Schrijverscorner 20

Marjon Sarneel (Breda, 1956) in Terneuzen schreef in 2009 geschiedenis door met haar debuutroman Maidentrip de PZC-publieksprijs te winnen. Momenteel werkt ze aan een tweede roman, over de ijzergieterij van haar opa in Breda. Voor deze aflevering van de Schrijverscorner stuurde ze twee prozafragmenten in.

Biografie: Marjon Sarneel debuteerde in 2009 bij Compaan Uitgevers met haar roman Maidentrip, waarmee ze in oktober de PZC-publieksprijs won. In 2006 studeerde zij af aan Schrijversvakschool Amsterdam. Tien jaar lang was zij als columniste verbonden aan dagblad BN/DeStem met de column Hoogtij en sinds 2002 geeft ze cursussen creatief schrijven in Zeeuws-Vlaanderen en Middelburg. Het nieuwe cursusprogramma staat vanaf mei op www.marjonsarneel.nl  Voor CultuurBewust.nl schreef Marjon 56 keer tweewekelijks de column Distelpluis over literatuur en wat je verder tegenkomt als schrijver. Sinds kort verschijnt Distelpluis ook op Facebook. In 2010 verscheen Het landschap in de hoofdrol, ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het ZNF, over locatietheater.

Momenteel schrijft Marjon met veel plezier aan haar tweede roman, die speelt op de ijzergieterij van haar opa (ijzergieterij Cosijn in Breda).

Achtergrond: Annelies Vlaanderen schreef een artikel over mijn debuutroman. Daarin vernoemde zij IJzergieterij Cosijn als onderwerp voor mijn nieuwe roman. Daarop kreeg ik allerlei reacties van mensen die op deze gieterij hadden gewerkt, of van wie de vader daar werkte. Ook Gijs Asselmans uit Bergen op Zoom nam contact op: hij schreef mee aan een boek over de industrialisatie van BoZ en had ‘ferro’ onder zijn hoede. Zo ontdekte ik hoe mijn betovergrootvader uit Châtelineau in BoZ terecht is gekomen en later de ijzergieterij in Breda heeft opgericht. Waar het verhaal van Maidentrip zich chronologisch ontvouwde en ik net zo benieuwd was naar de afloop als de lezer, kent De IJzergieterij een heel ander schrijfproces. Informatie over personages, conflicten en achtergronden dient zich willekeurig en zeer gedetailleerd op papier aan. Zo ontstaat een soort frame met sleutelscènes, waardoor ik hapsnap schrijf en herschik. Overigens zit ik – door allerlei mantelzorgperiodes – nog aan de beginfase van het ‘echte’ schrijfwerk.

***************************************

Ik grijp de fles Bacardi die op een glazen plateau boven mijn hoofd staat en zonder waarschuwing word ik me opeens bewust van mijn lichaam. Terwijl mijn arm omhoog reikt naar de fles, voel ik hoe mijn elleboog zich strekt, mijn taille zich rekt, mijn bilspieren zich spannen en mijn rechtervoet iets van de vloer komt. Wezenloos zet ik de fles op de bar en zonder dat ik daar zeggenschap over heb, glijden mijn ogen in de richting van Dimítris. Hij vangt mijn blik en glimlacht. Ik wist niet dat een glimlach kon strelen.

Uit Maidentrip: verschenen in 2009 bij Compaanuitgevers in Maassluis

****************************************

Column Distelpluis, over literatuur en alles wat daaraan verwant is.

Een goede slechte recensie

‘Waarom zou je literaire debuten gaan recenseren?’ Een tikje wanhopig kijkt mijn man me aan. Hij kent mijn klaagzang over tijdgebrek als geen ander.

‘Omdat ik daar zoveel van leer,’ zeg ik en ik herinner hem aan de tijd waarin ik toneel recenseerde voor het regionale dagblad. Ik ben dol op toneel: drama, fijnzinnige intriges en die eeuwige, vaak pijnlijke, spiegel die toneel ons voorhoudt.

Maar het recenseerwerk voor de krant bestond hoofdzakelijk uit het bijwonen van kluchten en blijspelen, want die spelen de meeste amateurs graag. Dus ik zuchtte weleens inwendig voordat ik op weg ging naar weer een avond lachen, gieren, brullen.

Toch heb ik het twaalf jaar volgehouden. Omdat ik amateurtheater belangrijk vind. Omdat de contacten met de clubs en de sfeer in de dorpshuizen zo bijzonder waren. En omdat ik er zoveel van leerde. Ik kan genieten van topacteurs die klassiek repertoire spelen, maar van amateurs leer ik meer. Als ik een ander fouten zie maken, helpt dat om de missers in mijn eigen werk te herkennen.

Hetzelfde geldt voor romandebuten. Dat zijn doorgaans niet de sterkste boeken uit het oeuvre dat nog geschreven moet worden. Maar door oprecht te proberen de vinger op de zere plek te leggen, krijg ik steeds meer inzicht in het schrijversvak. Bovendien vind ik het een aardig initiatief: Nederland telt jaarlijks rond de tachtig debuten. Veel van deze romans kregen tot de oprichting van www.literairedebuten.nl nergens een bespreking. Ik denk zelfs dat een slechte recensie een schrijver meer voldoening kan geven dan nergens vernoemd te worden: hij is serieus genomen.

En daar heb je het: een slechte recensie. Wie ben ik enzovoorts enzovoorts. Die discussie heb ik als toneelrecensent vaak gevoerd. De recensie zou slechts de mening van één persoon zijn. Dat klopt, maar dan wel van een persoon met verstand van zaken.

Bij www.literairedebuten.nl worden de recensies nagenoeg allemaal gemaakt door schrijvers. Mensen van de praktijk. Hoewel ik iedere debutant een jubelende recensie gun, is dat niet altijd het beste. Niet iedereen heet ten slotte Peter Buwalda. In een goede slechte recensie krijgt de maker tekst en uitleg over de sterke en de zwakke kanten van zijn werk. Dat is een handreiking onder vakbroeders en daar gaat recenseren voor mij om.

Dit bericht is geplaatst in Proza, Schrijverscorner met de tags . Bookmark de permalink.

Één reactie op Schrijverscorner 20

  1. Gijs Asselbergs schreef:

    Asselmans moet zijn Asselbergs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *