Alleen maar water

Met de herdenking van de Ramp van 1953 voor de deur verschijnen er flink wat herinneringen. De PZC publiceert op de website en in de speciale bijlage van zaterdag 26 januari 2013 inzendingen van lezers. Ook in boekvorm wordt er teruggeblikt. Een bijzonder ooggetuigenverslag is te lezen in Alleen maar water – het verhaal van het domineesechtpaar Ate en Janneke Nauta in Elkerzee. Hun kort na de Ramp geboren tweelingzoons Jan en Herman verzorgen de publicatie, waarin dagboekaantekeningen van hun moeder en gesprekken met hun vader zijn opgenomen.

Ik ben aan de vroege kant met het signaleren van dit boek. Het wordt pas eind volgende week gepresenteerd, als de Ramp van 31 januari op 1 februari 1953 precies zestig jaar geleden is. Toch besteed ik er nu al aandacht aan, want zo kan ik voor enige spreiding zorgen in de publicaties, die in het kader van de herdenking verschijnen. Het jeugdboekje Storm! van Judith Janssen was er oktober 2012 al – daar heb ik toen een item van gemaakt. Komende week zitten er in elk geval boeken aan te komen van John Brosens (Peddelen in de Palingstraat) en Herman Vuijsje (De Ramp getekend – een onderzoek naar kinderboeken over 1953). En dan vergeet ik nog de studie van Jasper Goedbloed over stormvloeden buiten Nederland.

Nu dus eerst even over Alleen maar water. Bij het lezen kreeg ik het gevoel: dit is echt uit het leven gegrepen. Een groter compliment kun je tekstbezorgers volgens mij niet maken. Dat die tekstbezorgers de tweelingbroers Jan en Herman Nauta zijn, die ten tijde van de Ramp al in de buik van hun moeder Janneke zaten, maakt het geheel best bijzonder. Ze gebruiken ego-documenten: een verslag van Janneke, geschreven kort na de Ramp, en aantekeningen die ze maakte in 1998 toen ze 75 jaar werd. De door hun vader Ate veelvuldig vertelde verhalen schrijven ze zelf op. Janneke Nauta – meisjesnaam Cohen Stuart – overleed in augustus 2011, en vader Ate is nu 89 jaar. De tweeling besluit het voorwoord zo (pag. 7): ,,In het jaar waarin wij 60 jaar worden, 60 jaar na de ramp, dragen we het op aan Janneke en Ate, die nog niet op de helft van die leeftijd een catastrofe meemaakten die hun leven mede heeft bepaald – en indirect ook dat van ons.”

Ate en Janneke trouwden in 1951, Ate was beginnend predikant, ze vestigden zich in Elkerzee. Janneke schrijft in 1953 (pag. 11): ,,In deze kleine gemeenschap leven dominee Ate Nauta en ik, Janneke, zijn vrouw, ook ons eigen bestaan. Wij wonen er nog niet zo lang. In juli 1951 kwamen we als jonggetrouwden om de kerkelijke gemeente te dienen. We gaan erheen, bezield met de beste voornemens en tevens vol van hetgeen de toekomst ons misschien zal brengen.” Belangrijk thema die eerste jaren is de restauratie van de kerk. In maart 1952 wordt een ‘grote oliebollendag georganiseerd, waarvoor alle verenigingen in touw zijn’. Op 31 januari 1953 is er nog volop geverfd, Ate neemt zijn vrouw die dag speciaal even mee om haar de vorderingen te laten zien. Pag. 14: ,,Er stond die dag een razende storm, maar in ons gevoel niet erger dan voorheen.” De volgende ochtend (1 februari) komt de buurjongen hen om half acht wakker maken: de dijk bij de Schelphoek is doorgebroken. De onzekerheid en de spanning in het begin worden mooi beschreven. Pag. 15: ,,De één zat letterlijk met de handen in het haar, de ander zei: ‘Ze zullen de sluizen wel sluiten, dat hebben ze in de oorlog ook gedaan.’ Maar er was eigenlijk niemand die iets deed of wat zinnigs zei. Wij hebben toen samen wat naar de zolder gebracht: in de eerste plaats de babykleertjes, die ik al klaar had, en verder de foto-albums en kostbare boeken van Ates bibliotheek.”

De verrassing, de onwetendheid – Janneke maakt de radeloosheid bijna tastbaar. De passage waarin ze poolshoogte gaat nemen bij haar buren is tekenend. Pag. 16: ,,Ook de andere buren weten niet precies wat ze moeten doen. Hij, de gepensioneerde hoofdonderwijzer Huson, loopt rond in zijn pyjama en schiet gauw zijn broek zomaar over alles aan als ik aankom. Als ik daar vraag wat ze zullen doen, zegt de buurvrouw klagend: ‘Ik weet het niet! Ze zeggen dat ik mijn poesje hier moet laten en dat doe ik niet!’ Ik antwoord bijna verontwaardigd: ‘U moet zorgen warme kleren te hebben: voor ieder een trui en droge warme sokken. U mocht eens nat worden’. ‘Nat, waarvan?’ is de snuggere vraag! Ik schiet ondanks alle ellende in de lach (…).”

Ate en Janneke zoeken en vinden een veilig heenkomen in het hoog tegen de duinen gelegen Haamstede. Op 2 februari gaat Ate in een roeibootje naar het inmiddels ondergelopen Elkerzee. De dagen daarna worden de tochten hoe langer hoe dramatischer. Pag. 30: ,,Dáár drijven de boeken uit de pastorie, de notulen van de kerkenraadsvergaderingen, dáár het doopboek, dáár ziet men in een boom de werkbank van buurman Tuiten; ginds drijft een groene bank en overal ziet men dode veelichamen, die een uiterst nare lucht verspreiden.” De pastorie wordt door de sterke stroming verwoest, de hele achtermuur wordt weggeslagen. Als op 5 maart Ates vader plotseling overlijdt, gaat Ate naar zijn moeder in Cillaarshoek, en Janneke gaat naar haar ouders in Den Haag. Ate gaat na de begrafenis van zijn vader meteen terug naar Schouwen. Hij werkt nauw samen met zijn gereformeerde collega Harry Kuitert. In die dagen maakt hij mee (pag. 42), ,,dat er per abuis veekoeken gedropt werden boven het kerkhof, zodat ze moesten zorgen dat ze wegwamen.” Op verzoek van mensen in Scharendijke gaat Ate daar samen met collega Kuitert zogenaamde ‘getijdendiensten’ houden.

De aanleg van een nooddijk rond Scharendijke betekent een voorzichtig begin van de wederopbouw. Pag. 53: ,,Een ouder echtpaar trekt zelfs weer in zijn reeds voor de ramp onbewoonbaar verklaarde hutje. Ze stoppen stenen in de gaten en stutten de muren met planken! ‘Maar ik zit weer in mijn eigen kot’, is het gezegde van de vrouw des huizes.”

Op 20 mei wordt de tweeling geboren, in Den Haag. Niet veel later gaat Janneke met haar kinderen terug naar Schouwen, waar ze met Ate in een huis in Scharendijke terechtkomt. In mei 1954 komt er een noodpastorie beschikbaar, ‘een prefabwoning van asbestplaten’. Elkerzee wordt min of meer als verloren beschouwd, de nieuwe kerk en pastorie worden in Scharendijke gebouwd.

Het boek is ruim voorzien van kleurenfoto’s, die de dagen na 1 februari werden gemaakt. Daar zit een verhaal achter. Jaap van den Berge had aan de Ring in Haamstede een fotozaak. Hij en dominee Nauta kenden elkaar. Ze besloten samen te werken: Ate kreeg vergunning om het water op te gaan, Jaap mocht met zijn moderne fotoapparatuur mee, op voorwaarde dat hij zijn opnamen ook aan Ate beschikbaar stelde. Zo kwam de dominee in het bezit van een collectie unieke kleurendia’s, waarvan een flink aantal in het boek is afgedrukt.

Kortom: Alleen maar water is een mooi ooggetuigenverslag, om te lezen én om te kijken.

Jan en Herman Nauta: Alleen maar water, Elkerzee/Scharendijke in 1953, originele beelden en persoonlijke verhalen – Uitgeverij Drvkkery|Schrijverspodium, 71 pagina’s, 14,50 euro.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Ramp 1953 met de tags , . Bookmark de permalink.

0 reacties op Alleen maar water

  1. Jan Nauta en Herman Nauta schreef:

    Geachte heer Van Damme,
    beste Jan,

    We hebben de recensie met genoegen gelezen. De essentie van het boek hebt u raak getypeerd. De citaten zijn goed gekozen.
    Jammer dat dit verhaal niet in de PZC komt te staan.

    Met hartelijke groet,
    Jan en Herman Nauta

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *