Zeeuwse schrijvers (178): Klaas Norel

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 178: Klaas Norel.

Klaas Norel geldt als jeugdboekenschrijver, zijn verhalen zijn  steevast stoer. Maar door zijn inzet en kennis van zaken hebben sommige van zijn boeken de eeuwige jeugd.

Reddende ruggen
Klaas Norel

door Mario Molegraaf

Je ruikt de zee. Het is of een golfje rond je voeten spoelt. Terwijl je toch gewoon in
je kamer zit, met in je hand een boek van Klaas Norel. We kijken met hem mee vanaf
Noord-Beveland over de Oosterschelde: ‘De Roompot is anders grijs bij bewolking
of blinkend bij zon en bij een bolle bries is hij blauwachtig groen met witte veertjes
op de kleine golven. Bij eb ligt de Neeltje Jansplaat te glimmen midden in de stroom;
en altijd zijn de blonde duinen van Schouwen aan de overkant te zien.’

Deze schrijver wist alles van water, hij was thuis aan de kust. ‘Land in zicht’ en
‘Loods aan boord’ zijn enkele van zijn boektitels. Hij is ook de auteur van ‘Het getij
verloopt’ (1937) over Enkhuizen als de Zuiderzee in IJsselmeer verandert en van ‘Aan
dood water. De laatste dagen van een eiland’ (1938) over Urk. Norel bevoer op
allerlei schepen vele zeeën. Een woelig leven dat eind 1899 begon in Harlingen en
eindigde in 1971, op het vermaledijde vasteland, een auto-ongeluk.

De Duitsers hadden Nederland amper een maand bezet toen Norel wegens
zijn artikelen werd opgepakt. Later dook hij onder en begon hij te werken aan
‘Engelandvaarders’ (1945). Hij geldt als jeugdboekenschrijver, zijn verhalen zijn
steevast stoer. Maar door zijn inzet en kennis van zaken hebben sommige van zijn
boeken de eeuwige jeugd. Dat geldt zeker voor zijn meest Zeeuwse werk. De ramp
van 1953 inspireerde hem tot twee boeken, razendsnel uitgebracht. ‘Ik worstel en kom
boven’ speelt op Flakkee, maar ‘Houen jongens!’ speelt in Zeeland, te Colijnsplaat, met
twee schooljongens, Aart en Klaas, in de hoofdrol.

Norel vertelt het wonderbaarlijke, maar waargebeurde verhaal van die nacht,
tegenwoordig ook herdacht met een monument van brons. De schrijver wekt de
indruk of je erbij bent, de beukende branding, de meester die aanmoedigend roept
‘Houen, jongens!’, de dorpsbewoners die met hun lichaam de wankelende
waterkering ondersteunen. ‘Met jullie ruggen hebben jullie ons eiland gered’, zegt de
meester. Wat helaas voorbarig blijkt, de volgende dag telefoneert men vanuit het
opgeluchte Colijnsplaat: ‘Kortgene antwoordt niet.’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.