Vers op Zondag 115: Melis van den Hoek

Elke zondag kijken we ernaar uit: een nieuw Zeeuws vers. De vijfde serie loopt. Seizoenen, locaties en jaren tellen niet. Of juist wel! Vandaag aflevering 115: Melis van den Hoek.

**************************

rimpels

de lijnen van het leven
rimpelen het rulle zand
korrels krassen in het nu
vervormen wijze woorden

de beelden in mijn geest
verstuiven voor het oog
vluchtige veranderingen
vervagen verse sporen

wie ben ik en waar
ik was zo even daar

in de rust ontstane rand
groeit gekartelde oneindigheid
wind vereffent het reliëf
door golven weg gezeefd

het strakke stoere strand
print onzekerheden in de ziel
het verre water tekent twijfel
in mijn weggedreven droom

wie ben ik en waar
ik was zo even daar

Melis van den Hoek

 

 

foto judith barth

Dit bericht is geplaatst in Zeeuwse Poëzie met de tags . Bookmark de permalink.

8 reacties op Vers op Zondag 115: Melis van den Hoek

  1. Yvonne Wagenaar schreef:

    Mooi! ik hoor er een liedje in.

  2. Dinie Sophie schreef:

    ook wat weemoed

  3. Jan Versluys schreef:

    Door het leven “getekend “kent deze dichter geen enkele zekerheid dan de twijfel en de droom. Hij vraagt zich terecht af : wie hij is en waar.
    Want zijn sporen vervagen ras en de wind en golven maken alles plat. Het reliëf verdwijnt. De hoogte- en dieptepunten lijken vergeten……
    Toch lees ik tussen de regels door dat zijn verzet tegen die sleur, de dagelijkse dingen, wegebt met de jaren. De lijnen in zijn leven vervormen wijze woorden.
    Tenslotte is er de zin : ik was zo even daar. Een berusting? Of alleen een constatering, koud en zakelijk?
    Ik ben er geweest en wie iets van mij wil weten moet mijn gedichten maar lezen! In de rand groeit gekartelde oneindigheid. “Korrels in het nu”.

  4. Johanna Kruit schreef:

    Dank voor dit gedicht Melis, ook ik lees er weemoed in en het besef van vergankelijkheid . ……..

  5. kristina schreef:

    Mij vielen als eerste alle alliteraties op. Was net op het strand geweest en herkende de beelden, het ritme van het eindeloos gegolfde zand, de rafelranden van de zee in dit weemoedige vers.

  6. Ireen schreef:

    Zo’n 60 jaar geleden leerde ik het woord ‘alliteratie’ kennen met een zin uit Bartje van Anne de Vries: “Daar kamt hij zijn koppige kuifje mee”. Ook in dit gedicht vooral door de herhaalde klanken een mooi ritme. En dan de betekenis. Weemoed? Berusting? Besef van vergankelijkheid? Of gewoon een constatering, een liedje? Vóór ik de reacties gelezen had dacht ik aan beginnende dementie, vooral door het tweede couplet en dat: “Wie ben ik en waar”. Te ver gezocht waarschijnlijk…

  7. Roland Reuter schreef:

    Weemoed!

    Toen het reeds morgen werd, stond …. aan het strand; de… wisten echter niet dat het
    … was.

    Hoop!
    Hoop!

    Hoop!

    Hoop!

  8. Jan M. Goerée schreef:

    Géén dood tij te bekennen, Melis; de verzanding is veraf! Prachtig & dank voor deze fata morgana!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *