Peddelen in de Palingstraat

Peddelen in de Palingstraat van John Brosens: het is het tweede jeugdboek dat ik in het kader van de herdenking van de watersnood heb gelezen. Storm! was eind vorig jaar het eerste – een fictief verhaal over kinderen op het ondergelopen Schouwen. Nu een boek dat in Vlissingen speelt tijdens de rampdagen van 1953. ,,Gebaseerd op een verhaal binnen mijn familie over De Ramp van 1953, waarin ik zowel persoonlijke ervaringen als fictie heb verwerkt”, meldt schrijver John Brosens in een voorpublicatie. Ik heb het met plezier gelezen. Wat niet wil zeggen dat het boek lang door mijn hoofd zal blijven spelen.

Want dat is toch waar je bij zo’n boek over de Ramp vanuit gaat. Ik verwacht ergens geraakt te worden – door het leed, de onmacht, de ellende. En dat wil bij het lezen van dit boek niet lukken. De elfjarige hoofdpersoon Jasper – voor iedereen Jas, behalve voor zijn vader – is een beslist innemend joch. Zoon van ouders, die hard moeten werken voor hun boterham. Zijn vader is kraanmachinist bij scheepswerf De Schelde, hij heeft het ‘hoogste beroep’ van Vlissingen. En hij leest een boek, onder de schemerlamp. Ze wonen in een noodwoninkje bij het kanaal. Hoog genoeg: als in de rampnacht het zeewater via de havens in de stad komt.

Dat geldt niet voor de familie Maas een straat verderop. Die moeten de ochtend van de eerste februari met een kano worden gered. Jasper helpt stoer. Zijn vader gaat bij de reddingsoperatie met zijn arm door een ruit en is daardoor even uitgeschakeld. Daarom mag/moet Jas samen met zijn twee jaar oudere vriendinnetje Fanny in hun oude kano ‘de Max’ naar de nog veel lager gelegen Palingstraat peddelen. Daar wonen zijn opa en oma, de ouders van zijn moeder. Ze treffen de oudjes aan op hun zolder, in goede gezondheid. De schoenmakerij van de oude baas is helemaal vernield.

Nog wat flarden uit het verhaal: Jas wordt verliefd op Tilly Maas, het dochtertje van de familie Maas. Ze had hem eigenlijk nooit zien staan. Maar nu hij als haar redder opduikt, is ze onder de indruk. Marinemensen op een vlet spelen een onverbiddelijke rol als ordehandhavers in de ondergelopen delen van de stad. Dat ondervindt Jas als ze hem na een waarschuwing toch nog met zijn kano in de stad aantreffen. Er is ook nog iets met een schat, wat ik hier niet zal verklappen. De hoofdpersoon komt in die afsluitende episode van het boek wel heel erg als een jongen ‘die uit het goede hout gesneden is’ naar voren.

Ik denk dat John Brosens een prijzenswaardige poging heeft ondernomen om een pakkend verhaal aan de al lange rij boeken over de Ramp toe te voegen. Wat mij betreft is hij daarin maar ten dele geslaagd. Hoewel het boek in een schrijflettertje is gedrukt, komt het niet persoonlijk genoeg over. De nicht uit Oude Tonge, die haar volledige gezin verloren heeft, komt in een flits voorbij. Ik denk dat de schrijver net niet de goede balans tussen fictie en realiteit heeft kunnen vinden. Bijvoorbeeld het verhaal over de schat in de waterput doet eerder afbreuk aan het verhaal dan dat het er iets aan toevoegt.

John Brosens: Peddelen in de Palingstraat. Een verhaal over de watersnood in Zuidwest-Nederland, 1953 – Uitgeverij PMA, 80 pagina’s, 7,50 euro.

Op donderdag 31 januari om 20.00 uur geeft de schrijver een lezing in de Vlissingse bibliotheek rond de vraag: ‘Hoe komt het dat het ruim 50 jaar duurde voordat in Zeeland de (horror)verhalen loskwamen?’

Dit bericht is geplaatst in Jeugdboeken, Ramp 1953 met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *