Zeeuwse schrijvers (177): Henk Huisman

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 177: Henk Huisman.

Al die frisse zeelucht kan het zware romantische parfum dat uit de poriën van deze poëzie opstijgt niet verdrijven.

Uitzicht op een meisjeskamer
Henk Huisman

door Mario Molegraaf

Een doorsnee overlijdensadvertentie. ‘Na een kortstondige maar ernstige ziekte’
overleed in de eerste dagen van 2007 Michiel Hendrik Huisman, 62 jaar. Maar
bovenaan stond een bijzondere tekst van de gestorvene: ‘Alles is verder nog
hetzelfde/ nu je er niet meer bent/ als van een oud schilderij/ spant de hemel zijn
kleuren nog/ verder denk ik maar als ik goed luister/ dat het de nacht is die met ons
praat.’
De dode was een getalenteerde dichter geweest, een opvallende figuur in het
Zeeuwse literaire leven. Hij wist voor Porgy & Bess, hetzelfde adres waar hij als
scholier zijn eerste pilsjes dronk, vooraanstaande dichters naar Terneuzen te halen.
Henk Huisman (hij noemde zich soms ook Michel of Michiel) ‘werd kort na de
bevrijding in 1944 in Terneuzen geboren’, staat achterop zijn debuut ‘De
paardebloem en de hele dagen’ (1974). De flaptekst meldt ook dat zijn interesse voor
poëzie werd gewekt door een leraar op school, niemand minder dan Jacques
Hamelink. Er verschenen meer bundels, onder meer ‘Elke tijd een eigen geluid’ (1977)
en ‘Bij neonlicht en het vouwen van de nacht’ (1979).
Zijn werk is ongelijk van kwaliteit, maar hij schreef indringende gedichten als
‘Intermezzo’: ‘Soms als de vingers van de waanzin/ m’n voorhoofd raken,/ zou ik
een matroos willen spelen/ of een meeuw met de golven.’ De golven zijn nooit ver,
de branding dreunt voortdurend op de achtergrond, zelfs wordt in een gedicht de
Schelde sprekend opgevoerd. Al die frisse zeelucht kan het zware romantische
parfum dat uit de poriën van deze poëzie opstijgt niet verdrijven. ‘Wie ben ik,’ vraagt
hij zich af in een gedicht: ‘Je noemt me de romantische/ die heuveltoppen met nooit
ontdekte steden/ wilde vinden’. Wie wil dat verder nog? Daarom missen we Henk
Huisman. Hij schreef over Zeeland, over Zeeuws-Vlaanderen, over het achterland
daarvan (Assenede, Bruges la Rouge). Maar waar hij ook was, hij zag altijd
hetzelfde: ‘de vergeten schaduw van een toorts/ het uitzicht op een meisjeskamer.’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Zeeuwse schrijvers (177): Henk Huisman

  1. Johanna Kruit schreef:

    Fijn dat Henk Huisman niet vergeten is en een plaats krijgt in de rubriek van Mario Molegraaf !

  2. Theo Raats schreef:

    Het mooiste en meest curieuze gedicht wat ik van hem ken is dit:

    De klapper klapt
    en de wind giert om een kandelaber.
    O, slierten van sjek en wier en
    klakkers klakken om
    haar hals en haar. Koren
    rijpt, het bestaan niet karig.
    Juwelen, ringen en banden
    een koperen gong!
    De mite jint, dat er ruzie was om een kring van vrienden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *