Voor zilver en Zeeuws belang

Dit is in feite de tweede aflevering over Zeeuwse expedities naar de Zuidzee in de jaren twintig van de 18e eeuw. Vorige maand kwam historicus-journalist Roelof van Gelder voorbij met zijn Naar het aards paradijs, het levensverhaal van Jacob Roggeveen. Nu is de beurt aan het morgen (zaterdag 3 nov. 2012) gepresenteerde boek Voor zilver en Zeeuws belang van de Middelburgse maritiem historicus Ruud Paesie. Het is een bronnenuitgave: het bewaard gebleven reisverslag van onderstuurman Hubregt Kempe. Het geannoteerde en ruim ingeleide verslag verschijnt als deel CXI in de serie werken van de Linschoten-Vereeniging.

De ondertitel van het boek is veelzeggend: De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727. Het is dus geen eind goed al goed-verhaal. Het boek gaat over een nogal pijnlijke mislukking.

Over de mystieke klank van het Onbekende Zuidland – eeuwenlang, tot James Cook zekerheid verschafte – kunt u lezen bij het item over Roggeveen. Die ging nog op zoek naar het continent, dat verondersteld werd tussen Zuid-Amerika en Australië in de Stille Oceaan te liggen. Hij ontdekte Paaseiland, en dat was een schrale troost.

De expeditie die onderwerp is van het boek van Ruud Paesie, is anders van aard. Het initiatief gaat uit van de in 1720 opgerichte Middelburgse Commercie Compagnie (MCC). De aanleiding om een dure vloot – twee fregatten en een bevoorradingsschip – in 1724 van de rede van Vlissingen te laten vertrekken, moet vooral in commerciële oogmerken worden gezocht. Volgens Paesie was de bewegingsvrijheid van de MCC beperkt, omdat er niet gehandeld mocht worden op de octrooigebieden van de VOC en WIC in Oost en West. Zuid-Amerika was overwegend Spaans, en bij de Vrede van Munster in 1648 was afgesproken dat men elkaars overzeese handelsgewesten met rust zou laten. Dus goede raad was duur. Er bestonden natuurlijk wel mogelijkheden om niet helemaal volgens het boekje te handelen. En dat was nu precies wat de heren bestuurders van de MCC voor ogen stond. De expeditie naar de westkust van Zuid-Amerika was bedoeld om te kijken of er in Chili en mogelijk andere landen handelscontacten konden worden aangeknoopt. Zeker de moeite waard, gezien het zilver dat daar vandaan kwam.

(illustratie: Groot fregatschip, met Middelburg op de achergrond, circa 1710).

Paesie ontdekte iets merkwaardigs. In Antwerpen zaten in die tijd bankiers, die dachten dat er voor handelaars uit de Republiek wel winst te behalen zou zijn aan die Zuid-Amerikaanse westkust. Ze benaderden Amsterdamse ondernemers met het verzoek of die een expeditie wilden uitrusten. Die Amsterdammers op hun beurt vroegen de MCC om daarin deel te nemen. Paesie heeft de brief met het verzoek gevonden. Maar geen antwoord van de MCC. Volgens hem heeft het er alle schijn van dat het Amsterdamse verzoek aanleiding was om in allerijl een Zeeuwse expeditie op te tuigen. Over Zeeuws-Hollandse concurrentie gesproken. Het resultaat was dat er in 1724 vanuit de Republiek twee vloten, onafhankelijk van elkaar, op weg gingen om Kaap Hoorn te ronden.

Beide expedities waren niet succesvol. Om ons hier tot de Zeeuwse te beperken: slechts één van de drie schepen – de Don Louis – slaagde erin de Stille Oceaan te bereiken. De Don Carlos en het bevoorradingsschip Patache el Mercurio maakten al voor Kaap Hoorn rechtsomkeert en werden in het toen Portugese Rio de Janeiro in beslag genomen. Als u denkt: wat hadden die schepen Spaansklinkende namen – dat klopt. Als je een wit voetje wilt halen in Spaanssprekende landen, dan kun je beter niet als de Zeeuwse Leeuw of iets dergelijks komen aanzetten.

Hoewel de Don Louis dus Chili wist te bereiken, was de reis een ramp. Veel ziekte en sterfte aan boord – zo kwamen de kapitein en de eerste stuurman te overlijden. Het schip lag vijf maanden in wat Baai de Blijde Hoop werd genoemd, wat nu bekend staat als het Chileense schiereiland Skyring. Pas op 10 november 1725 besloot men voorzichtig noordwaarts verder te varen. Anderhalve maand later viel het doek iets ten zuiden van Lima. Een deel van de bemanning sloeg aan het muiten en maakte de Spanjaarden attent op het vrijwel weerloze schip. In de oudjaarsnacht van 1725 werd de Don Louis genomen. Toen werd het de bemanning duidelijk dat één van de Amsterdamse schepen een maand eerder eenzelfde lot beschoren was geweest.

Kortom: een dure mislukking. De uit Zierikzee afkomstige Hubregt Kempe ontsnapte uit zijn gevangenschap en kwam in 1727 terug in Zeeland. Zijn journaal is bewaard gebleven en werd niet eerder gepubliceerd. W.S. Unger schreef in 1951 – hij was toen Rijksarchivaris in Zeeland – dat het verslag ‘zeer veel mededelingen over de ondervonden avonturen’ bevat. Die constatering is juist, kunnen we nu aan de hand van de transcriptie van Paesie vaststellen. En avontuurlijk, dat klopt ook.

Ruud Paesie (foto) heeft het momenteel nogal druk. Of, beter gezegd misschien, druk gehad. Vandaag wordt in Middelburg zijn Zuidzee-boek ten doop gehouden tijdens een mini-symposium. Ik kwam hem ook al tegen in het liber amicorum voor Willem van den Broeke. En ik kreeg deze week een mooi uitgegeven boek binnen over Zeeuwse zeehelden. Ook daarin heeft hij een niet onaanzienlijk deel voor zijn rekening genomen. Op die uitgave kom ik nog terug.

Wat Voor zilver en Zeeuws belang betreft: daar hoeft de maritiem historicus zich niet voor te schamen, integendeel. Als lezers kunnen we daarover alleen maar heel tevreden zijn.

Voor zilver en Zeeuws belang, De rampzalige Zuidzee-expeditie van de Middelburgse Commercie Compagnie, 1724-1727, bezorgd en ingeleid door Ruud Paesie – Uitgeverij Walburg Pers, deel 111 in de serie Werken van de Linschoten-Vereeniging, genaaid gebonden met stofomslag, 240 pagina’s, 29,50 euro.

Dit bericht is geplaatst in Geschiedenis met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *