Zeeuwse schrijvers (179): Gerrit Komrij

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 179: Gerrit Komrij.

De Olympos, woonst van de  Griekse goden, zou door Warren naar Zeeland zijn toegekomen. Komrij ziet de berg ‘met zijn sneeuwkruin in de wolken’ verdwijnen ‘achter Sloe en Westerschelde’.

Alles voor de alliteratie
Gerrit Komrij

door Mario Molegraaf

Eind 1973 werden de Zeeuwen aangenaam verrast. In een groot krantenartikel werd
Zeeland, ‘door de zee omklotst, door water gescheiden’ uitgeroepen tot ‘het
Griekenland onzer natie’. In de andere zuidelijke provincies, Limburg en Brabant,
zou je je ‘in nogal achtergebleven, zompige en Duits-georiënteerde uithoeken’
wanen, maar Zeeland is ‘anders, lichter, verlichter, kosmopolitischer ook’. De
Zeelandkenner die hier sprak, was Gerrit Komrij (1944-2012). Hij was Zeeland gaan
waarderen door zijn vriend Hans Warren die hij in hetzelfde stuk, een bespreking van
diens dichtbundel ‘De Olympos’, al even uitbundig prijst. De Olympos, woonst van de
Griekse goden, zou door Warren naar Zeeland zijn toegekomen. Komrij ziet de berg
‘met zijn sneeuwkruin in de wolken’ verdwijnen ‘achter Sloe en Westerschelde’. Hij
onthulde zelfs: ‘In het diepst geheim worden thans op Zuid-Beveland stieren
geofferd aan Zeus’.

Door alles wat Gerrit Komrij over Hans Warren en tegelijk over diens streek
schreef, mag je hem tot de Zeeuwse auteurs rekenen. Zo bezien, en niet alleen zo
bezien, valt de onlangs verschenen bundel ‘Alle gedichten’ (896 pag./ gebonden/
€39,99/ De Bezige Bij) met Komrij’s complete poëzie een beetje tegen. Oké, er zijn
liefst vijf variaties op ‘De pastoor van Oudetonge’. Maar eigenlijk ligt die plaats op
Goeree-Overflakkee, onderdeel van Zuid-Holland, al wordt Oudetonge door de
VVV-Zeeland zonder meer geannexeerd.

In het gedicht ‘De favoriet’ geeft Komrij een inkijkje in de donkere krochten
van zijn ziel, misschien wel ieders ziel. In dat duister leeft een kwaadaardig fabeldier
‘dat dol is op bedriegen en verkrachten/ en liefst vakantie viert op vuilnisbelten./ Hij
stinkt van Almelo tot Arnemuiden.’ Toch nog! Toch nog een beetje Zeeuwse lucht,
zij het geen aangename. Van Almelo tot Arnemuiden, de dichter doet alles voor de
alliteratie. Juist daarom valt deze poëzie tegen: hij kiest altijd voor de vorm, nooit
voor de idee of voor de emotie, zolang de boel maar rijmt. Helemaal aan het begin
van Komrij’s loopbaan signaleerde een bespreker ‘meest lege spelen’. Die bespreker
was merkwaardig genoeg Hans Warren en Komrij’s ‘Alle gedichten’ onderstreept
bijna negenhonderd pagina’s zijn gelijk.

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.