Tijd|Schrift maart 2018

Mogelijk val ik in herhaling. Dat is dan maar zo. Als ik het nieuwste nummer lees van ‘Tijd|Schrift’, het bulletin van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen, heb ik maar één gedachte: wat jammer dat de twee grote artikelen in dit blad alleen onder ogen van West-Zeeuws-Vlamingen komen. De Scheldekwestie in internationaal perspectief van Hub. van Hamme biedt een handig overzicht van alle internationale perikelen aan het eind van de Eerste Wereldoorlog. Marja A.C. de Groote presenteert het laatste deel van haar drieluik over de in Sas van Gent geboren en getogen schrijfster Ira Bart. Die drie artikelen bieden een mooie biografie van een in Zeeland betrekkelijk onbekend gebleven auteur.

Wat ik hier wil zeggen is het volgende. In vrijwel alle regio’s van Zeeland verschijnen heemkundige tijdschriften. De Vier Ambachten, Stad en Lande, de Spuije, de Wete, In den Spiegel en nog meer. Achter al die titels zitten hardwerkende schrijvers, onderzoekers, redacteuren, samenstellers. Elk kwartaal publiceren ze een tijdschrift – het ene nog glimmender dan het andere – voor hun enkele honderden abonnees. Daarnaast zijn er nog enkele periodieken, die de hele provincie bestrijken. Zoals ‘Zeeland’ van het Zeeuws Genootschap en Nehalennia.

Ik zou het prachtig vinden als er nu eindelijk eens een einde kwam aan wat we wel ‘de Zeeuwse ziekte’ noemen. Waarom moet elke regio al die moeite en geld steken in een tijdschrift, dat door een beperkt eigen clubje wordt gelezen. Terwijl er vaak artikelen in staan – zoals nu in het Tijd|Schrift – die een Zeeuws publiek verdienen.

Een algemeen tijdschrift voor heel Zeeland, waarin alle regionale tijdschriften opgaan. Dat kan uitkomst bieden. Op die manier genereer je in één keer voldoende geld én schrijfkracht. Maar onze eigenheid dan, is vaak het tegenargument. Als je een algemeen tijdschrift maakt, komt dan Hulst, Vlissingen of Zierikzee nog wel herkenbaar voor het voetlicht? Dat is een kwestie van goede afspraken maken. Met een goede regie kan elke kring herkenbaar in het tijdschrift aanwezig zijn. Een redactie, waarin alle regio’s vertegenwoordigd zijn, kan daarvoor zorg dragen. Bovendien zou er aan het tijdschrift een website gekoppeld kunnen worden, waar alle evenementen, lezingen en excursies per regio kunnen worden gepresenteerd.

Wie durft? Moet de provincie het initiatief nemen en alle clubs en kringen bij elkaar roepen? Voor een nieuw ‘Zeeuws Tijdschrift’, maar dan nu eentje dat door alle heemkundigen wordt gedragen.

Ik zie de hoofden alweer mistroostig schudden: eigen kring eerst, en daar houden we het bij. Jammer. Koudwatervrees en misplaatste angst voor verandering, als u het mij vraagt. Neem gewoon de handschoen eens op. Nu hebben we het geluk, dat we in een provincie leven waarin we Zeeuwen onder elkaar zijn. Laten we daarvan profiteren.

Wie durft?

Tijd|Schrift, bulletin van de Heemkundige Kring West-Zeeuws-Vlaanderen, jaargang 13, nummer 1, maart 2018.

Dit bericht is geplaatst in Tijdschriften met de tags , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Tijd|Schrift maart 2018

  1. Gerard Heerebout schreef:

    Leuke gedachte. Er is één maar. Het zijn verenigingen die een blad uitgeven en de redactie legt de plannen en de verantwoording voor aan de algemene ledenvergadering. Daar ligt het draagvlak. Het Zeeuws Tijdschrift, waardering voor het blad, had geen draagvlak of achterban en viel om.
    Natuurlijk kan er wel een constructie opgetuigd worden om de bladen samen te voegen, maar zo’n gezamenlijk blad voelt toch anders. Bij zoveel kopij zal het wel een dik maandblad worden en dat vraagt een professionele redactie (met wat betaling?). Er is een troost. Na een paar jaar is alles te lezen op tijdschriftenbank Zeeland, en ook doorzoekbaar. Geweldige website, overigens.

  2. Hans van Felius schreef:

    Inderdaad, een leuke en interessante gedachte. Of wellicht zelfs een mooie droom? Ik voel de frustratie wel mee, want soms kom ik er pas jaren nadat iets verschenen is in een lokaal tijdschrift achter dat ik dat artikel graag eerder had willen lezen. Wat dat betreft is Zeeland Geboekt voor iemand die in Holland woont, maar in Zeeland geïnteresseerd is, ook een uitkomst. Ik zie nu tenminste sommige zaken eerder dan voorheen…
    Er zijn natuurlijk de lokale gevoelens. En soms misschien wel een beetje terecht. In een blad als Zeeland lijkt het soms of Zeeland uit Walcheren bestaat (en ja, ik ga nu kort door de bocht, dat besef ik heel goed). Dat mag een zaak zijn van afspraken en het zoeken van goede redacteuren, maar of dat alles oplost?
    Verder werd in de eerste reactie terecht gesignaleerd dat het een dik blad wordt. Misschien zelfs te dik. En niet alle artikelen die in een lokaal of regionaal blad terecht komen hebben voldoende inhoud. Een gesprek met mijn tante Keetje uit Renesse is lokaal nog interessant, maar is het dat altijd op provinciaal niveau? Hoe gaat die redactie op provinciaal niveau daar mee om?
    Hoe vinden de lokale lezers een provinciaal blad. Ik vrees dat veel lezers het elitair zullen vinden. Lokale en regionale bladen hebben een lokale / regionale inbedding. En een deel van de inhoud stijgt daar bovenuit. Dat is zeker zo. Het blad staat bovendien niet los van de omgeving, het maakt onderdeel uit van de club waar men lid van is. Dat is nu eenmaal zo.
    Wordt centraler beter? Ik waag dat te betwijfelen. En dat heeft niet zozeer iets te maken met een gebrek aan durf of angst voor verandering. De optelsom van alle verschillende bladen levert niet noodzakelijkerwijs een verbetering…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *