Dijken van Nederland

dijkenatlasDijken zijn voor ons een hoofdzaak. Zonder zeewering kunnen we vrijwel heel Zeeland blauw kleuren. Komend jaar wordt een groot dijkversterkingsproject afgerond. Daar komen we nog op terug. Voor nu geldt: eindelijk zijn de dijken in Nederland in kaart gebracht. De dijkenatlas Dijken van Nederland werd afgelopen zaterdag 13 december 2014 gepresenteerd. Met een top 100 van dijken waarvoor u moet omrijden. Daarvan liggen er volgens de auteurs negen in Zeeland. Dat is niet bar veel. Ik kan in onze delta meer dijken aanwijzen waarvoor u een omweg zou moeten maken.

PZC van zaterdag 13 december 2014

Dijk is veel meer dan een waterverdediging

Zonder dijken zou meer dan de helft van Nederland last hebben van het water, zouden miljoenen mensen moeten waken voor overstromingen. Maar hoe belangrijk ook, een complete inventarisatie van de dijken ontbrak tot nu toe.
Vandaag verschijnt echter de allereerste dijkenatlas: Dijken van Nederland.

door Rolf Bosboom

De dijken vormen ‘het bottenstelsel van Nederland’, schrijft minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) in het voorwoord van Dijken van Nederland. ,,Dankzij de dijken houden we onze voeten droog en onze handel levend”, aldus de bewindsvrouw. ,,Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het is het resultaat van eeuwen werken aan ons land en van voortdurende waakzaamheid.” Nederland telt in totaal tienduizenden kilometers aan dijken. Desondanks ontbrak tot dusverre een standaardwerk, met uitgebreide beschrijvingen van de ligging van de dijken en een compleet overzicht van de verschillende soorten dijken die kunnen worden onderscheiden. LOLA Landscape Architects in Rotterdam heeft – in samenwerking met onder andere kennisinstituut Deltares en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – in die leemte voorzien, met als resultaat een geografische database met alle dijken van Nederland. Veel daarvan is terug te zien in Dijken van Nederland, dat zowel een leesboek als een naslagwerk is. Een groot aantal kaarten toont de details van ons nationale ‘bottenstelsel’. De onderzoekers hebben de dijken ook ingedeeld in categorieën – afhankelijk van constructie, functie, ligging en ontstaangeschiedenis – want de ene dijk is de andere niet. Er blijken in totaal 43 soorten te zijn, van opdijk tot spuikomdijk, van vingerling tot overlaat en van zandzakdijk tot waker, slaper en dromer.

De samenstellers zijn ruimhartig geweest in hun definitie. Ook de dijken die geen waterkerende functie meer hebben – of zelfs restanten ervan – zijn opgenomen in het boek. Want, zeggen de auteurs, een dijk is veel meer dan een waterverdediging. ,,Het is onderdeel van onze cultuur”, schrijven zij. ,,Nederlanders zijn bewust en onbewust aan de dijken verbonden. De dijk is ons wandelpad, het is ons museum, het is ons park.”

Zeker in Zeeland laten dijken zich lezen als een geschiedenisboek. Restanten van voormalige waterkeringen vormen ringvormige stelsels, polders die als schubben tegen elkaar zijn aangelegd. Ze verbeelden, bijvoorbeeld in de Zak van Zuid-Beveland, op die manier de historie van landaanwinst door opeenvolgende indijkingen door de eeuwen heen. Het is een landschap dat zichtbaar door mensenhand is gemaakt. Dijken zijn daarmee een ultieme vorm van erfgoed, een infrastructureel monument, een ‘bolwerk van traditie én bakermat van vernieuwing’, zoals Tracy Metz in Dijken van Nederland schrijft. Tegelijkertijd kunnen dijken ook veel vertellen over de plek zelf. Ze conserveren de ondergrond en wie een coupure zou maken krijgt meteen ook een historische dwarsdoorsnede, omdat de dijk nu eenmaal tevens een archeologisch archief is. En ook al hebben dijken lang niet altijd meer een waterkerende functie, ze blijven karakteristieke verbindingswegen vormen tussen plattelandsdorpen, ideale routes voor recreanten die door de hoogte de omgeving op een bijzondere wijze krijgen gepresenteerd. ,,De dijk is een podium en een tribune in het landschap”, zoals in het boek staat.

Sinds 1953 hebben de dijken ons niet in de steek gelaten. Toch blijft waakzaamheid geboden, memoreert het boek meermaals. ,,We vertrouwen onze oude vrienden innig, maar ook oude vriendschappen moet je onderhouden.” Het klimaat verandert immers, de zeespiegel stijgt, de bodem daalt en de maatschappij ontwikkelt zich. Vooral in het rivierengebied voldoen veel dijken niet aan de jongste normen. Het is dus zaak te blijven werken aan waterveiligheid en aan innovaties op het gebied van waterkeringen. Het boek geeft daarvan diverse voorbeelden.

Een rode draad in Dijken van Nederland is de top 100 van meest bezienswaardige dijken van Nederland, dijken ‘die het waard zijn om voor om te rijden’. In de lijst, waarin geen rangorde is aangebracht, staan – de Brouwersdam en de Philipsdam niet meegerekend – negen Zeeuwse dijken en dammen: Beerweg bij Hulst, de liniedijken van de Staats-Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen, de Oosterscheldekering, de Veerse Gatdam, Wolphaartsdijk, de Schelphoek op Schouwen-Duiveland, de Westkappelse Zeewering, de ‘zaagtanddijk’ aan de noordkant van Noord-Beveland en de zeedijk van de Hedwigepolder. De laatste vier behoren bij de veertig dijken die in het boek uitgebreider worden geportretteerd.

LOLA Landscape Architects: Dijken van Nederland – NAI010 Uitgevers, met teksten van Eric-Jan Pleijster, Cees van der Veeken en Robbert Jongerius en essays van Eric Luiten, Tracy Metz, Steffen Nijhuis, Henk Ovink en Hans Renes; 344 pagina’s, 49,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Waterstaat met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.