Nehalennia, sport in Zeeland

Dit wordt een stukje over het nieuwste nummer van Nehalennia, het Bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen en de Zêêuwse Dialect Verênigieng. Nummer 173, najaar 2011, om precies te zijn. Thema: Sport in Zeeland, staat er onderop de cover. Daarboven een foto van de buste van Johan Hendrik van Dale in Sluis. Was die ziekelijke woordenboekenmaker (1828-1872) dan sportief, was mijn eerste gedachte. Op de volgende binnenpagina las ik dat er kennelijk sprake is van een serie covers: ,,Het omslagthema van deze jaargang is ‘Beroemde Zeeuwen in beeld’.” Vandaar Van Dale. Maar dat levert dus een nogal koddige combinatie op de voorpagina op.

Het thema sport hebben we ook aan een samenloop van omstandigheden te danken, lees ik in het voorwoord. Namens de redactie legt Gerard van der Wal uit dat de Werkgroep CultuurHistorie de 23ste Historische Studiedag in 2009 aan het thema ‘Geschiedenis van de sport in Zeeland’ wilde wijden. Er werd een mooie, toepasselijke locatie gekozen: het nieuwe gebouw van de Voetbal Experience in Middelburg. Vlak voor kerst, op 23 december, zouden de werkgroepleden bijeen komen om meteen het toen pas geopende Nationaal Voetbalmuseum te bezoeken. Net voor het zover was ging het mis: ,,Op de valreep bleek dat de directie van Voetbal Experience zulke hoge kosten in rekening meende te moeten brengen dat dit voor de Werkgroep een onverantwoorde uitgave was (…).”

Zo werd onverwacht een stukje geschiedenis in de marge geschreven. Een botsing van de genootschaps- en sportcultuur. De genootschappers gewend aan een krappe kas en inzet van vrijwilligers, en de zakenlui in de sportwereld die toch vooral hun portemonnee in de gaten houden. Dat moest wel fout gaan, en dat ging het ook.

Met als resultaat dat er nu een themanummer van Nehalennia verschijnt, dat aan sport in Zeeland is gewijd. De inleiders van 2009 hadden hun lezingen al klaar, en hebben die voor het tijdschrift omgewerkt tot artikelen. Er zijn in totaal drie redelijk ruim bemeten stukken opgenomen.

Het eerste is van Nico van Horn (1951), archivaris van het KITLV – Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde in Leiden. Hij geeft een overzicht van vindplaatsen, waar mogelijk informatie over de eigen sportclub of de Zeeuwse sportgeschiedenis beschikbaar is. Natuurlijk – signaleert Van Horn – kan de (oud-)bestuurder een zolder vol verrassende clubhistorie hebben. De daaraan gekoppelde constatering, dat mondelinge geschiedenis in opkomst is en leven in de brouwerij brengt, doet nogal oubollig aan. Oral history wordt toch al een tijdje beoefend – vraag dat Kees Slager maar eens. Ik heb eerder de indruk dat mondelinge geschiedenis weer een beetje uit de mode is geraakt.

Van Horn komt ook met verrassende tips. Bijvoorbeeld over de archieven van het Ministerie van Justitie in het Nationaal Archief in Den Haag. In de serie Naamloze Vennootschappen zijn daar gegevens te vinden over oprichting en statuten van Nederlandse NV’s. Zeker als er sprake was van een sportpark of een zwembad namen sportclubs de vorm aan van een commerciële NV. In dossiers bij de Kamer van Koophandel zijn gegevens te vinden over inkomende en uittredende bestuurders van die genootschappen. Over bijvoorbeeld het roemloos ten onder gegane FC Vlissingen zou daar het een en ander te vinden moeten zijn. Archieven van sportbonden worden in dit verband natuurlijk ook genoemd.

De archivaris-historicus noemt verder kranten als bruikbare bron. Dat een krantenarchief een schat aan geschiedenissen en verhalen herbergt, zal niemand verbazen. De recente digitalisering heeft de bruikbaarheid van die oude kranten drastisch vergroot. Van Horn denkt in de Goessche Courant van 22 november 1888 een citaat over zich misdragende jeugd aan te halen: ‘…men ontmoete dan elkander op ander terrein en sla den weg in die de geest onzes tijds op zoo menigerlei gebied van sport aanwijst. Men zie elkander te overtreffen in al die zaken, waartoe kracht en behendigheid wordt vereischt, die eerst door trouwe oefening verkregen kunnen worden.’  Of het citaat is niet volledig, of er is iets anders mis, maar ik herken hier geen zich misdragende jeugd in.

Van Horn staat niet zo hoog met wat er momenteel aan sportgeschiedenis wordt gedaan: ,,Sportgeschiedenis wordt (helaas) nog steeds vaak bedreven door journalisten, die een ‘fly-on-the-wall’ reportage maken en daarmee denken een Groots Historisch Werk afgeleverd te hebben.” Die term ‘fly-on-the-wall’ viel me op. Ik ken het begrip uit de theaterwereld, waar je zo onopvallend mogelijk aanwezig bent bij een repetitie. In sporttermen heb ik er nooit van gehoord.

In elk geval geeft hij daarmee een lekker voorzetje aan de tweede themaschrijver, sportverslaggever Rudy Boogert van de PZC. Die geeft een schets van de ontwikkeling van de Zeeuwse sportjournalistiek aan de hand van de derby Middelburg-Vlissingen. Van de drie regels op maandag 17 oktober 1921 in de Vlissingsche Courant – ‘Te Middelburg speelde gisteren voor de tweede klasse Middelburg I tegen Vlissingen I met 0-1 tot uitslag’ – tot de hele pagina en meer, die een grote voetbalwedstrijd nu krijgt toebedeeld. Rudy Boogert toont zich – vind ik – met zijn voorkeur voor staatjes een ‘echte’ sportverslaggever. Het aantal regels dat de Vlissingsche Courant in de seizoenen 1921-1927 aan elke wedstrijd besteedt, wordt keurig geturfd. Ook het slot, waarin in een tabel de ‘groei’ van de sportjournalistiek wordt samengevat, vind ik typisch ‘sport’: 1928 ranglijst wordt bij het verslag vermeld; 1936 nieuws wordt in eerste zin vermeld; 1948 echte kop boven het verhaal; 1951 inleiding wordt vetgedrukt…

Taalkundigen weten ook wat turven is. Veronique De Tier is adviseur streektaal van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, Johan Taeldeman was als taalkundige verbonden aan de Universiteit van Gent. Zij hebben onderzocht hoe Vlamingen en Zeeuwen over de fiets en fietsonderdelen praten. Met kaartjes waarop aangegeven staat waar een fiets een fiets is en een fiets een velo. En waar een bakfiets een bakfiets heet en waar een triporteur. De velo en de triporteur vonden ze in Vlaanderen en in de grensstreek van Vlaanderen en Zeeuws-Vlaanderen, de Nederlandse woorden in de rest van Zeeland.

Dat neemt niet weg dat Nehalennia met het Zeeuwse sportthema een verrassend tijdschrift oplevert. Van Dale, ook hij, zou er best tevreden over geweest zijn.

Nehalennia, Bulletin van de Werkgroep CultuurHistorie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen en de Zêêuwse Dialect Verênigieng, aflevering 173, herfstnummer, september 2011, losse nummers 7,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Heemkunde, Sport, Tijdschriften met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *