Wantij

Ik heb Wantij altijd een mooie titel gevonden. Plek waar stromingen samenkomen, dat is plusminus de betekenis. Nu kreeg ik het jongste nummer van het door de Zeeuwse Milieu Federatie (ZMF) uitgegeven periodiek onder ogen. Meestal zie ik het blad niet, omdat ik – ten onrechte – niet tot de ‘groene’ journalisten word gerekend. Nu dus wel. En heb ik de in het blad opgenomen tekst voor de Thijs Kramerlezing van Hans Achterhuis doorgenomen. Nogal lang en filosofisch, als spreker vraagt Achterhuis uithoudingsvermogen van zijn gehoor. Maar daarom niet minder behartenswaardig.

Bij de foto, in het kort: ,,Herman Johan (Hans) Achterhuis (1942) is een Nederlandse emeritus hoogleraar filosofie van de Universiteit Twente, en een publiek intellectueel die zich regelmatig mengt in maatschappelijke discussies. De nadruk in zijn werk ligt op de sociale filosofie, waarbij hij zich heeft gericht op thema’s als ontwikkelingshulp, welzijnswerk, schaarste en technologie.”

Niet zomaar een spreker dus. Een denker, die Thijs Kramer met een belangstellend oor tegemoet zou zijn getreden.

Voor wie niet helemaal thuis is in het Zeeuwse: Thijs Kramer (Schoondijke 1955-Peking 2006) was actief voor de natuurbescherming. Hij werkte bij de ZMF (1985-2001) en Staatsbosbeheer (2001-2003). Van 2003 tot zijn noodlottig ongeval tijdens een vakantie in China was hij gedeputeerde in Zeeland.

Ik kende Thijs (foto Lex de Meester) van jongsafaan. Een goede voetballer. En na de middelbare school (Wilhelmina in Oostburg) zag ik hem regelmatig in een groen legerjack en met verrekijker in West-Zeeuws-Vlaanderen de natuur in ogenschouw nemen. Gedreven, dat woord past hem wel. Een doorzetter ook, anders was hij nooit in de Middelburgse abdij terecht gekomen. Daar ruilde hij zijn legerjack in voor een serieus pak. En maakte de indruk zich ook daarin best thuis te voelen.

Wat de ZMF betreft, die had mijn sympathie, en dat is sinds de onheuse ‘groene leugen-campagne’ alleen maar sterker geworden. Natuurlijk slaan ze wel eens door, natuurlijk zijn ze wel eens erg op de letter en spannen misschien te snel een procedure aan. Maar in de huidige tijd, juist in deze tijd hoor ik hen maar al te graag. Er zal toch nog eens iemand een ferm woord tegen alle loze winst- en consumentengedrag moeten laten horen.

De lezing van Achterhuis heeft als titel: Zeeland, werkplaats en woning – ‘Er strijden twee zielen in uw borst’. Hij gaat in op de denkwereld van Bas Haring, bijzonder hoogleraar ‘Publiek begrip van Wetenschap’, die zich rechtlijnig en uitdagend uitlaat over het verdwijnen van dier- en plantensoorten. Wat is daar nou erg aan, is zijn steeds herhaalde vraag. Met een soort minder kunnen we best verder leven. En als Zeeland in de 26ste eeuw helemaal versteend is, so what? Ook dan zal de zon nog op- en ondergaan. Achterhuis bouwt zijn betoog zorgvuldig op. Hij doet een beroep op de Duits-Amerikaanse denkster Hannah Ahrendt. Overleven, consumptie en overvloed, die begrippen komen voorbij. ,,Wie zich tegen de overheersing van economie en consumptie verzet, denkt helaas vaak dat hij dit als individu uitsluitend vanuit eigen persoonlijke meningen en voorkeuren doet. (…) Waar ik in mijn verhaal vooral op heb willen wijzen, is dat het met die eerste gevoelens niet bij een privésentiment of een eenzaam persoonlijk protest hoeft te blijven wanneer we de teloorgang van onze omgeving willen tegengaan.” En verder: ,,Te vaak wordt er ook in deze provincie te gemakkelijk vanuit de economie geredeneerd, waardoor de wonende mens er bekaaid afkomt. De huidige problemen en twistappels die zich rondom het begrip ‘ontpolderen’ ophopen, hebben hier ongetwijfeld mee te maken. Twee zielen zullen altijd in uw borst blijven strijden. Maar misschien help het onderscheid tussen het economisch gerichte arbeiden en wonende werken u om uw dilemma’s op een andere wijze te formuleren en onder ogen te zien.”

Het is een steeds terugkerend dilemma. Zeeland maakt geen keus tussen groen en blauw, wonen en werken. Als u het mij zou vragen, dan zou ik het wel weten.

Wantij – maart 2012, nummer 117, jaargang 29 nummer 1: het blad verschijnt drie maal per jaar en wordt naar de ZMF-leden gestuurd.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *