Bitterzoet

bitterzoetHoe zou dat gaan? Je bent – zoals Ellen de Vriend – een niet onverdienstelijke journaliste, die al redelijk wat jaren schrijvend en eindredigerend in het Zeeuwse meedraait. Je publiceert ook nog eens een herdenkingsboek, en een paar redelijk succesvolle interviewboeken. Dan borrelt het na verloop van tijd kennelijk zo erg, dat er meer moet volgen. Een roman liefst. Of nog beter: een thriller. Die ligt er nu: Bitterzoet. Maar kan iedereen die een thriller schrijft eigenlijk wel een thriller schrijven?

SONY DSC

Een thriller schrijven. Als ik dat zelf zou willen doen, dan zou ik wel over een plot en spanning gaan denken. En al gauw tot de conclusie komen: da’s niet helemaal mijn ding – om het maar eens in hedendaags Nederlands te zeggen. Wat denken mensen die wel een thriller schrijven? Die moeten ervan overtuigd zijn dat ze het schrijven van een spannend boek, een spannend verhaal, wel in hun vingers hebben.

Na het lezen van Bitterzoet kan ik alleen maar concluderen, dat er thrillerschrijvers zijn die zich vergissen. Ik heb best bewondering voor de wijze waarop Ellen de Vriend (foto) een lopend verhaal van zo’n 180 pagina’s weet te schrijven. Maar wat ik heb gelezen is naar mijn mening geen thriller. Als je het met alle geweld wèl een thriller wilt noemen, dan vind ik het geen goede thriller. Want wat is het een langdradig verhaal, vol herhalingen, met vlakke observaties, en een zeurderige, huilebalkerige hoofdpersoon. Als het even spannend wordt of dreigt te worden, zijn de tranen niet te stelpen. Het hoofdpersonage zegt het zelf, op pagina 169: ,,En voor de zoveelste keer die dag vullen mijn ogen zich met tranen.”

Iris van der Meer speelt de hoofdrol. Een Zeeuwse van half de twintig. Ze is getrouwd met Marc. Samen besluiten ze naar Curacao te gaan, om daar in Willemstad een hotel te gaan runnen. Dat hotel vormt een eenheid met de ernaast gelegen duikschool, waarvan Harm en Anne de oprichters/eigenaars zijn. De eerste tijd is het zon, zee en strand, maar dan wordt er een duikster vermoord. Althans, dat is het vermoeden, ze is waarschijnlijk aan haar benen onder water vastgehouden tot ze verdronk. Niet veel later ondergaat Anne hetzelfde lot. Dat is natuurlijk al heel dicht bij hoofdpersoon Iris, die het er knap moeilijk mee heeft.

De afloop verklap ik niet, maar gaat u er maar vanuit dat er liefde en ontrouw in het spel is.

Ik neem aan dat er bepaalde technieken zijn voor het schrijven van een thriller. Het oproepen van vragen, het beetje bij beetje onthullen, flashbacks, cliffhangers – ik noem er zomaar een aantal waarvan ik denk dat ze wezenlijk zijn. En humor, niet te vergeten. Wat dat laatste betreft, nee, ik heb zelfs nergens moeten gniffelen. Het verhaal is lineair verteld, met een ik in de hoofdrol. Flashbacks zijn er niet, en echte cliffhangers die me met rode oren naar de volgende bladzijde joegen ben ik ook niet tegengekomen. Er wordt wel stapje voor stapje naar een einde gewerkt. Maar voor mij zijn die stappen in het boek zo traag, dat ik gaandeweg mijn interesse verloor. Hoe vaak ik niet gelezen heb dat de verdronken vrouwen blauwe plekken op hun benen hadden. Over traag gesproken, op pagina 127: ,,Alles wat ik nu gehoord heb moet ik nog eens op mijn gemak overdenken. Ik heb het gevoel dat er nog meer is, iets ondefinieerbaars dat ik nog niet helder krijg in mijn hoofd.” Van mij had er iets minder op het gemak overdacht mogen worden. En wat een herhalingen, soms in heel kort bestek – bijvoorbeeld op pagina 101, als Iris een krant leest: ,,Ik sla de pagina’s om, zonder dat precies tot mij doordringt wat er staat. De koppen dringen amper tot mij door.”

Het eerste hoofdstuk valt buiten het eigenlijke verhaal, maar is wel betekenisvol. Zodanig, dat het mij al heel ver voor de ontknoping duidelijk maakte wat er aan de hand was. Arme, gefortuneerde tante Ans. Pas op, Iris.

Er wordt een enkele keer geprobeerd extra vaart in het verhaal te brengen. Dat gebeurt met overgangen die je in eerste instantie niet herkent. Een voorbeeld, op pagina 119. Iris gaat even ontspannen, en vraagt een medewerkster van de duikschool om het hotel  in de gaten te houden. De nu volgende zinnen staan pal onder elkaar. Iris zegt tegen de duikschoolmedewerkster: ,,’Ik zit vlakbij hoor, op het strandje. Als er iets is roep je maar.’ ‘Hoooi!’ roept Kees quasi opgewekt. Ik schiet overeind in de ligstoel. ‘Oh, hoi, ik zat een boek te lezen maar ik ben blijkbaar in slaap gevallen.’ Ik voel me betrapt en bloos ervan.” Als ik het goed lees zit er in de spatie voor Hoooi een heleboel tijd verstopt.

Tenslotte. Ik heb getwijfeld, maar ga er toch iets over zeggen. Achterop het boek staat over Ellen de Vriend: ,,Als (eind)redacteur bij grote uitgevers heeft ze een feilloos gevoel voor taal.” Nu weet ik dat je niet te veel waarde mag hechten aan cover- en flapteksten. Maar ja – een feilloos taalgevoel… Er staan soms niet zulke hele mooie zinnen in het boek. Pagina 116: ,,Harm kauwt op het stuk brood in zijn mond en slikt de hap door.” Op pagina 113 onderaan gaat de zin waarin naar Natalee Holloway wordt verwezen helemaal de mist in, omdat correcties niet goed zijn uitgevoerd. Pagina 166: ,,Wat is Curacao toch mooi met de stralend blauwe zee en de heerlijke temperatuur.” Dat is wel erg kaal geformuleerd. Is het woord boeien in de zin ,,Hij ziet eruit als een zwerver maar dat boeit hem nu natuurlijk voor geen meter” (pagina 96) goed gebruikt? Aan het eind, als alles duidelijk is, zegt Harm: ,,Wie had ooit kunnen bedenken dat … (ik verklap de dader niet), iemand die al jarenlang voor ons werkte en waar we een goede band mee hadden, Anne zou vermoorden.” Zo’n zin vind ik geestdodend in wat een zinderend slot zou moeten zijn.

Bitterzoet ontbeert een goede eindredactie. Op pagina 31 staat ‘ingeprend’. Pagina 33: ‘…daarna rijd een pick-up truck…’ Nog meer d/t-fouten op de pagina’s 97, 100, 103, 106, 111, 133. Op pagina 123 is een t weggevallen als er een ‘hij’ kijkt.

Een fout in een krantenstukje, in een item op een weblog, dan zeg je vooruit, de schrijver had haast of had zijn dag niet. Maar in een boek horen niet zoveel knoeperds.

Ellen de Vriend: Bitterzoet – Uitgeverij Village, thriller, 183 pagina’s, 16,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Proza, thriller met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.