Zeeuwse schrijvers (172): Jan Karel Crucq

Mario Molegraaf schrijft wekelijks een kort portret van een Zeeuwse schrijver (of uitgever). Zeeuws qua persoon en/of qua inhoud. Deze keer aflevering 172: Jan Karel Crucq.

Hij zwijmelt vanaf het ietwat muffe papier: ‘Vischgeur treft het reukorgaan/ – ’t Parfum van Arnemuidens lucht.’ Het ‘zoet parfum der vaderstad’ gaat gepaard met ‘wilde, dolle hartstocht-droom.’

De vrolijke landmeter
Jan Karel Crucq

door Mario Molegraaf

De dichter stelt zich voor: ‘’k Ben geometer, lieve vrinden.’ Geometer is een ander
woord voor landmeter, en het volgende gedicht in Cryptogamen heet dan ook ‘Het
lied van den vroolijken Landmeter.’ Als naam staat op het titelblad J.K. Crucq C.J.z.
Een lezer, een familielid van hem, wees me op het bestaan van deze dichter en op
zijn twee bundeltjes. Behalve Cryptogamen (1893), waarin we ons helemaal in
Zeeuwse sferen bevinden, is er ook nog Bloedrobijnen voor koning Edwards kroon
(1902) waarvan de ondertitel ‘meest oorspronkelijke gedichten op den
Transvaalschen oorlog’ belooft, de Tweede Boerenoorlog dus.

Een kleine ontdekking. De indruk van ontdekking wordt nog versterkt
doordat ik mijn exemplaar van Cryptogamen moet opensnijden, een karweitje
waarvoor je behalve een scherp mes ook scherpe aandacht nodig hebt. Niemand is
me, al zijn er 125 jaar verstreken, voor geweest. Jan Karel Crucq (Arnemuiden 1857
– Arnhem 1935) was de zoon van C.J. Crucq die het van bakker tot burgemeester van
Arnemuiden bracht. Genoeg over de genealogie, veel meer over de vrolijke
landmeter zegt zijn poëzie, doordrenkt van nostalgie. Hij zwijmelt vanaf het ietwat
muffe papier: ‘Vischgeur treft het reukorgaan/ – ’t Parfum van Arnemuidens lucht.’
Het ‘zoet parfum der vaderstad’ gaat gepaard met ‘wilde, dolle hartstocht-droom.’

Hij schetst een beeld van het ‘visschersleven’. Ondanks de onvermijdelijke
momenten van rouw heerst volgens hem toch vooral vreugde in de plaats: ‘ ’t Was
d’and’ren dag weer feest in A.’ Hij tekent de lokale types, neemt ons mee naar ‘de
school op een visschersdorp’, maar herinnert zich vooral de onbekommerde Zeeuwse
liefde. Hij en ‘de schoonste bloem uit Zeelands rozengaarde’ waren beiden vijftien
jaar toen ze, ‘te midden van de duinen en de weiden’ en ‘langs het strand der
Scheldestroom’, de eerste liefdesdroom beleefden. Hij kreeg zonder omhaal in de
plaatselijke taal de vraag: ‘Wil je mien?’ Zijn antwoord was al even direct: ‘Ik wil
joe!’

Geen wonder dat Jan Karel Crucq zijn leven lang de onoverbrugbare afstand is
blijven meten die hem scheidde van het ‘Arnemuidsche padje.’

Dit bericht is geplaatst in Biografie met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *