De Wete, voorjaar 2018

Het gebeurt niet zo vaak dat je in één van de heemkundige bladen een actueel onderwerp tegenkomt. In het voorjaarsnummer van De Wete van de Heemkundige Kring Walcheren is dat met het artikel over Fort Den Haak bij Vrouwenpolder wel het geval. Tobias van Gent beschrijft de geschiedenis van het fort. Net ten zuiden van het vervallen, vrijwel verdwenen verdedigingswerk slaan recreatieondernemers op dit moment hun slag.

De geschiedenis van het fort heeft uiteraard alles te maken met de ligging van Walcheren aan de monding van de Schelde, de vaarweg naar Antwerpen. Bij Den Haak was het brede strand ideaal om troepen aan land te zetten. Toen in 1587 de Spanjaarden hun Armada in gereedheid brachten om Engeland te veroveren, vreesden de Zeeuwen een landing van vijandelijke troepen op Walcheren. Om dat te voorkomen bouwden ze in 1588 Fort Den Haak. ,,Het ontwerp voorzag”, zo meldt het artikel, ,, in een versterking met een vierkante vorm, waarbij de twee halve bastions aan de zeezijde en de twee volle bastions aan de landzijde zouden worden verbonden door aarden wallen. Rondom de drie landzijden was een natte gracht gepland. Op de twee halfbastions moest geschut worden opgesteld waarmee schepen onder vuur konden worden genomen.”

De Armada ging ten onder en de militaire bezetting werd op een laag pitje gezet. Bij het uitbreken van de Eerste Engelse Oorlog in 1652 was het fort nog bruikbaar. Zij het dat het vanaf de landzijde met oprukkend duinzand te kampen had. In 1682 werd het fort beschadigd door een hoge vloed. Toch vond er onderhoud plaats. In 1746 toen de Fransen dreigden binnen te vallen werd het fort weer gevechtsklaar gemaakt. In de 18e eeuw was er zelfs een permanente kernbezetting. Bij de Engelse invasie in 1809 speelde het fort geen rol van betekenis, de Franse brigadegeneraal Pierre Jacques Osten trok zich snel terug na een Engels bombardement vanuit zee. De Engelse legerleider Lord Chatham gebruikte het fort in de eerste nacht van de landing als hoofdkwartier. Later, toen Vlissingen was gevallen, werd Den Haak verzamel- en inschepingsplaats voor krijgsgevangenen.

Dat was nog steeds niet het einde van het fort. Nog in 1845 werd het aangeduid als ‘verdedigingswerk der derde klasse’. Echter, dan toch: negen jaar later werd het bij een grote sanering alsnog opgeheven. Van Gent concludeert aan het slot van zijn verhaal: ,,Pas in tijden van acute nood en dreiging gaat de hand van de knip en wordt er geïnvesteerd en dan nog voornamelijk in defensieve wapens en in verdedigingswerken.”

Verder in dit nummer: een vermakelijk verhaaltje van Henk Barentsen over hoe hij in 1956 auto’s turfde op de provinciale weg van Middelburg naar de kust. In mei, juni en juli telde hij op negen zondagen, op Hemelvaartsdag en tweede pinksterdag. Ook de merken werden genoteerd. Gemiddeld reden er 80 tot 99 auto’s per uur voorbij, de Duitse merken Ford, Volkswagen en Opel waren in de meerderheid. In de reeks over buitenplaatsen schrijft Jan Kaljouw uitvoerig over Schoonenburg in Oost-Souburg, Leo Faase wijdt een ruim artikel aan de kroonluchters van de lutherse kerk van Middelburg

De Wete gedaan aan de leden van de Heemkundige Kring Walcheren, 47e jaargang nummer 2, april 2018. 

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.