Strijd om de Stroom

strijdstroomZeeuwen sloegen een slaatje uit de sluiting van de Schelde

door Ben Jansen, verslaggever PZC

Het komt allemaal wel goed tussen Nederland en Vlaanderen in het getwist over de diepte van de vaargeul in de Westerschelde en de al dan niet eraan gekoppelde noodzaak Zeeuwse polders onder water te zetten. Gewoon een kwestie van tijd. De Antwerpse jurist en historicus Eric Van Hooydonk beschrijft in zijn boek Strijd om de Stroom hoe over honderd jaar wordt herdacht dat België, geholpen door 26 andere staten, in 1863 de tol afkochten die Nederland hief voor scheepsvracht naar en van Antwerpen.

In het jaar 2113 is de president van de Verenigde Staten van Europa eregast bij de 250ste verjaardag van de afkoop van de Scheldetol. Niet alleen is dan de Europese eenwording een feit geworden, de zeespiegelrijzing heeft de bouw van een stormstuw tussen Vlissingen en Breskens nodig gemaakt en vóór de Scheldemonding zijn nieuwe natuureilanden aangelegd. De diepgang van de Westerschelde is anno 2113 geen kwestie meer dankzij de ontwikkeling van onbemande, walgeleide, zelflossende schepen. De concurrentie tussen de havens in Noordwest-Europa is voorbij: lading wordt geautomatiseerd naar de meest doelmatige bestemmingshaven gedirigeerd.

Zo schildert Van Hooydonk een geruststellende uitkomst van de strijd om de Schelde. Zijn overzicht van de politieke, militaire en economische geschiedenis van de rivier, is veel minder verzoenlijk. Van Hooydonks conclusie is dat de noordelijke Nederlanden – en vooral de Zeeuwen – comfortabel een slaatje hebben geslagen uit het feit dat Antwerpen in 1585 aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog in Spaanse handen viel en de graafschappen Zeeland en Holland niet. Om politieke redenen bleef de Schelde twee eeuwen gesloten. Van Hooydonk meent dat ook opportunisme daarbij een rol heeft gespeeld. Hoe dan ook: de levensader van Antwerpen was afgesloten. Kooplieden en kunstenaars weken uit naar het noorden en droegen bij aan de Hollandse Gouden Eeuw. Antwerpen verkommerde. En dat alleen maar omdat schepen niet onbelemmerd mochten naar en van Antwerpen mochten varen. Een onrecht dat de meeste Antwerpenaren tot aan vandaag de dag in de ziel is gekerfd en dat verklaart waarom iedere suggestie van Nederlandse zijde dat het nu maar eens gedaan moet zijn met de verdieping van de Westerschelde tot protest leidt. Vanuit dat perspectief is Strijd om de Stroom ook geschreven.

In 1830 ging de Schelde opnieuw dicht als reactie op de Belgische onafhankelijkheidsverklaring. Het duurde tot 1839 voordat de afsplitsing formeel geregeld was in het Scheidingsverdrag. Van Hooydonk beklemtoont dat de voortdurende vrije toegankelijkheid en de internationale doorvoerrol van de haven van Antwerpen tot de belangrijkste bepalingen van dat verdrag behoren. Niettemin werd in het verdrag vastgelegd dat Nederland tol mocht heffen: 1,12 gulden per ton inkomende vracht en 0,38 gulden per ton vracht richting zee. In de jonge staat werd die tol toch als een belemmering van de vrije vaart naar de havens van Antwerpen en Gent gezien. Na moeizame besprekingen aanvaardde Nederland in 1863 een afkoopsom van ruim 17 miljoen gulden, een bedrag dat nu op ruim 195 miljoen euro zou neerkomen. België hoefde van die som maar een derde op te hoesten. De maritieme wereldgemeenschap van die tijd betaalde het leeuwendeel: Argentinië, Brazilië, Bremen, Chili, Denemarken, Ecuador, Frankrijk, Griekenland, Hamburg, Hannover, Italië, Lübeck, Mecklenburg-Schwerin, Noorwegen, Oldenburg, Oostenrijk, de Pauselijke Staten, Peru, Portugal, Pruisen, Rusland, Spanje, Turkije, de Verenigde Staten, Zweden en vooral Groot-Brittannië droegen bij, elk naar hun aandeel in het scheepvaartverkeer. Daarmee onderstreepten ze, zo legt Van Hooydonk uit, de internationale betekenis van de vaarroute door de Westerschelde. De Belgen zagen de afkoop van de Scheldetol bovendien als het sluitstuk van hun souvereiniteit en als een nationale mythe.

De feestelijkheden in België en vooral Antwerpen waren niet van de lucht. Auguste Lambermont, de onderhandelaar aan Belgische zijde, ontving de titel baron, allegorische gedenkprenten werden gedrukt en de Antwerpse Kamer van Koophandel organiseerde een groots vuurwerk en de genodigden zetten zich aan een banket met onder meer biefstuk op z’n Italiaans, gesmoorde ham met Madeirasaus, jonge eend zoals die in Marseille wordt  gegeten, doperwten volgens een Franse bereidingswijze en kapoen met truffel. Nee, aan Zeeuwse zilte zaligheden bestond in die tijd geen behoefte.

Bij de twintigste herdenking van de tolafkoop werd op de Marnixplaats in Antwerpen-Zuid het Schelde Vrij-monument opgericht en in 1913 vormde een historische optocht met zestig praalwagens, groepen en muziekkorpsen het hoogtepunt van de vijftigste herdenking. Het eeuwfeest van de herdenking bleef in 1963 een tikkeltje onderbelicht, maar de Antwerpenaren zijn van plan de honderdvijftigste verjaardag van de tolvrije Schelde in de zomer van 2013 uitgebreid te vieren.

Eric Van Hooydonk: Strijd om de Stroom, een politieke geschiedenis van de Schelde – Uitgeverij Davidsfonds, 392 pagina’s, 34,95 euro.

Dit bericht is geplaatst in Antwerpen, Geschiedenis, Scheepvaart met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.