Machinist en wereldverbeteraar

altenaVoor mij heeft het iets van een verre jeugddroom. Heel lang geleden, toen mijn plannen om geschiedenis te gaan studeren vaste vorm kregen, vroeg er nog wel eens iemand: waarom? Ik had destijds een mooi antwoord klaar, vond ik zelf: ik wilde niet-gekroonde en -gelauwerde mensen een stem en een gezicht geven. Vage ideeën over levensgeschiedenissen van Zeeuws-Vlaamse dorpelingen zweefden door mijn hoofd. Die mooie voornemens heb ik slechts ten dele gerealiseerd, als je tenminste kranteninterviews meetelt. Daarom ben ik ook uitermate verheugd over het nieuwste boek van Bert Altena: Machinist en wereldverbeteraar. Het leven van A.J. Lansen 1847-1931. Bram Lansen, de biografie van een in Groede geboren arbeider!

In zijn voorwoord heeft Altena het over ‘onderzoek naar een gezichtsloze’. Dat is een prikkelende formulering. Want meteen komt de vraag op, tijdens en na lezing van het boek: heeft de gezichtsloze Bram Lansen een gezicht gekregen? Het antwoord is wat mij betreft welgemeend bevestigend. Niet alleen de tamelijk willekeurig gekozen Bram krijgt kleur, door en via hem ook raken we thuis in zijn leefomgeving, we stappen rond in de decennia voor en na 1900.

altenaportretDat Altena (foto) – als historicus verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam – ons het levensverhaal van een arbeider kan bieden, heeft natuurlijk alles te maken met de schriftelijke erfenis van de man. Bram Lansen schreef lange opstellen en gedichten, die bewaard zijn gebleven. Hij vond inspiratie in de vrijmetselarij en het socialisme en kwam uiteindelijk terecht in de vrijdenkersbeweging.

De manier waarop Altena aan zijn materiaal is gekomen, is best bijzonder. Hij kwam Lansen tegen rond 1980, toen hij bezig was aan zijn proefschrift Broeinest der anarchie, over de arbeidersbeweging in Vlissingen. Omdat duidelijk was dat Lansen in Amsterdam terecht was gekomen, besloot de onderzoeker in 1988 alle mensen met de naam Lansen in Amsterdam te bellen. Zo kwam hij bij de genealoog van de familie terecht, en bij nazaten die schriftjes met gedichten en een schrijfkist van hun grootvader bleken te bezitten. Plus enkele boeken en een groot verhaal dat hij voor zijn kleinkinderen schreef. Altena (in het voorwoord van zijn boek): ,,Toen ik dat materiaal had, was ik ervan overtuigd dat het mogelijk moest zijn van een gewone arbeider, een gezichtsloze uit ‘de arbeidersklasse’, een volledige biografie te schrijven.”

Historicus Altena trekt conclusies uit zijn onderzoek. Zoals: ,,Als de biografie van Lansen echter één ding duidelijk maakt, dan is het wel hoe eenzijdig ook de meer recente beoefening van de arbeidersbewegingsgeschiedenis arbeiders nog benadert, alsof zij alleen maar met de werkvloer, vakbondszaken, de klassenstrijd en het socialisme bezig waren.” Dat is dus zeker niet het geval: ,,Openlijk oproepen tot verzet tegen bazen en het hele kapitalistische stelsel, was bijzonder.” Overigens was Lansen één van de mensen die niet op zijn mondje gevallen was, hij stak zijn mening over werk en bazen niet onder stoelen of banken. Hij werd dan ook meer dan eens de deur gewezen.

Het boek van Altena vergt enig uithoudingsvermogen. Om het maar even op mijn manier te zeggen: de schrijver heeft een wijdlopige pen. Nou lijkt me dat voor lezers die de tijd hebben allesbehalve een bezwaar. Ik heb geen zeeën van tijd en had uiteindelijk enkele maanden nodig om het boek door te nemen. Dat is niet zo ideaal, maar goed.

Ik ken Kruisdijk. Toen de echte boot nog voer – niet dat rare fietsvoetveer van nu – had je er café Holland-België. Als ik me goed herinner was er ook een motel. Nu lijkt het gehuchtje in verval. Dat zal in de jeugdjaren van Bram Lansen niet veel anders zijn geweest. Zijn vader had er een wagenmakerij. Hij moest concurreren met wagenmakers in Groede. Die strijd ging hem niet goed af. Na een bedrijfsongeval in 1856 kon de wagenmaker zijn linkerhand niet meer gebruiken en moest hij zijn bedrijf van de hand doen. Bram was elf jaar toen het gezin naar Axel verhuisde, waar vader Cornelis probeerde als timmermansknecht aan de kost te komen.

Voor Bram waren het zware tijden. Omdat hij niet meer naar school mocht – te duur – probeerde hij zelf zijn kennis te vermeerderen via oude schoolboeken. Als kwajongen maakte hij ook naam in het stadje: hij was min of meer de leider van een bende gastjes die kattenkwaad uithaalde. In 1861 was er weer voldoende geld om hem naar school te laten gaan. Hij kwam bij hoofdonderwijzer Hendrik van Wijngaarden in de klas: ,,En wat trof ik een juweel van een onderwijzer. Voor de leergierigen was hij een en al toewijding. Voor de tragen was hij minder geschikt. Zoolang hij maar bespeurde, al ging het dan ook langzaam, dat er ‘vordering’ was ging het nog, maar zag hij, ondanks alle moeite zijnerzijds, zoo goed als geen vordering, dan kon hij luide uitroepen, neen uitgillen (…): ‘Er heeft een hond gekreten, en toen heeft hij een paar sufferds ge…’.” Bram hoorde bij de leergierigen.

afbeelding 7.9 Lansen lezen in de ploegstraat 1925foto: Bram Lansen leest (pag. 214)

Het overlijden van zijn ouders, in 1862 kort na elkaar, betekende een nieuwe breuk in zijn leven. Bram was 15 jaar toen hij wees werd. Hij kwam met zijn jongste zusje Frederika bij tante Janna in Zaamslag terecht, zijn zus Maria bij tante Johanna in Terneuzen en broer Johan bij oom Francois in Schoondijke. In 1864 verhuisde Bram naar IJzendijke, waar hij werd opgenomen in het gezin van Abraham Robert van Rosevelt. Die verhuizing betekende het einde van zijn kwekelingschap bij Van Wijngaarden. Het einde dus ook van het uitzicht op een voor mensen uit zijn kringen bijna onbereikbaar onderwijzerschap. In 1867 kon voogd Abraham Robert aan de slag bij de haven- en spoorwerken in Vlissingen. Bram werd daar opgeleid tot machinist op stoommachines.

Wat ik hier heel in het kort vertel beslaat de eerste vijftig pagina’s van het boek. Ik vind het een bijzonder inkijkje in de jeugd van een ‘gezichtsloze’ 19e-eeuwer uit Groede-Kruisdijk.

Bert Altena: Machinist en wereldverbeteraar. Het leven van A.J. Lansen (1847-1931) – Uitgeverij Verloren, 272 pagina’s, 29,- euro.

*************************************************

PZC van vrijdag 16 januari 2015

Bram krijgt een gezicht

Historicus Bert Altena vangt het leven van de in Groede geboren machinist en wereldverbeteraar Bram Lansen (1847-1931) in een boeiende biografie.

door Jan van Damme
Noem het de geschiedenis van een gezichtsloze. Want dat is het. De levensverhalen van koningen, krijgsheren, industriëlen en andere helden komen in groten getale tot ons. Van de gewone man vernemen we zelden iets. Historicus Bert Altena (1950) brengt daarin verandering met zijn biografie Machinist en wereldverbeteraar. Het leven van A.J. Lansen 1847-1931.
Altena is verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij heeft Zeeuwse wortels, in zoverre dat hij vanaf begin jaren zestig opgroeide in Koudekerke, waar zijn vader dominee werd. Voor zijn in 1989 verschenen proefschrift Broeinest der Anarchie – over de vroege arbeidersbeweging in Vlissingen – kreeg hij brede waardering.
Nu is hij ‘terug’ in Zeeland, met het levensverhaal van Bram Lansen, ‘een gezichtsloze uit de arbeidersklasse’. Omdat de historicus het geluk had bij nakomelingen schriftjes met gedichten, enkele boeken en de schrijfkist van Bram te vinden, kon hij zich aan een biografie wagen.
Met succes! Altena vertelt op een mooie, uitgesponnen wijze over de op Kruisdijk bij Groede geboren wagenmakerszoon. Het is bijna spannend om te lezen hoe de jonge Bram zijn moeilijke jeugdjaren in Zeeuws-Vlaanderen overleefde. Eerst raakte zijn vader arbeidsongeschikt. Bram was 11 jaar toen de wagenmakerij werd verkocht en het gezin verarmd bij een grootvader in Axel introk. Even leek het erop dat hij onderwijzer zou kunnen worden – hij had er de capaciteiten voor – maar door het overlijden van zijn ouders in 1861 en 1862 bleef hij toch vastzitten in de arbeidersstand. Bij de omvangrijke haven- en spoorwerken in Vlissingen werd hij uiteindelijk machinist op stoommachines.
In 1879 richtte Bram in Vlissingen de derde socialistenvereniging van Nederland op. Zijn carrière als machinist verliep moeizaam. Hij was aanhanger van sociaal-anarchist Domela Nieuwenhuis en werd om die reden meerdere keren ontslagen. Van 1915 tot zijn dood was hij als auteur zeer actief voor vrijdenkersvereniging De Dageraad.

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Geschiedenis met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.