De tekenaar

covertekenGeboren op 4 januari 1909, zesde van de in totaal zeven zonen van schoenmaker Pieter Jan van Driel in Axel. Daniël van Driel is de naam, roepnaam Daan. Hij wil tekenaar, kunstenaar worden. Eerst ziet het er niet naar uit, en wordt hij knechtje bij een plaatselijke huisschilder. Maar Daan is een doorzetter. In 1928 haalt hij zijn L.O. acte tekenen en wordt reclame-ontwerper in Eindhoven. Vier jaar later gaat hij in Amsterdam werken als reclameschilder. Na een werkzaam leven en een rijk gezins- en geloofsleven verhuist hij in 1990 naar Kampen. In 1992 overlijdt hij daar. Van 1925 tot zijn dood houdt hij een dagboek bij – een gedenkboek zoals hij het zelf noemt. Zijn schoonzoon Daan van Alten (Axel 1946) heeft het complete dagboek – 74 boeken en schriften – gedigitaliseerd. Een selectie uit de dagboeken liet hij deze maand verschijnen in De tekenaar. Inclusief een op de rug van het boek geplakte cd-rom, waarop de complete versie van het dagboek te lezen valt. Dat klinkt als een behoorlijk indrukwekkende, zelfs monumentale uitgave. Inderdaad, daarmee is geen woord te veel gezegd.

Er kan tegenwoordig geen dagboek van een beeldend kunstenaar of schrijver verschijnen, of er wordt wel even aan het Geheim Dagboek van Hans Warren gerefereerd. Tussen 1981 en 2009 verschenen er 23 delen van Warrens levensverhaal. Zo uitvoerig, zo zonder enige terughoudendheid is er zelden een leven in dagboekvorm uitgegeven. Het dagboek dat Daan van Driel van 1925 tot zijn overlijden in 1992 bijhield, is zeker in het ‘lichamelijke’ veel minder expliciet. Maar de wijze, waarop zijn ‘gedenkboek’ nu wordt uitgegeven, daaraan hadden Warren en zijn vriend/bezorger Mario Molegraaf een voorbeeld kunnen nemen. De serie van Warren liep zo lang, dat de belangstelling ervoor afnam. Als er gekozen was voor publicatie van enkele fragmenten per jaar met daarbij een cd-rom met de volledige tekst, dan zou de spanningsboog niet te lang zijn geworden.

Ik heb met veel plezier in de gedrukte versie van Van Driels dagboek gelezen. En kon het toch niet laten, om ook even op de cd-rom te kijken om te zien hoe bezorger Van Alten te werk is gegaan. Rigoureus, dat is een passende term, want Van Driel is echt veel en veel uitvoeriger dan Van Alten hem in het boek laat zijn. Ik kan dat goed tonen door de beginpassages van 1925 weer te geven, als Daan als 16-jarige aan zijn dagboek begint. Eerst zoals het fragment in het boek terecht is gekomen, vervolgens de versie zoals die op de cd-rom in de volledige versie is te lezen.

Fragment uit het boek:
,,Allang wilde ik mijn gedachten, gevoelens en ervaringen opschrijven. Nu ik daaraan begin, hoop ik dat het bevredigend zal zijn. Let wel op, beste lezer: jij bent een indringer in het wereldje van een ander.
Ik ga al bijna drie jaar naar de ambachtsschool in Terneuzen. Ik ben er mijn ouders dankbaar voor dat het mocht en de kosten die ze voor mij hebben gemaakt, wil ik graag terugverdienen. Nog een maand, dan kan ik gaan werken, net als mijn broers. Ik zou liever doorleren, maar daar is geld voor nodig en dat ontbreekt. Dit is niet gemakkelijk, maar ik moet het uit m’n hoofd zetten.
Als ik daar over doordenk, kan ik somber en ontevreden worden. Zouden mijn echte toekomstplannen ooit werkelijkheid kunnen worden of blijven het illusies? Waar is het eind van al die dromen?”

Fragment van de cd-rom:
,,Al lang wilde ik mijn gedachten, gevoelens en ervaringen opschrijven. Nu ik daaraan begin, hoop ik dat het voor mezelf bevredigend zal zijn en dat ik er ook plezier in hebben mag. Aan wie kan ik mijn gevoelens zo vrij toevertrouwen als aan deze zwijgende vriend? Ja, ik hoop wel dat hij zal zwijgen, dus dat het alleen voor mezelf blijft. Dan hoef ik me niet te verantwoorden voor wat ik schrijf of bang te zijn dat ik verkeerd begrepen word. Wie dit zonder mijn toestemming leest, beschouw ik als iemand die met ruwe hand het tere netwerk van mijn geheimste gedachten kapot scheurt. Denk erom: je bent een indringer in het wereldje van een ander.
Ik ga al bijna drie jaar naar de ambachtsschool in Terneuzen. Nog een maand en ik zal die school verlaten en kan ik gaan werken, net als mijn broers. Ik vond het een voorrecht om zo’n nuttige school te mogen bezoeken. Ik ben er mijn ouders dankbaar voor. De kosten die ze voor mij hebben gemaakt, wil ik dan ook graag terugverdienen. Ik zou wel verder willen leren, maar daar is geld voor nodig en dat ontbreekt. Het is niet gemakkelijk, maar dat moet ik maar uit m’n hoofd zetten. Je weet trouwens nooit. Soms maken zich sombere, ontevreden gedachten van mij meester. Zouden mijn toekomstplannen ooit werkelijkheid kunnen worden? Blijven het illusies? Er zijn gedachten die ik niet durf toe te vertrouwen aan dit boek, mijn hoogmoedige, dwaze gedachten over de toekomst. Stel je voor dat anderen ze zouden lezen en me uitlachen: een jongen van 16 jaar met dergelijke gedachten! En toch is iets in me dat me dwingt te schrijven.”

Ik vind dit een boeiend begin van een dagboek. Interessant ook, om de twee versies zo naast elkaar te zien. Het lijkt me dat Van Alten laat zien dat hij een goede bezorger is. Op de achterflap van het boek staat dat Van Alten scheikunde studeerde en docent was in het middelbaar onderwijs in Amsterdam en onderwijscoördinator in Mozambique en Botswana. Verder: ,,Toen hij in de dagboeken van zijn schoonvader begon te lezen, werd hij gegrepen door de oorspronkelijkheid van de verhalen. Hij bleef lezen, dagboek na dagboek. Ze boeiden hem mateloos en hij besloot de dagboeken te digitaliseren en te bewerken met het oog op een eventuele uitgave. Die is er met dit boek dan ook gekomen.” Daan van Alten is getrouwd met Anthonina (Nini), de tweede dochter van Daan.

Het oorspronkelijke dagboek van Daan van Driel bestaat uit 74 boeken, schriften, dummy’s en losbladige cahiers. In de beknopte versie in De tekenaar (253 pagina’s) komen zijn eerste Zeeuwse jaren natuurlijk aan bod, later ook zijn bezoeken aan Axel vanuit Tilburg en Amsterdam, zijn niet aflatende drang om scheppend bezig te zijn, zijn worsteling om zijn werk als reclametekenaar en ‘dienaar van God’ te verenigen. Opvallend is zijn zoektocht, en dan vooral hoe hij daar bewust mee bezig is. De zinnen die de overgang naar Amsterdam markeren (pag. 39) zijn treffend: ,,Ik trek weg voor onbepaalde tijd. Einddoel van de reis is Amsterdam. Daar ga ik zoeken naar nieuwe perspectieven en nieuwe wegen voor levensontplooiing.” Nogal plechtstatig, maar het was dan ook 1932.

