De VOC in India

Nou hebben we het wel eens wat laatdunkend over de zeker tot 1850 niet zo sprankelende 19e eeuw in Nederland, en hoe er toen met weemoed werd teruggeblikt op de grote gebeurtenissen en de grote mannen van de Gouden Eeuw. In Zeeland kregen Jacob Cats en Michiel de Ruyter in die tijd hun standbeelden. Ik vraag me wel eens af hoe er later op de huidige periode – eind 20ste, begin 21ste eeuw – zal worden teruggekeken. Of het nu zo sprankelt? En er worden dan misschien niet meteen nieuwe standbeelden opgericht, maar in boekvorm kijken we maar wat graag terug naar de tijd van Jan de Witt. Het aantal publicaties over met name de Verenigde Oost-Indische Compagnie mag indrukwekkend worden genoemd. Jan Peter Balkenende zei het al: ‘De VOC-mentaliteit, toch?’ Hoon viel hem ten deel. Misschien verwoordde hij zonder het zich te realiseren een stil verlangen van een hele grote groep Nederlanders.

Het is een wat lange inleiding. Maar er is dan ook een nieuw, indrukwekkend boek over de eerste grote Nederlandse handelsonderneming verschenen: De VOC in India. Opzienbarend, opvallend, omdat het meer is dan een archiefstudie – zonder dat soort boeken tekort te willen doen.

Auteur Bauke (jawel, een Fries) van der Pol (1952) is cultureel antropoloog. Hij deed onderzoek naar de positie van kastelozen, en begeleidde jarenlang Nederlandse toeristen in India. Zijn eerste bezoek was in 1974, daarna was hij nog minstens vijftig keer in het land. De ondertitel van het boek vertelt wat zijn insteek is: ‘Een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen’. En dat is het precies. We krijgen een reisverslag, ingebed in de historie van Nederlandse ondernemers op de Indiase kust. In zijn inleiding zegt hij het zo: ,,Met het schrijven van VOC in India denk ik in een leemte te voorzien, omdat er niet één boek is waarin alle VOC-vestigingen in India zijn beschreven. (…) Dit boek is een inventarisatie van plaatsen waar nu nog VOC-erfgoed te vinden is.”

Van der Pol maakte voor zijn boek twee onderzoeksreizen in 2009, één door Noord- en één door Zuid-India. Dit jaar is hij nog eens teruggeweest naar Cochin en omgeving, omdat daar het meeste VOC-erfgoed te vinden is. In het boek worden actuele foto’s afgewisseld met historische foto’s, prenten, tekeningen en kaarten.

Op 11 november 1604 werd de eerste overeenkomst tussen India en Nederland geregistreerd. Admiraal Steven van der Hagen ondertekende een verdrag – een defensief verbond – met de Zamorin van Calicut. Het was in India de eerste stap van de Nederlanders om de Portugezen, die tot dan de handel op de Oost in handen hadden en ook een grote rol speelden in het scheepvaartverkeer tussen Aziatische landen, het land uit te werken. Handelsposten op de Indiase kust waren van belang voor dat intra-Aziatische verkeer. De Portugezen werden grotendeels verdreven, de Nederlanders namen samen met de Engelsen – en in mindere mate Frankrijk en Denemarken – het heft in handen. Zo heeft de VOC meer dan tweehonderd jaar in India gezeten. (Op de kaart zijn de VOC-vestigingen weergegeven.)

Het is verbazingwekkend om te zien wat er nog van de VOC-aanwezigheid over is. Vele begraafplaatsen – de ene goed onderhouden, de andere overwoekerd – restanten van forten en pakhuizen. In Cochin aan de zuidwestkust is volgens Van der Pol het meeste terug te vinden: koloniale woningen, restanten van een vestingmuur, bastions, het stratenpatroon, straatnamen en een begraafplaats. Wat me ook opviel is dat er momenteel een goede samenwerking tussen Nederlandse en Indiase regeringsvertegenwoordigers. Beide partijen hebben de intentie om datgene wat er nog is zo mogelijk in stand te houden. Dat is in andere landen wel eens anders.

Het woord graf en begraafplaats is in vele gevallen nogal bedriegelijk. Het gaat dikwijls om veel meer dan een liggende of staande zerk. Zie de foto hierboven: het mausoleum van de in 1803 overleden Utrechter Jan Willem Hessing in Agra. Het grafmonument wordt wel de Rode Taj Mahal genoemd. Een beetje overdreven, maar Hessings tombe mag er met een hoogte van veertien meter zeker zijn. Van der Pol noemt het opvallend, dat het geheel is gebouwd in de Mogolstijl. Hessing is ook een schoolvoorbeeld van hoe het vele VOC-ers verging: hij was eerst als militair in dienst van de VOC, en voegde zich na een aantal jaren onder het gezag van de plaatselijke Indiase leider. Hessing werd in 1798 bevorderd tot kolonel en voerde het bevel over het Fort en de stad Agra.

Voor zijn historische verhaal maakt de auteur ruim gebruik van de nagelaten en uitgegeven aantekeningen van Johan Splinter Stavorinus (1739-1788), die eind 1769 Chinsura bezocht. Stavorinus was Schout bij Nacht in dienst van de Admiraliteit Zeeland. Hij beschreef zijn vaartocht op de Ganges en het welkomstritueel toen zijn schip bij het Nederlandse fort Gustavus arriveerde. Ook vertelde hij over de huizen en hoe de Nederlanders hun tijd doorbrachten.

Eén bijzonderheid, die niets met de VOC te maken heeft, wilde de schrijver kennelijk niet overslaan. Terecht. De Nederlandse architect Willem Dudok (1884-1974) ontwierp in 1936 de Lioghthouse Cinema, een bioscoop die nu in gebruik is als warenhuis. Het kost enige moeite om de hand van de architect achter de enorme reclameborden te herkennen. Maar toch…

Van der Pol is een Fries, en heeft geen speciaal oog voor Zeeuwse elementen. Afgezien van Stavorinus kwam ik één tastbaar overblijfsel tegen, dat aan Zeeland kan worden gelinkt. In de badplaats Varkala hangt in de Janardhana Swamytempel een klok, geschonken door VOC-vertegenwoordigers. Van der Pol beschrijft de klok: op de bovenste ring van de klok staat 1757, gecombineerd met Zeeland en Middelburg. Op de tweede ring de namen van Pieter van Belsen en Michael Everhard. Van Belsen was vrijwel zeker kopergieter in Middelburg, en in 1764 slechts één maand in dienst van de VOC. Michael Everhard was soldaat in dienst van de VOC van 1752 tot 1757 op het schip de Wimmenum. Pagina 154: ,,Volgens het plaatselijke verhaal zou de klok na een schipbreuk voor de kust, waarbij geen slachtoffers zijn gevallen, in de tempel zijn beland. Een Nederlandse kapitein had de klok namelijk ‘geofferd’ in de Janardhana Swamytempel in Varkala uit dankbaarheid voor de overleving (sic) van alle opvarenden.”

Bauke van der Pol: De VOC in India, een reis langs Nederlands erfgoed in Gujarat, Malabar, Coromandel en Bengalen – Uitgeverij Walburg Pers, 208 pagina’s, tot 20 januari 2012 29,95 euro, daarna 34,50 euro.

Aanvulling:

Het gerommeerde bureau 3D BluePrintArchitects & Engineers in Amsterdam restaureert dit jaar een VOC-begraafplaats in Ahmedabad (foto). Op het architectenweb verscheen daarover het volgende artikel:

Nederlanders restaureren VOC-begraafplaats

3D BluePrint Architects & Engineers gaat een zeventiende-eeuwse VOC-begraafplaats in Ahmedabad (India) restaureren. De lokale vestiging van het Amsterdamse bureau gaat dit met behulp van 3D BIM uitvoeren. De begraafplaats was van 1615 tot 1700 in gebruik door de Verenigde Oostindische Compagnie. De Mogoel-heersers Jahangir (1605-1627) en Shah Jahan (1627-1658) verleenden destijds toestemming om graven op te richten bij Kankaria Lake en Sarkhej Rosa in Ahmedabad. De aanwezigheid van een Nederlandse factorij (handelspost) in Ahmedabad creëerde deze behoefte. (…) ,,De begraafplaats meet 65 bij 28 meter en heeft 49 bovengrondse graven. Naast de reguliere graftomben zijn er piramide- en koepelvormige typologieën te vinden. Opvallend genoeg is de integratie tussen de Indiase en Nederlandse cultuur terug te vinden in de stijl van de tombes, die in mengvormen van Indiase en Westerse invloeden opgericht zijn”, aldus het bureau. De graven zijn langzamerhand aan het vervallen door erosie, het klimaat en door het feit dat zij momenteel in een openbaar park gesitueerd zijn. Doelstelling van de renovatie is het herstellen van verzakkingen van het terrein, verwijdering van graffiti, restauratie van tombes en het aanbrengen van een natuurlijke omheining. Daarnaast moeten informatieborden en verlichting in de avond bewustwording van de Nederlands-Indiase relatie doen herleven. De restauratie moet eind november zijn voltooid.

VOC in Gujarat

Eind jaren ’90 stuurde het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, op initiatief van de Nederlandse ambassade in New Delhi, twee architecten naar India om een inventaris van Nederlandse monumenten te maken. In zijn rapport uit 1997, beschrijft de architect L.B. Webers het 16e eeuwse Gujarat als een welvarend handelscentrum, voor textiel, kruiden, specerijen en indigo. Nederlandse handelaren arriveerden begin 17e eeuw, toen deze markt door de Portugezen werd gedomineerd. In 1618 verkregen de Nederlanders het handelsrecht van de lokale Mogoelse heersers en zetten factorijen op in onder meer Ahmedabad en de nabijgelegen plaatsen Surat en Bharuch. Hier zijn ook nog oude begraafplaatsen. Het was echter direct een en al strijd met de Portugezen – vooral – de Britten, die hier tien jaar eerder al hun handelsrecht kregen en steeds invloedrijker werden. De 4e Anglo-Nederlandse oorlog, van 1780 tot 1784, bracht uiteindelijk een einde aan de handelspositie van de VOC in Gujarat. De Nederlandse aanwezigheid in Ahmedabad duurde 129 jaar, van 1615 tot 1744.

bron: architectenweb.nl

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis, Reisgids met de tags . Bookmark de permalink.

0 reacties op De VOC in India

  1. Bauke van der Pol schreef:

    Geachte heer Van Damme,

    Ik vind dat u een prachtig resume van het boek hebt gegeven en waardeer de tijd en moeite die u er aan besteed hebt.
    Dat ik niet over Zeeland en de Zeeuwen spreek is niet geheel waar. Op pagina 178 e.v. vertel ik over de relatie tussen de Joden van Cochin (via Moens, een Zeeuw en Commandeur op Malabar) en het Zeeuws Genootschap (Gravezande). Ook is op 179 een uniek portret te zien van een Joodse ousdte dat zich in het Zeeuws Museum bevindt.

    Vr Gr

    Bauke van der Pol

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.