Atacama

atacamaEr zijn mensen, die op een bepaald moment hun memoires schrijven. Een rijk leven, daar wil je toch iets van nalaten? Er zijn ook mensen, die van de gelegenheid gebruik maken en meteen ook hun fantasie aan het werk zetten. En die debuteren dan op hun eind zestiger jaren met een vuistdikke roman. Johan Guillaume (1946) uit Middelburg is zo iemand. Hij was stuurman op de grote handelsvaart en werkte als consultant en trainer in de maritieme industrie. Door bezoeken aan Chili en Argentinië werd hij verliefd op die landen. Onlangs presenteerde hij zijn debuutroman Atacama, die voor een belangrijk deel aan het begin van de 20ste eeuw in Chili speelt. Voor een debutant zeker een verdienstelijk boek. Maar de auteur moet nog wel leren dat schrappen minstens zo belangrijk is als schrijven. En dat een slecht en sluw personage aan kracht wint, als het ook een beetje grijstinten meekrijgt.

We hebben het hier over een historische roman en een liefdesstory. Het jaar is 1904, we bevinden ons in Hamburg. Alexander (Alex) Baumeister is de 16-jarige hoofdpersoon. Slim, muzikaal – hij speelt uitmuntend viool – eerlijk, ondernemend. Hij wil graag gaan varen en is daarom vaak aan de haven te vinden. Zijn moeder Anna, een concertpianiste, is na het overlijden van haar eerste man hertrouwd met Jacob Baumeister, eigenaar van een groot handelskantoor. Diens zoon Ferdinand is drie jaar ouder dan Alex. Ferdinand is in alles de tegenpool van Alex: hij is sluw, verdorven, meedogenloos, belust op macht, geld en vrouwen. Afgezien van wat bijfiguren hebben we hiermee qua personages het geraamte van het verhaal te pakken. O ja, eentje nog: Esther, de dochter van de boekhouder. Ze valt meteen op Alex, en hij op haar, maar ze wordt ingepalmd door Ferdinand.

Ik denk dat de schrijver niet nauwkeurig is geweest bij het markeren van de twee delen van zijn boek. Op pagina 195 begint deel II: ‘Chili 1906-1908’. Waar deel I begint kan ik slechts gissen. Vermoedelijk op pagina 4. Boven de zwart-wit foto van de haven van Hamburg staat ‘Hamburg 1904’. Ik neem aan dat dat de titel van het eerste deel van het boek is.

Het tweede deel speelt inderdaad in Zuid-Amerika. Ferdinand vlucht met zijn Esther naar Chili, als hem in Hamburg de grond te heet onder de voeten wordt. Hij heeft dan al voldoende schurkenstreken uitgehaald. Ook Alex komt daar terecht. Om ellende in huiselijke kring te ontvluchten monstert hij aan op de Pisagua, een windjammer van 4000 ton die salpeter gaat halen in Chili. Het verhaal speelt op het moment dat de stoomvaart definitief van de zeilvaart wint. Uiteindelijk kruisen de wegen van de stiefbroers elkaar natuurlijk, en komt het tot een spannende klopjacht in en rond de Atacama-woestijn, de droogste plek ter wereld.

Ondanks de wijdlopigheid en de al te nadrukkelijk naast elkaar gesponnen verhaallijnen heb ik de roman met aanhoudend plezier gelezen. Je kunt merken dat de auteur zeevarend is geweest. Hij is precies in de beschrijving van schepen. Pagina 70: ,,De Pisagua was een prachtige viermastbark. Het schip was maar liefst honderddertien meter lang en bijna veertien meter breed. Ze kon ruim vierduizend ton lading vervoeren en haar masten rezen tot drieënvijftig meter boven de waterlijn op. Een indrukwekkende vijfendertighonderd vierkante meter zeil kon ze voeren, verdeeld over zesendertig zeilen.” En pagina 95: ,,De Pisagua had inmiddels de passaatwind opgepikt. De zee had al de loodkleurige huid, die zo kenmerkend is voor de breedtegraad tussen tien en dertig graden Noord. Ze rolde in grote, ronde heuvels van wisselende, doffe glans en donkere diepte.” Dat kan niet missen: hier is een gepassioneerd zeeman aan het woord.

Die passie voel je ook in de landschapsbeschrijvingen van Chili. Je merkt aan alle details en begeestering dat de man er zelf heeft rondgestapt en – laat ik het voorzichtig zeggen – er graag komt. Gaandeweg kom je als lezer ook veel te weten over de salpeterindustrie in die tijd, over de sociale misstanden, de vaak meedogenloze uitbuiting.

Wat gaat er mis in dit boek? De schrijver heeft te weinig vertrouwen in zijn lezers. Met het gevolg dat er te vaak herhalingen opduiken. Soms had ik de indruk dat ik een feuilleton las, dat in delen was verschenen. Dan moet je immers herhalen om de lezer opnieuw bij de les te krijgen. De karaktertrekken van de hoofdpersonages worden eindeloos herhaald en bevestigd.

Op pagina 402 citeer ik een passage over Alex, die aangeeft dat de schrijver nogal eens te nadrukkelijk iets duidelijk wil maken: ,,Hij werd verteerd door ongeduld en had het gevoel dat iedere minuut van belang was. Elke vorm van uitstel of vertraging was hem een gruwel. Hij werd voortgedreven door een gevoel van urgentie.” Drie zinnen, met telkens dezelfde boodschap: Alex heeft haast. Die aanpak is exemplarisch voor de schrijfwijze van de auteur. Als hij naast het schrijven ook kundig had geschrapt, was zijn boek de helft minder dik en daardoor vrijwel zeker sterker geworden. Dat lijkt me een hoopgevende boodschap voor de volgende roman van Johan Guillaume. Als hij dan ook nog let op ‘kosten nog moeite’ (bijvoorbeeld op pag. 85 en 96) zal hij vast een ruim publiek vinden.

Johan Guillaume: Atacama – Uitgave in eigen beheer, roman, 463 pagina’s, 17,50 euro.

 

Dit bericht is geplaatst in Historische roman, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.