Ruben Oreel

oreelboek

Hij maakt niet de indruk zijn camera aan de wilgen te willen hangen. Na 35 jaar staat de persfotografie van Ruben Oreel als een huis. Weinigen doen het hem na. Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen. Niet alleen het volhouden, maar vooral ook het er nog steeds plezier in hebben. Dat zie je aan zijn foto’s. Plezier, bijna altijd. En soms ook boosheid. Met andere woorden emotie: emotie in de fotograaf die je terugziet in de foto’s.

Soms vind ik de boeken van uitgever Matty Verkamman nogal aan de zware kant. Kilo’s wegen ze. Met deze uitgave van Ruben heeft hij maat weten te houden. Het is een feest om het boek ter hand te nemen. Opgedeeld in redelijk willekeurige thema’s wandel je door de recente Walcherse en Zeeuwse geschiedenis. De honderdjarigen, aan hen heeft hij plezier beleefd. Voor de krant lijkt de zoveelste eeuwling een verplicht nummer. Voor Ruben niet. Daaruit spreekt respect voor de mensen die hij fotografeert.

ruben oreel/foto mechteld jansenRuben Oreel – foto Mechteld Jansen

De meeste thema’s leidt de fotograaf zelf in met een korte toelichting of anekdote. Ik heb de foto niet beschikbaar, maar vertel het toch. Middelburg 22 mei 1990, werkbezoek van Prins Claus aan Amgas. Ruben heeft zijn camera zo opgesteld, dat hij een foto kan maken door een pijp heen. Claus ziet dat, geeft de fotograaf een schouderklopje, en komt vijf minuten later met de Amgas-directeur precies in de lijn van de camera aangelopen.

Leuk om te lezen, leuk om te zien.

Zo kan ik doorgaan. Maar u moet het zelf zien. Eén foto heb ik niet kunnen ontdekken. Ruben maakte foto’s van demonstraties bij de kerncentrale van Borssele. De ME tegen met kettingen gewapende demonstranten, het ging er hard aan toe. Maar nu realiseer ik me: persfotografie op Walcheren. Dat zal de reden zijn.

Ruben Oreel: 35 jaar persfotografie op Walcheren- Uitgeverij Kick Kats Rotterdam, hardcover, 352 pagina’s, 29,95 euro. Expositie in de Drvkkery Middelburg t/m 31 mei.

Bestel: Ruben Oreel 35 jaar persfotografie op Walcheren

********************************************

PZC vrijdag 1 mei 2015

‘Echt, ik heb de leukste baan van de wereld’

Bij de familie Oreel kreeg iedereen die vijftien werd, een Ilford kleinbeeldcameraatje. Ruben Oreel haalde dat echter niet: toen hij vijftien werd, had hij het toestelletje al lang bij elkaar geklust. Persfotograaf wilde hij worden, en persfotograaf werd hij. Vandaag verschijnt een bundel van zijn oeuvre.

door Wendy Wagenmakers

,,Ik ben opgegroeid in de binnenstad van Middelburg. Daar gebeurde natuurlijk van alles. Als ik een brandweerwagen hoorde, werd ik ontzettend nieuwsgierig. Dan fietste ik naar de brandweerkazerne en volgde van daaruit de druppels naar de brand. Helaas heb ik ze niet meer, maar dat soort foto’s maakte ik. Branden, situaties. Nooit landschapjes, maar mensen, altijd mensen. Typetjes als de draaiorgelman, kermisvolk. Dat vond ik leuk.”
Ruben Oreel wilde persfotograaf worden. ,,Pérsfotograaf hè. Niet gewoon fotograaf, maar pérsfotograaf. Spanning en sensatie, daar hield ik van. We hadden thuis weekblad De Spiegel, een soort Panorama. Ik weet nog dat die vol stond met foto’s van de Russische bezetting in Hongarije. Vreselijke foto’s, die nu niet meer gepubliceerd zouden worden. Maar toch was ik er enorm door gefascineerd.”
Het gezin Oreel bestond uit zeven kinderen, maar werd nogal eens gedomineerd door de fotodrift van de benjamin. Van Lego-blokjes bouwde die een diaprojector om dia’s te tonen waar iedereen naar moest kijken en zijn doka maakte hij bij de trap, waar de lamp niet aan mocht en waar altijd wel iemand door moest. Ruben zou persfotograaf worden en wilde dus naar de fotovakschool in Den Haag. ,,Thuis vonden ze dat niks, want je moest een vak leren en fotografie was geen vak. Maar ik deed het toch. Al snel werkte ik in een fotowinkel. Foto’s ontwikkelen, op licht letten, retoucheren. Ik leerde er meer dan op de fotovakschool.”
Oreel kreeg klussen als fotograaf van kinderen en bruiloften. ,,Ik had er wel eens de schurft aan, wéér met een bruidspaar naar het bruggetje bij Toorenvliedt, maar het verdiende goed en ik leerde veel. Ik deed ook boerenkoppen, die ik verkocht op kunstmarkten.”
Via een expositie belandde Oreel bij de PZC. ,,In het begin fotografeerde ik met name ongelukken. Elke ongelukje, elke schoorsteenbrand kwam toen nog in de krant. Van een hardloopwedstrijd gingen acht foto’s mee, van de braderie in Vlissingen vijf. Ik heb het in die zin altijd gigantisch goed gehad.”
ruben1Maar ook in andere opzichten. ,,Het is zeer onregelmatig werk, maar je hebt wel een bepaalde vrijheid. En ik heb altijd ontzettend veel lol met mijn maat, Lex de Meester. Op een dag komen wij soms wel in acht, negen verschillende werelden terecht. Het ene moment sta je bij een vastgelopen schip, het andere moment zit je alleen met de koningin in een kamertje van het hospice. Dat zal ik nooit vergeten, net zomin als het schouderklopje van Claus en de ontmoeting met Mandela. Maar er zitten zeker ook minder leuke momenten tussen. Met het Zeeuwse Rode Kruis hebben we vluchtelingen opgehaald in Zagreb, dat was heel erg. Maar ook die keer dat in het Arnekanaal werd gedregd naar twee kindjes. En dan maar hopen dat ze niet worden bovengehaald. Ik weet nog dat naast me een man stond, met een kindje aan zijn arm, die alles filmde. Ik ben ontzettend kwaad op hem geworden. Wat doe je dan met die film, vroeg ik, thuis afdraaien?”
Diezelfde vraag stelt Oreel steeds vaker. Zoals ook toen in Middelburg een auto achteruit het water in was gereden. ,,De hele kade stond toen vol fotografen, met ijsjes enzo. Uit kwaadheid heb ik daar een foto van gemaakt en die is trouwens ook groot in de krant gekomen. Vroeger, voor het digitale tijdperk, had je dat niet. Er stond wel publiek bij een ongeluk, maar die hadden geen camera’s. Nu is iedereen fotograaf. De laatste jaren zijn er in Zeeland zeker honderd bij gekomen. En als je dan elke dag die zonsondergangen van ze ziet voorbijkomen, dan denk ik: doe toch eens wat anders. Neem een voorbeeld aan de fotoclub van Ter Reede (zorgcentrum in Vlissingen, red.), waar ik wel eens een praatje houd. Echt, die maken prachtige foto’s.”

4 juni 1994

4 juni 1994

Ruben Oreel en Lex de Meester zijn allebei 65 en het aantal collega-fotografen mag zich dan hebben vertienvoudigd, serieuze opvolgers hebben zich nog niet aangediend. ,,De een kan ’s avonds niet, de ander kan geen sportfoto’s. Lex en ik kennen alles en iedereen. Je moet ook in de kleedkamer van VV Arnemuiden kunnen komen, snap je.”
,,Ik weet niet of ik in deze tijd, waarin iedereen fotograaf is, nog voor het vak zou kiezen. Ik heb een andere tijd meegemaakt. Ik weet nog dat er ergens in de jaren tachtig brand was tegenover café De Concurrent in Vlissingen, vlak bij de redactie. Het was vrijdagavond laat, maar de persen werden echt stilgezet. Ik heb de foto’s op de krant ontwikkeld, snel fixeren, spoelen en toen de brandweer nog volop aan het blussen was, kon ik de eerste kranten brengen. Dát was echt krantenwerk.”
De fotograaf heeft altijd gezegd nog eens een overzicht van zijn werk te willen maken, met Matty Verkamman als uitgever. En die wilde dat ook. Samen met levenspartner Helge Prinsen dook Oreel in zijn archief. Honderdduizenden foto’s, bijeengebracht tot de vijfhonderd ‘mooiste, opvallendste, ludiekste’. ,,Van selectie naar selectie naar selectie naar selectie. Ik dacht dat ik gek werd. Maar het was fantastisch om alles terug te zien. Echt, ik heb de leukste baan van de wereld.”

 

 

Dit bericht is geplaatst in Fotoboeken met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Ruben Oreel

  1. Christine Bouwense schreef:

    Hoe kan ik aan dit boek komen . Waar kan ik het bestellen ?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.