daanaffichecolijnHij vindt die perspectieven en ontplooiing. Vanaf 1933 krijgt hij opdrachten van de Christelijke Vakbeweging en de Anti Revolutionairen. Een mooi voorbeeld vind ik het in het boek opgenomen affiche voor de centrale werklozenzorg, 1935: ‘Jong Holland snakt naar werk’.  Als dat geen tijdsbeeld is. Het verkiezingsaffiche van Colijn van twee jaar later is opgenomen in het Geheugen van Nederland, en zal voor velen nog altijd beeldbepalend zijn voor de jaren dertig. Zo maakt Van Driel naam. In 1944 ontwerpt hij het eerste logo van de verzetskrant Trouw.

Om brood op de plank te krijgen – in 1936 trouwt hij met Krina Helena van Kogelenberg, ze krijgen zes kinderen – moet hij soms werk aannemen, waar men het niet zo nauw neemt met Gods woord. Zoals in 1946, als hij de kans krijgt om voor Rabag – Reclamebedrijf te gaan werken. Dat levert in zijn dagboek de volgende passage op (pag. 87): ,,Ik verkeer in een bedrijf waar de Satan op de troon zit. Heb ik het niet letterlijk ervaren in de herhaalde uitbarstingen in vloeken en verwensingen, zowel door de baas zelf als door het personeel? Als ik daar tegenin ga, tempert het iets, maar ik kan niet verhinderen dat het telkens weer oplaait. Ook in moreel opzicht is die werkplaats op het Singel, achter het Rembrandtsplein, de troon van Satan. Het grote raam van de werkplaats geeft uitzicht op een van de mooiste plekjes van oud Amsterdam, maar tegelijk ook op de meest zondige praktijken. Vrouwen, op k;laarlichte dag, bieden zich als koopwaar aan.”

Een dagboek met zulke aantekeningen – overigens zonder dagaanduiding – geeft een indringend beeld van een persoonlijkheid. Toch kan een buitenstaander opeens een bepaald element toevoegen, waarvan je wel een vermoeden hebt maar dat in het dagboek zelf alleen indirect is op te maken. Zo vind ik de herinnering die Daan van Driel jr. (1949) – de derde zoon van Daan sr. – schrijft ter gelegenheid van de publicatie van het dagboek, een bijzonder mooie aanvulling: ,,De beeldende kunst heeft in ons van oorsprong Amsterdams gezin altijd een bijzondere plek gehad – ezel in de kamer, rol papier onder mijn vaders arm, sigaar in zijn mond, potlood, houtskool, kneedgum en scheermesjes in de zakken van zijn jasjes. In het trapportaal van onze bovenwoning in de Rivierenbuurt tot boven aan toe, de kamers, de keuken, overal hing zijn werk. En niet jaren hetzelfde, want als hij thuiskwam na een middagje getekend te hebben in het Van Gogh Museum of op zijn tekenclub, dan hing hij de wanden en de kastdeuren vol met een nieuwe Carmiggelt, met Fong Leng of met een of andere juffrouw. Veel gasten bij ons thuis ontkwamen er niet aan… ga even zitten, even die kant opkijken. Ik ben niet de enige van zijn kinderen die zich het eindeloze stilzitten kan herinneren.”

Op één van de sites ter introductie van het dagboek lees ik: ,,Toen hij met de vader van een vriendje een keer  naar Amsterdam was geweest, nam hij zich voor daar later te gaan wonen. Daar  hingen in de musea de werken van de grote meesters. Daar gebeurde het.” Die scène verklaart veel. Hoewel het natuurlijk wel zo moet zijn, dat Daan van Driel bijzonder ontvankelijk is geweest voor kunstzinnige schoonheid. Anders was dat tekenen en scheppen nooit een obsessie geworden.

buthdijk axel olieverf 1942(Buthdijk Axel, olieverf, 1942)

In 2009 richtten zijn kinderen ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag in Axel een expositie in met zijn werk. Hoezeer vader Daan invloed op zijn nakomelingen heeft gehad, blijkt wel het beste uit de Galerie Van Driel in Kampen, waar vier van zijn zes kinderen – Jan, Daan, Nini en Cees – werk laten zien.

Zeeland heeft altijd een plaats in zijn hart behouden. In 1932 schrijft hij (pag. 38): ,,Een golvend korenveld met rode huisjes er tegenaan. Het helder wit van een mutsje op een ‘bleuzende’ vrouwenkop die ingesloten is door de aan weerskanten hoog opgestoken beuk. Bezige, blote armen uit het nauw omsluitende jakje. Boven dat alles de zon. In de blauwe lucht de vogeltjes. Het is hier zo mooi.” In 1983 neemt hij een gedichtje van ‘dichteres Jacqueline’ op (pag. 217): Zeeland, / Het land met de dijk / Als een goede vaderarm / Warm om je schouder.

De tekenaar. Dagboek Daan van Driel 1925-1992, bewerkt door Daan van Alten – Uitgeverij Buijten & Schipperheijn Motief Amsterdam, 256 pagina’s, met twee fotokaternen, met cd-rom, 19,- euro.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Biografie, Dagboek met de tags , . Bookmark de permalink.

0 reacties op De tekenaar

  1. johan ypma schreef:

    Wat moet dit een heidens werk geweest zijn om al die dagboeken niet alleen te lezen maar ook nog te filteren. Ik wil wel zo’n boek. Ben erg benieuwd.

  2. Via mijn zwager Daan van Alten kreeg ik de recensie van ‘De tekenaar’ in de PZC van 20 augustus j.l. doorgestuurd. Ik ben er zeer van onder de indruk: wát een doorwrocht, eerlijk en kundig geschreven beoordeling van de bewerking van de dagboeken van mijn vader heeft de heer Jan van Damme geschreven! Hartelijk dank daarvoor!
    Zelf ben ik opgegroeid met die dagboeken. Vader las er regelmatig uit voor en als kinderen wisten we niet beter dan dat vader zat te schrijven, als hij niet aan het tekenen of schilderen was.
    Toen ik vorige week het boek ‘De tekenaar’ in handen kreeg, heb ik er geboeid in zitten lezen, alsof het allemaal nieuw voor me was. Zeer benieuwd was ik naar de mening van ‘derden’ – en zie daar, u hebt mijn stoutste verwachtingen overtroffen met deze schitterende recensie! Nogmaals dank.

  3. Hannie Verschoor-van Driel schreef:

    Ik wil het boek heel graag hebben, ga het zeker kopen! Het lijkt me heel interessant om te lezen, ook al zou het alleen al zijn vanwege de herinnering aan mijn bijzondere oom, die ook een tijd lief en leed met mijn ouders gedeeld heeft in de periode Eindhoven. En hulde aan Daan van Alten voor al het werk dat hij voor het tot stand komen van dit boek verzet heeft!

  4. Sarie Dees- van Driel schreef:

    Schitterend “uit de verf gekomen” !
    Complimenten voor dhr, van Damme en Daan van Alten.
    Met dierbare herinneringen aan mijn oom Daan…..

  5. Ankie van Tatenhove-Meesen schreef:

    En ik ga ‘het lot van de familie Meijer’ die ik dubbel heb gekregen ruilen voor ‘de tekenaar’. Ik ben heel benieuwd naar de dagboeken na alles wat ik van twee kanten van oom Daan heb gehoord: als om van mijn moeder en als kostgezin van mijn vader. Maar ik vind het ook mooi om met dit boek de herinnering levend te houden aan een oudoom en oudtante die friet met vis kregen als ze bij ons kwamen eten en wel 2 uur met ons aan tafel konden zitten. Dat was heel lang, maar geen moment stil of vervelend. Ik herinner me een stel mooie mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *