Harde grond

Frans dorp in een kramp

Hubert Leeman uit Middelburg vangt de ziel van een dorp in Zuid-Frankrijk in zijn roman ‘Harde grond’. Liefde, haat, er worden dromen verkocht.

door Jan van Damme

Het brandt. En niet zo’n beetje ook. Hartje zomer, heet, alle bossen gortdroog en het waait stevig. We zitten in het diepe zuiden van Frankrijk. De hele helling van de heuvel staat in lichterlaaie. Vier-wiel-aangedreven brandweerauto’s, blusvliegtuigen, alle beschikbare materieel wordt ingezet. Het is het bos van de zonderlinge Hollander, zijn huis is nu aan het zicht onttrokken door vlammen en rook. Er kwam eerder een noodsignaal uit het huis, van een jonge vrouw.

Zo begint de debuutroman ‘Harde grond’ van Middelburger Hubert Leeman. Hij schreef een verhaal dat zich laat lezen als een soap: met verschillende elkaar kruisende verhaallijnen, met cliffhangers, met haat en liefde. Dat alles tegen het decor van het Franse dorpje Saint-Juste-La Garrigue. Het bestaat niet echt. Maar wie in het departement Herault ten zuiden van Gignac rondrijdt, verkeert in de goede sferen.

Hubert Leeman (1959) heeft er in Zeeland een hele carrière opzitten. Na zijn opleiding tot jongerenwerker werd hij beleidsadviseur bij de Zeeuwse Culturele Raad. De oprichting van de Stichting Popmuziek Zeeland noemt hij een wapenfeit en de Zeeuwse Kunstbende was een belangrijk project voor hem.  Momenteel is hij beleidsadviseur voor het College Zorg en Welzijn, een bestuurlijk overleg van dertien Zeeuwse gemeenten en de provincie.

Hubert Leeman voor een foto van de Col de Vars, op de grens van de departementen Alpes-de-Haute-Provence en Hautes-Alpes. foto Ruben Oreel

Leeman deed schrijfervaring op tijdens zijn werk. Vanaf 1980 is Frankrijk een vaste vakantiebestemming: ,,Dat land is de constante in mijn leven. Ik ben reisverhalen gaan schrijven, impressies en beschouwingen. Wat ik me altijd afvraag: hoe werkt dit land? Je moet me niet zien als de clichématige francofiel met een baguette onder de arm in een uitgestorven dorpje. Maar ik ben wel hartstochtelijk geïnteresseerd in dat land. Volkskrant-correspondent Peter Giesen schreef: ‘Je snapt niet dat in zo’n mooi land mensen zo ongelukkig kunnen zijn’. Dat heb ik in mijn roman willen stoppen. Als je er doorrijdt lijkt het één grote wanorde: onbeheerde terreintjes, wijken met bedrijfsblokkendozen en intermarchés. Toch leeft iedereen in een keurslijf. De overheid bemoeit zich met alles, van de wieg tot de begrafenis. Daar stellen de inwoners een, wat ik in mijn boek noem, ‘je-m’en-foutisme’ tegenover – luiken dicht, hond voor het hek en de rest ziet maar. Daarom is Frankrijk een land in een kramp.”

Leeman probeert in zijn boek de ziel van Frankrijk te raken. ,,Je hebt het ‘coming-of-age’verhaal van Léa Valette, de dochter van de biologische wijnbouwer René Valette. Projectontwikkelaar Marc Raynaud leeft op te grote voet, hij belichaamt de klassieke ‘rise and fall’ in de trant van J.R. Ewing. Dan heb je natuurlijk het gebeuren in het dorp, de jongeren, de wijnbouw. En ‘le Hollandais’ op de heuvel, Frits Wieringa die door de Fransen Frites wordt genoemd. Het is een verhaal dat in Zuid-Frankrijk speelt, maar in een dorp als Zoutelande zal je dezelfde mechanismen treffen.”

Een Franse vertaling? Leeman: ,,Daar hoop ik op. Het zou fantastisch zijn als ik het de wijnboer, bij wie ik te gast was, kan laten lezen.”

Hubert Leeman: Harde grond – Uitgeverij Boekscout, 380 pagina’s, 23,99 euro.

PZC 18 juni 2018

****************

Lezen of niet lezen?

door Jan van Damme

Noem Hubert Leeman maar een echte, heel erg aangename verrassing. De man kan schrijven, zonder twijfel. En weet ook hoe hij een verhaal moet opbouwen, de lezer kan vasthouden. In het interview kwam de term ‘soap’ voorbij. Dat is zeker niet bedoeld als diskwalificatie. Wat is er immers mis met een goede soap? En ‘Harde grond’ is een goede soap, zonder meer.

Het zal geen toeval zijn dat Leeman zelf enkele keren verwijst naar de lief- en leedseries op tv. Zoals op pagina 167, als bankadviseur Olivier Daude en projectontwikkelaar Marc Raynaud elkaar ontmoeten: ,,Het liefst zou hij de hand van Raynaud weigeren en de man zijn kamer uitkijken, zoals je dat ziet in de televisieseries, maar hij beseft dat hij het vermogen om dat overtuigend te doen nog bij lange na niet heeft ontwikkeld.” En op pagina 267, als duidelijk is geworden dat Raynauds huwelijk met Stéphanie op de klippen is gelopen: ,,Marc drinkt zijn whisky met grote slokken, Stéphanie huilt en bedenkt opeens dat het allemaal lijkt op een groteske scène in een tweederangs dramaserie. Terwijl de tranen over haar wangen stromen realiseert ze zich dat zelfs het moment dat het einde van haar huwelijk zal markeren overkomt als goedkope en banale televisie.” Op pagina 322 denkt de 16-jarige Léa aan haar geliefde Benoit: ,,Als gisterenavond een aflevering van een televisieserie was, bedenkt ze, was ze misschien wel weg gezapt omdat het er allemaal te dik bovenop lag. Te romantisch, te mooi om waar te zijn. Maar het is wel degelijk echt gebeurd. Als ze haar ogen sluit beleeft ze alles weer opnieuw.”

Het soapgehalte neemt niet weg dat we als lezer de ziel van Frankrijk proeven. Juist, zou ik zeggen, door de menselijke verwikkelingen krijg je een beeld van een land waar het ‘joie-de-vivre’ de werkelijke problemen verhult. Een vergrijzend dorpje, een projectontwikkelaar die denkt zijn bedrijf te redden met de grond van een overleden wijnboertje, schimmige ‘grote boeven’ op de achtergrond, worstelende gemeentebestuurders, bewoners die tegen elkaar worden uitgespeeld. Als jongerenwerker geeft Leeman ook de jeugd een ruim deel in zijn verhaal, met een mooie hoofdrol voor Léa haar verwende vriendin Élodie en de gameverslaafde Lucien.

Het boek geeft een beeld van de Franse maatschappij, zoals je dat niet in twee of drie weken vakantie te zien krijgt. Leeman heeft ook de durf om het ultra-rechtse geluid te laten horen. Het komt uit de mond van Thierry-Hervé de Bressac, een naam die naar oud geld klinkt, hij is fervent aanhanger van Le Pen. Op pagina 102 is hij in gesprek met projectontwikkelaar Raynaud: ,,‘Nog niet lang geleden,’ onderbreekt hij Raynaud opeens midden in een zin, ‘kon een eerlijke zakenman in dit land zo’n investering op eigen kracht doen. Maar zie ons nu eens. We hebben ons uitgeleverd aan die bende in Brussel die ons de wet voorschrijft, we laten ons ringeloren door banken die ons oplichten, door de Amerikanen met hun negerpresident, door oliesjeiks die onze terroristen subsidiëren en door patserige Russen die samen met de Chinezen de hele godvergeten Côte d’Azur opkopen.’

Leeman kan schrijven. Dat is een prettige constatering, die – hoop ik – tot lezen uitnodigt.

 

Dit bericht is geplaatst in Proza met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.