Tijdschrift Zeeland, juni 2015

ztijdschriftSoms kun je maar het beste de aanval kiezen. In het vierde deel van de vorig jaar verschenen Geschiedenis van Zeeland staat op pagina 270 een afbeelding van het kinderboek Van vier vrolyke klantjes in het Zouteland. In het bijschrift wordt gemeld dat Elly Reitsma de tekst van dat boek schreef. Auteur Lo van Driel van dit betreffende hoofdstuk in de ‘Geschiedenis’ verduidelijkt verder in het bijschrift dat het om Elisabeth Reitsma gaat, de eerste echtgenote van dichter en schrijver Jan H. Eekhout. Dat nu blijkt fout. Van Driel ontdekte dat schrijfster Reitsma eigenlijk Elisabeth Joséphine van Maasdijk heette. In de nieuwste aflevering van het tijdschrift Zeeland wijdt hij nu een heel artikel aan die schrijfster. Een rectificatie van 9 pagina’s.

Ik weet hoe je je voelt als je de fout ingaat. In mijn geval gaat het meestal om publicaties in een krant, een product van de dag. Wat Lo van Driel overkomt is een paar graadjes vervelender. De Geschiedenis van Zeeland moet enkele tientallen jaren meegaan, en een tweede druk waarin gecorrigeerd kan worden is niet waarschijnlijk. Dus pakt Van Driel uit in het tijdschrift. In het besef dat hij daarmee slechts een klein deel van de lezers van het Zeeuwse standaardwerk zal bereiken.

Het artikel over Elisabeth van Maasdijk is zeker lezenswaardig. Van Driel heeft veel over haar leven gevonden: hoe ze aanvankelijk weinig succesvol was, hoe haar zoon Guust wegens verzetsactiviteiten in de oorlog werd gefusilleerd, dat haar feestrok die ze ter gelegenheid van de herdenking van de bevrijding maakte bewaard is gebleven in het Utrechtse Centraal Museum. Over de inundatie van Walcheren dicht ze: ‘Ook walcheren verbloedt! / Haar bloed is zout, / Het lekt uit open wonden / van het gelaat / dat gaaf en lieflijk was, / doch nu geschonden … / Uit de verstarde oogen / zijpt de zee / van zout’.

Van Driel schrijft: ,,Nos culpae et mea maxima culpa.” En besluit: ,,Soms levert de correctie van een fout een nieuwe kennismaking op. Dankzij het onjuiste bijschrift kwam de ware Elly reitsma te voorschijn als de bijzonder getalenteerde Elisabeth van Maasdijk.”

Verder in dit nummer: Tobias van Gent schrijft een tweede artikel over de verontwaardiging van Napoleon, als hij hoort dat in 1809 Vlissingen in Engelse handen is gevallen. Ook laat hij goed uitkomen dat de Keizer in de Zeeuwse koortsen een medestander ziet. Verder veel volkenkunde. Met ruime aandacht van Erik van der Doe voor de schenkingen die de Nederlandse consul-generaal Th.J.J. van Uije Pieterse (1855-1922) aan het Zeeuwsch Genootschap overhandigde of naliet. Van een koranstandaard tot een theetafeltje, opgenomen in de collectie van het Zeeuws Museum. Ook volkenkundig is het artikel van Liesbeth van der Geest over de schenkingen van consul-generaal Pieter Hamel (1845-1900) in West-Afrika, Siam en Zuid-China. Hans Walraven is een nazaat van Hamel en publiceerde vorig jaar het boek Tropenjaren over hem. Dat boek wordt in dit tijdschrift ook nog eens in een aparte recensie (positief) besproken.

Zeeland. Tijdschrift van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, jaargang 24, nummer 2, juni 2015.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.