Zeeuwse schrijvers 10

Tiende aflevering van de serie Zeeuwse schrijvers: Peter Simpelaar

Dsimpe vulkaan van Breskens

Peter Simpelaar

door Mario Molegraaf

Het gaf een enorme knal, het debuut van Peter Simpelaar uit 1975, Verzamel de wolken op je gemak. En daarna? Helemaal niets meer. O ja, nog wat gepruttel toen de beroemde bloemlezing van Gerrit Komrij met zijn werk afsloot. In een herziene editie werd Simpelaar simpelweg geschrapt. Verwacht geen mededogen of medeleven in de literatuur. De dichter eindigde als belastingconsulent te Middelburg, prozaïscher kan het niet. Indertijd begroette uitgeverij De Arbeiderspers hem als de Zeeuwse Rimbaud, romantischer kon het niet.

In een interview uit 2000 met Joris van Casteren blikte de vergeten dichter nuchter terug op zijn gefnuikte loopbaan. Hij heeft na zijn eerste en meteen zijn laatste bundel nog wel poëzie geschreven, maar niemand bleek geïnteresseerd. Achteraf gezien was hij een soort wonderkind of een natuurwonder zo men wil. Op zijn vijftiende begon het en op zijn zeventiende, inmiddels was hij verhuisd van Breskens naar Zierikzee, was het voorbij. Een woordenvloed die hem anderhalf jaar overspoelde. In Zierikzee ontfermde Ed Leeflang, zijn leraar Nederlands, zich over de gedichten en vond een uitgever.

De bundel is nog altijd overweldigend. ‘Welterusten lezer,’ wenst de dichter ons ergens, maar we krijgen geen moment rust. Weliswaar verwijst hij vaak naar zijn omgeving: ‘De Elyzéese velden van Zeeland’. Maar ‘Duckstad of Zierikzee of Naaktslackia’ maakt niets uit, we gaan de wereld over, de kosmos in. Poëzie als een kermisattractie, de aller gevaarlijkste, de meest duizelingwekkende. Alleen een waaghals stapt in en laat zich beuken door het taalgeweld. ‘Als ik lesbisch ben in mijn Pyreneeën/ met een transparante stofbril op,/ zie ik een hangcactusse, die verteerd wordt door vuur.’ Wat dat allemaal betekent? Geen tijd om over na te denken, we draaien, slingeren, razen voort.

Te veel en toch is er meer. Verzamel de wolken op je gemak begint namelijk met een gedicht nummer 122 en eindigt met een vers dat nummer 374 draagt. De bundel bevat slechts 31 voorbeelden uit wat een reeks van 394 gedichten was. Ik moet bekennen heel benieuwd te zijn naar de 363 andere vulkaanuitbarstingen. Jawel, Breskens had begin jaren zeventig een vulkaan. Een heel actieve, die mateloos mateloze gedichten spuwde. Boem! Knal! Baf!

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.