Urenboek

urenboekNu moet u even opletten. Dit urenboek is niet zomaar een boek. Een aantal collega’s bladerde en las erin en gaf het terug met de constatering dat je er een beetje tureluurs van wordt. Dat was misschien ook mijn eerste gedachte. Maar ik ben om. Het urenboek van Pieter-Paul van Laake is een belevenis, een ervaring, die je zomaar in een andere wereld kan brengen. Een wereld waarin de mobiele telefoon uitstaat en het leven zich aandient zoals we dat maar zelden meemaken.

januari 8 uur
op 16 januari 2013 op het duin van de Tienhonderd / 17.8 x 379.4
bijna onbewolkt, windstil, -5 graden Celcius

07.50 De nacht trekt zich terug boven de zee achter de lichten van een schip en van een boei. Op de scherpe horizon in het binnenland ligt een smalle donkere band, waarboven zwarte wolkjes drijven in het lage ochtendlicht, van een fabriek in Sas van Gent. Het is stil. Rustig geruis van de branding. In de sneeuw op het pad bovenop het smalle duin sporen van konijnen, van een haas met grote sprongen, van een dwars overgestoken kat. & Het eerste tikken van een Roodborst. & Verder weg kaart een Zwarte Kraai. & De sneeuw maakt het donker livcht, maar het struweel is duister en zwart tegen de sneeuwvlakte van de Tienhonderd. & Er zijn ook sporen van spitsmuizen, lijnen van sprongetjes door de sneeuw die in een dicht net samenkomen bij een holletje naast het pad. & Een Merel tjittert even. & Tjittert, met onregelmatige tussenpozen. && Ruisen van de zee. Soms tjit de Merel. & Een onzichtbaar overvliegende Nijlgans gurkt. & Met klapperend geruis vliegen vijf Houtduiven uit de dennen weg. Een Zanglijster laag over het duin. & Het wordt licht. (…) 08.50
(& betekent stilte, in het boek worden twee verstrengelde s-en als stilteteken gebruikt.)

Zo opent het urenboek. Ik zie een man, niet zo groot van stuk, wit haar, witte sik, een brilletje met ronde glazen. Het vriest, dus hij zal zich dik hebben aangekleed. De zestiende januari 2013 was een woensdag. Een uur lang, van 7.50 tot 8.50 uur heeft hij bovenop het duin van de Tienhonderdpolder ten noord-oosten van Cadzand gezeten. Een notitieboekje op zijn knie. Het handschrift bijna schoolmeesterachtig regelmatig. Een merel tjittert, een gans gurkt.

Er valt een hoop over dit boek en de schrijver te vertellen. Laat ik beginnen met de structuur. Het is letterlijk een urenboek, elke pagina bevat een uur observaties. In totaal zijn er 160 uren opgenomen. Opgedeeld in twaalf maanden. Elke maand wordt als een dag beschouwd, dat wil zeggen: januari begint nog voor zonsopgang om 7.50 uur, en eindigt om 18.00 uur als het donker is. De maand bevat dus uren observaties, bijeen gesprokkeld in de jaren 2004-2013 – 16 januari 2013 van 7.50-8.50 uur in de Tienhonderdpolder, 16 januari 2010 van 9.25-10.25 in de Kievittepolder, 16 januari 2013 van 10.30 tot 11.30 uur in de Knokkert, 15 januari 2010 van 11.20 tot 12.20 uur aan de zeedijk van de Baanst, 17 januari 2013 van 11.40 tot 12.40 uur aan de Stierskreek bij Aardenburg, 16 januari 2010 van 12.40 tot 13.40 bij het Costatstation in de Hazegras, 16 januari 2011 van 14.20 tot 15.20 uur bij de Lange Strink in de Oudelandsche, 15 januari 2011 van 14.40 tot 15.40 uur op het terras van de Sophia, 23 januari 2012 van 16.25 tot 17.25 ten noorden van Retranchement, 16 januari 2011 van 17.00 tot 18.00 uur aan de Bonte Kof (ten noorden van Aardenburg).

Zoals u ziet sluiten de uren niet helemaal naadloos aan. Maar het idee van een compleet gecoverde dag zon zonsop- tot zonsondergang is duidelijk. Bij elke observatie staan de coördinaten vermeld, zodat precies is na te gaan waar de schrijver dat uur heeft gestaan of gezeten. Hij kiest zijn locaties in de regio tussen Hoofdplaat en Damme: West-Zeeuws-Vlaanderen met een strook Belgisch Vlaanderen.

laake foto Theo Peeters

Waarom hij dat doet? Ik heb Pieter-Paul van Laake voor de PZC gesproken: zie de krant van zaterdag 22 november 2014. Hij woont aan de rand van Mook, met riant uitzicht op de Maasvallei en het Reichswald. De man is 70 jaar en hij is ziek, hij heeft ALS. Het begon jaren geleden met pijn in één van zijn handen. Twee jaar geleden pas werd ALS geconstateerd. Nu kan hij niks meer vastpakken met zijn handen, kan niet meer lopen en heeft een beademingsmachine naast zijn bureau staan. Ik had met hem naar een locatie uit zijn boek willen gaan. Dat is niet meer mogelijk, hij kan niet drie uur lang in een auto zitten. Afgelopen januari is hij voor het laatst in West-Zeeuws-Vlaanderen geweest, in het plan Waterdunen bij Breskens. Het lukte hem toen niet meer om een uur lang te observeren.

In 1949 kwam hij voor het eerst in de regio. Zijn vader was bankdirecteur in Nijmegen. Voor de zomervakantie huurde hij een houten huisje bij Cadzand. Piet-Paul was de derde in een gezin met uiteindelijk negen kinderen. Eind jaren zestig kocht zijn vader een stenen huisje in de Vlamingpolder bij Cadzand. Vanaf die tijd ging Pieter-Paul maandelijks een paar dagen naar West-Zeeuws-Vlaanderen. Hij studeerde Nederlands en werd leraar. Rond 1980 stopte hij daarmee en werd fietskaartenmaker voor Uitgeverij Dwarsstap. Hij schat dat hij jaarlijks zo’n 20.000 kilometer fietste door Nederland en Vlaanderen. Al die jaren hield hij zijn retraitedagen in de regio Cadzand in ere. Hij ging alleen, zonder zijn vrouw Ineke, en koos altijd voor doordeweekse dagen om met zo weinig mogelijk drukte geconfronteerd te worden. Hij stuurde haar wel zelfgetekende kaarten. Zoals hij ook ‘boekjes’ voor haar maakte, unica die vrijwel zeker een plaats gaan krijgen in het Museum Meermanno in Den Haag.

Echt wonen in de streek was een stap te ver voor hem, het gebied lag te excentrisch. Maar misschien geldt ook hier, dat een verre geliefde het vuur beter brandend houdt dan een nabije aanbedene. Het idee voor een urenboek kreeg ruim tien jaar geleden vaste vorm. Pieter-Paul wilde naast elk uur observatie ook een tekening van de locatie maken. Zijn ziekte heeft dat plan doorkruist. Er staan nog wel tekeningen in het boek. Elke maand opent met de kruin van een knotwilg in de staat, die bij die betreffende maand hoort. Her en der ontbreken uren – op die blanco pagina’s is onderop een tekening van een veer afgebeeld.

De observaties in het boek worden, voor wie er de tijd voor neemt, bijna meditatieve momenten. Achterin is in de kaft van het boek een dvd opgenomen, waarop Pieter-Paul zelf de hele tekst van zijn boek voorleest. In zijn voorwoord zegt hij over dat schijfje: ,,Niet omwille van mijn stem die pover is geworden, maar als voorbeeld voor de wijze van lezen die overeenkomt met de wijze waarop steeds een uur lang is waargenomen wat ik waarnemen kon, ook de stiltes. Soms gebeurt in een uur bijna niets.”

Alle vogels krijgen hun eigen geluiden. Een Fazant zjokkokt, de Grasmus krasselt, een Koolmees tietert, Kauwen kekken, een Waterhoen drokt, een Meerkoet tukt, Wulpen wliepen. Pieter-Paul noemt zichzelf geen topjongen onder de vogelaars, maar hij onderscheidt wel het geluid van een Goudhaantje van dat van een Vuurgoudhaantje.

De schrijver hoopt dat zijn waarnemingen voor de lezer meer zijn dan weer- en natuurwaarnemingen. Wat mij betreft, is die hoop niet ijdel.

Ik zou zeggen: probeer het eens uit, lees een paar observaties hardop. Heb eerbied voor de stiltes. Want juist die zijn hier, net als in muziek, essentieel.

Ik zie er weinig heil in om in weer en wind een uur lang ergens op een (binnen)dijk of een duin te gaan zitten. Als ik al ooit die aandrang heb gehad, hoeft het nu niet meer. Pieter-Paul heeft dat voor mij gedaan.

En ik moet toch hoog nodig weer eens naar de Tienhonderd, de Hogedijk, de Baarzande.

juni 12 uur
op 14 juni 2007 op de Middendijk langs de Jong-Baarzande / 27.5 x 377.6
half bewolkt, zo 3, 23 graden Celcius

12.20 Op het pad ligt een dode Kauw, een gaaf en bijna volgroeid jong. Geen vlieg erop. Omkranst door rood guichelheil en hopklaver. Rood guichelheil straalt in heel de middenberm en in de randen van het pad. In de bermen staat de glanshaver hoog, twee bruine zandoogjes fladderen er tussendoor en een atalanta. Ruw beemdgras, rietzwenkgras, fluitekruid waarvan het zaad al bruin wordt, kruipende boterbloem, een beetje veldlathyrus. Het is broeierig warm. De zon steekt. & Over de maisakker vliegt in strakke zeilvlucht een Fazantehen een korenveld in. Vlaktes van tarwevelden, die door windsingels rond boomgaarden en door boomrijen na boomrijen zijn omzoomd, en die geklonken zijn in diepe zomerstilte. Aan de overkant van de maisakker krasselt een Grasmus. && De hemel wordt wit en met vage wolken dichter. Een vliegtuigje trekt een ronkend spoor door de stilte. De wind suist in de oude populier, de Grasmus krasselt. & Een Holenduif. & Een Kauw vliegt over de velden naar de boerderij aan de Tragel. Daar kekt een Kauw. (…) 13.20

Pieter-Paul van Laake: Urenboek – Uitgeverij Het 7-dal, hardcover met leeslint en dvd, ongepagineerd (circa 180 pagina’s), 29,50 euro.

 Bestel: Urenboek

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Natuur, Poëzie, Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.