedichten, maar wel vanwege regels die zich nooit meer uit het geheugen laten verdrijven.

‘Het regent en het is november,’ dichtte hij. En ook: ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht’. Of: ‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen,/ en niet slapend denk ik aan de dood.’ Vandaar dat je zijn vraag ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten?’ met een volmondig ‘ja’ kunt beantwoorden. Met ‘Walcheren’ debuteerde hij, in een literair tijdschrift. Daarom speelt het gedicht een belangrijke rol in Van alle dingen los, de Bloem-biografie van Bart Slijper uit 2007. Onbevredigend genoeg geen woord over de achtergronden: waaraan dankt Bloem die intense kennis van Walcheren?

Hij verkent het hele eiland, vanaf ‘vlakke groene landen’ tot en met dorpjes met ‘een lage kerk, een vierkant pleintje’ en ‘een herberg met een lovertentje’. Natuurlijk zijn er duinen en strand. In zijn onofficiële Walcherse volkslied hoor je bovendien ‘Emmergerink, zwenglen van pomp en/ Water in doffen val’ naast de klanken van een carillon uit de ‘in nacht verloren toren’ van een heel herkenbare ‘oude stede’, rijk aan ‘verjaarde tekens’ van vroegere krachten en prachten. Bloem, allerminst een Zeeuw, schreef een van de indrukwekkendste Zeeuwse gedichten. ‘Ik kwam bij u naar huis,’ dicht hij. Met dat ‘u’ spreekt hij het bijzondere eiland aan, maar wellicht ook een beetje de vereerde bewoner P.C. Boutens. In ‘Walcheren’ heeft de leerling de meester op eigen terrein overtroffen.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.